Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4894

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
25/4611
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning Hoog Persoonlijk Kilometer Budget na onzorgvuldige afwijzing

Eiseres heeft op 1 april 2025 een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB) aangevraagd, dat door verweerder op 30 april 2025 werd afgewezen. Na bezwaar handhaafde verweerder deze afwijzing op 12 augustus 2025, waarbij werd verwezen naar een adviesrapport van een BIG-geregistreerde arts. Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was en niet voldeed aan het motiveringsbeginsel.

De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat de door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden en bezwaren niet zijn behandeld. Hierdoor was eiseres genoodzaakt beroep in te stellen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beoordeelt vervolgens of de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven.

Verweerder stelde dat eiseres medisch in staat is met de trein te reizen, maar de rechtbank constateert dat er geen treinverbinding is tussen de woonplaats van eiseres en haar gewenste bestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen. Verweerder kon niet onderbouwen hoe de rest van de reis gemaakt zou kunnen worden, waardoor sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van het Protocol rechtvaardigt.

De rechtbank herroept het primaire besluit en kent het Hoog PKB toe aan eiseres. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 3.200,-. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 3 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en kent eiseres een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget toe.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4611 BELEI

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.J. Overwater),
en

Argonaut Advies B.V., verweerder.

Samenvatting

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiseres tegen het besluit van 12 augustus 2025 (bestreden besluit), waarbij verweerder de afwijzing van een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB) heeft gehandhaafd. Eiseres voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder ten onrechte de aanvraag van eiseres heeft afgewezen. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 1 april 2025 een Hoog PKB aangevraagd.
2.1.
Verweerder heeft met een besluit van 30 april 2025 (primaire besluit) deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
2.2.
Verweerder heeft met het bestreden besluit, onder verwijzing naar de adviesrapportage van een BIG-geregistreerde arts, het bezwaar ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4.
Verweerder heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en, namens verweerder, [gemachtigde] . Eiseres is niet ter zitting verschenen.
Beroepsgronden
3. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Verder is er sprake geweest van een onzorgvuldig onderzoek. Daarnaast is eiseres van mening dat zij op grond van bijzondere omstandigheden in aanmerking zou moeten komen voor een Hoog PKB.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
4. Aan het bestreden besluit is het Indicatieprotocol HoogPKB 2024 (het Protocol) ten grondslag gelegd. Volgens het Protocol komt een aanvrager in aanmerking voor een indicatiestelling voor een Hoog PKB als:
de aanvrager beschikt over een Valys-vervoerpas of de Valys-toekenningsbrief en
de aanvrager gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel, waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
de aanvrager door persoonsgebonden blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek niet in staat is, ook niet met begeleiding, met de trein te reizen.
De motivering van het bestreden besluit
5. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de beslissing op bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering die uiterlijk bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. De rechtbank is van oordeel dat eiseres terecht klaagt dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. In de bezwaarfase heeft eiseres onder andere bijzondere omstandigheden aangevoerd en gesteld dat de besluitvorming niet zorgvuldig is geweest. De rechtbank stelt vast dat deze bezwaargronden niet zijn weergegeven in het bestreden besluit noch inhoudelijk zijn behandeld. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres door deze gebrekkige motivering in het bestreden besluit gedwongen geweest om in beroep te komen. Het beroep zal om deze reden gegrond worden verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank zal hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand kunnen blijven.
Is eiseres in staat om te reizen met de trein?
6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres medisch gezien in staat is om te reizen met de trein. De rechtbank volgt dit standpunt. Eiseres heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij niet met de trein kan reizen.
Bijzondere omstandigheid
7. Eiseres voert aan dat verweerder in het bestreden besluit voorbij gaat aan de omstandigheid dat Zeeuws-Vlaanderen, waar eiseres vrienden en familie heeft wonen die zij wil kunnen bezoeken, geen NS-station heeft. Dit is volgens eiseres een bijzondere omstandigheid die noopt tot afwijking van het Protocol.
7.1.
Verweerder stelt dat eiseres door middel van ketenreizen gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Ketenreizen houdt in dat de reis naar de eindbestemming gemaakt wordt door gebruik van verschillende vormen van gedeeld vervoer. In het geval van eiseres is het meest nabij gelegen NS-station in Goes op negen kilometer afstand van haar woonplaats [woonplaats] . Om deze afstand te overbruggen kan eiseres volgens verweerder gebruik maken van het Wmo-vervoer om vervolgens de rest van de reis in de keten te maken.
7.2.
De rechtbank overweegt dat in het Protocol is opgenomen dat als onderdeel van de inhoudelijke beoordeling wordt gekeken of er sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het Protocol rechtvaardigt. De rechtbank stelt vast dat er geen treinverbinding is tussen de woonplaats van eiseres op Zuid-Beveland en de door haar gewenste eindbestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen. Verweerder heeft in het verweerschrift niet onderbouwd hoe eiseres vanaf het NS-station in Goes de rest van de reis naar Zeeuws-Vlaanderen zou kunnen maken. Ook ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder dat niet kunnen uitleggen. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een uitzonderlijke situatie die afwijking van het Protocol rechtvaardigt. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd, behoeft geen verdere bespreking.

Conclusie en gevolgen

8. Het vorenstaande betekent dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit niet in stand kunnen blijven. De rechtbank herroept het primaire besluit en zal bepalen dat aan eiseres een Hoog PKB wordt toegekend.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Verweerder moet deze proceskostenvergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.200 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde per punt van € 666,-, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting van 22 april 2026 met een waarde per punt van € 934,-, en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit;
  • kent aan eiseres een Hoog PKB toe;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.200,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 3 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.