Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:4900

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
26/2171
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot de invordering van gemeentelijke belastingaanslagen. Bij het indienen van het verzoek was griffierecht van €54 verschuldigd.

De rechtbank heeft verzoeker op 16 april 2026 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat niet-betaling kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Volgens PostNL is deze brief op 18 april 2026 aan verzoeker bezorgd.

De griffierechten zijn echter niet ontvangen door de rechtbank. Op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A. Burgers.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/2171

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Steenbergen, de invorderingsambtenaar.

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, ontvangen door de rechtbank op 10 april 2026.
1.1.
Verzoeker verzoekt in zijn verzoekschrift om onmiddellijke schorsing, dan wel een voorlopige voorziening die verband houdt met de invordering van gemeentelijke belastingaanslagen.
1.2.
Voor het verzoek is verzoeker griffierecht verschuldigd van € 54.
1.3.
Op 16 april 2026 is aan verzoeker bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. In die brief wordt verzoeker verzocht het griffierecht van € 54 uiterlijk twee weken na de datum van dagtekening van die brief te betalen. De brief vermeldt verder dat niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan volgen, als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is de brief bij verzoeker bezorgd.

Motivering

2. Omdat uit informatie van PostNL blijkt dat de in 1.2 bedoelde brief op 18 april 2026 aan verzoeker is uitgereikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.
2.1.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.2.
Er is tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier. De griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.