Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4899

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
25/4999
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij paspoortsignalering

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging van zijn paspoortsignalering door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Na afwijzing van het bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank heeft het beroep behandeld, maar constateerde dat het griffierecht van €194,- niet was betaald. Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar heeft niet voldaan aan het verzoek van de griffier om aanvullende bewijsstukken te overleggen over zijn inkomen en vermogen. Hierdoor werd het beroep op betalingsonmacht afgewezen.

De rechtbank concludeert dat er geen verontschuldiging is voor het niet betalen van het griffierecht. Daarom verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het beroep niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4999 WET

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de minister), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het niet verwijderen van eisers registratie paspoortsignalering. Eiser is het hiermee niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser.
1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Met het besluit van 24 januari 2025 (primair besluit) heeft de minister de paspoortsignalering van eiser met twee jaar verlengd. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.
2.1.
Met het bestreden besluit van 26 mei 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister de paspoortsignalering in stand gelaten.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juni 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
3.1.
Eiser heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan. De griffier heeft eiser verzocht gegevens over zijn inkomen en vermogen in te dienen. Eiser heeft het toegezonden formulier op 27 november 2025 ingevuld en retour gestuurd naar de rechtbank. Op
26 januari 2026 heeft de griffier in een brief aangegeven dat de rechtbank over meer informatie dient te beschikken om te kunnen beoordelen of eiser voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank heeft eiser daarom gevraagd bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat hij niet over inkomen en vermogen beschikt. Tevens is verzocht om aan te geven hoe eiser op dit moment in zijn levensonderhoud voorziet. Eiser heeft niet aan dit verzoek voldaan. De griffier heeft daarom het beroep op betalingsonmacht afgewezen en eiser een (nieuwe) nota gestuurd. Bij brief van 8 mei 2026 is eiser gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen drie weken na dagtekening van die brief moest zijn voldaan.
3.2.
Eiser heeft het griffierecht niet betaald.
3.3.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2026 door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.