Eiseres heeft op 1 april 2025 een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB) aangevraagd, dat door verweerder op 30 april 2025 werd afgewezen. Na bezwaar handhaafde verweerder deze afwijzing op 12 augustus 2025, waarbij werd verwezen naar een adviesrapport van een BIG-geregistreerde arts. Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was en niet voldeed aan het motiveringsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat de door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden en bezwaren niet zijn behandeld. Hierdoor was eiseres genoodzaakt beroep in te stellen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beoordeelt vervolgens of de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven.
Verweerder stelde dat eiseres medisch in staat is met de trein te reizen, maar de rechtbank constateert dat er geen treinverbinding is tussen de woonplaats van eiseres en haar gewenste bestemmingen in Zeeuws-Vlaanderen. Verweerder kon niet onderbouwen hoe de rest van de reis gemaakt zou kunnen worden, waardoor sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van het Protocol rechtvaardigt.
De rechtbank herroept het primaire besluit en kent het Hoog PKB toe aan eiseres. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 3.200,-. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 3 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.