ECLI:NL:RBZWB:2026:4918

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447759 / FA RK 26-2267
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken wettelijke voorwaarden

Betrokkene verblijft sinds 30 april 2026 onder een crisismaatregel in een zorgaccommodatie vanwege een functionele neurologische stoornis met ernstige pijnklachten en een recente suïcidepoging. De officier van justitie verzocht om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting, waarbij betrokkene, haar advocaat, behandelaar, collega-arts, verzorger, verpleegkundige en co-assistent aanwezig waren, werd vastgesteld dat betrokkene inmiddels vrijwillig is opgenomen en geen ontslagwens meer heeft. Haar echtgenoot gaf aan dat hij haar veiligheid thuis niet kan garanderen, en betrokkene zelf wil niet naar huis terugkeren.

De behandelaar heeft vertrouwen dat betrokkene op vrijwillige basis opgenomen blijft en dat er geen noodzaak is voor voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank concludeert dat niet aan de wettelijke voorwaarden voor voortzetting is voldaan en wijst het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig is opgenomen en niet aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447759 / FA RK 26-2267
Datum uitspraak: 4 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mw. [persoon] , behandelaar.
Daarnaast zijn als toehoorders verschenen, maar niet gehoord:
  • een collega-arts;
  • een verzorger;
  • een verpleegkundige
  • een co-assistent
1.3.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 30 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat zij sinds maart 2026 op de wachtlijst staat voor een behandeling voor haar somatische klachten. Zij zal waarschijnlijk in juni 2026 aan de beurt zijn. De bedoeling is dat zij dan twee dagen per week naar het revalidatiecentrum gaat. Het gaat momenteel niet goed met betrokkene. Ze heeft veel pijn in haar bekken en voeten, hetgeen haar wanhopig maakt. Betrokkene geeft aan dat zij beter af is bij [accommodatie] en dat zij het liefst niet thuis wil zijn nu.
4.2.
De advocaat licht toe dat betrokkene vooral veel pijn heeft als zij veel moet lopen. De advocaat stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat betrokkene vrijwillig opgenomen is.
4.3.
De behandelaar licht toe dat betrokkene tijdens het opnamegesprek direct een ontslagwens uitte. De echtgenoot van betrokkene gaf toen duidelijk aan dat betrokkene niet naar huis kan komen, omdat hij haar veiligheid niet kan garanderen. Er is nu geen aanleiding meer om te veronderstellen dat betrokkene zonder machtiging direct naar huis zal gaan. Betrokkene is momenteel vrijwillig opgenomen en is bereid om opgenomen te blijven. De behandelaar heeft hier ook vertrouwen in. Dit maakt dat een voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is. In de tussentijd zal naar middelen worden gekeken om de klachten van betrokkene te verlichten, zoals medicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank stelt op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling vast dat betrokkene kampt met een functioneel neurologische stoornis, met als gevolg dat zij veel pijnklachten ervaart. Er is sprake van een forse lijdensdruk, wanhoop en machteloosheid, hetgeen maakt dat betrokkene recent een ernstige suïcidepoging heeft ondernomen. De echtgenoot van betrokkene heeft aangegeven dat betrokkene niet naar huis kan komen, omdat hij haar veiligheid in de thuissituatie niet kan garanderen. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene het ook niet wenselijk vindt dat zij nu naar huis gaat. Ze uit geen ontslagwens meer. De behandelaar ziet geen aanleiding meer om te veronderstellen dat betrokkene zonder verplichte zorg naar huis zal gaan en heeft er voldoende vertrouwen in dat betrokkene op vrijwillige basis opgenomen zal blijven. Betrokkene licht toe dat zij op de wachtlijst staat voor een behandeling van haar somatische klachten en dat zij bereid is om tot die tijd op vrijwillige basis opgenomen te blijven. In de tussentijd zal ook naar middelen worden gekeken om de klachten van betrokkene te verlichten, zoals medicatie. Gelet hierop stelt de advocaat zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank is, evenals de advocaat, van oordeel dat niet aan de wettelijke voorwaarden voor een voortzetting van de crisismaatregel kan worden voldaan, aangezien er geen sprake is van verzet. Dit maakt dat de rechtbank het verzoek zal afwijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.