ECLI:NL:RBZWB:2026:4920

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447659 / FA RK 26-2206
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens manisch psychotische episode met agressie en veiligheidsrisico

Betrokkene verblijft sinds 28 april 2026 onder een crisismaatregel in een gespecialiseerde accommodatie. De officier van justitie verzoekt om verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege een acute manisch psychotische episode, gekenmerkt door verward denken, grootheids- en waanideeën en paranoïde gedachten.

Tijdens de zitting verklaart betrokkene zich beter te voelen en verzet zich tegen voortzetting van de opname, terwijl zijn behandelaar benadrukt dat het toestandsbeeld onveranderd is en behandeling noodzakelijk blijft. De behandelaar wijst op het risico van agressie vanuit betrokkene en de overbelasting van zijn echtgenote in de thuissituatie.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken toegekend, met specifieke vormen van verplichte zorg zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie.

De rechtbank wijst zorgvormen af die niet noodzakelijk zijn volgens de behandelaar. De beschikking is mondeling gegeven op 4 mei 2026 en schriftelijk vastgelegd op 18 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg vanwege een acute manisch psychotische episode en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447659 / FA RK 26-2206
Datum uitspraak: 4 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1956 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat: mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dhr. [persoon] , behandelaar.
Daarnaast was als toehoorder aanwezig, maar is niet gehoord:
- een verpleegkundige van de afdeling.
1.3.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 28 april 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat het nu goed met hem gaat. Hij erkent dat het eerder niet goed ging met hem, maar dat kwam doordat hij bedreigd werd. Misschien is betrokkene iets te agressief geweest en dat was verkeerd. Betrokkene vindt het fijn om opgenomen te zijn, aangezien hij geen angst meer ervaart en veilig is. Hij vindt niet dat hij psychische problemen heeft, wat maakt dat een behandeling ook niet nodig is. Slaapmedicatie zou wel fijn zijn. Het belangrijkste is dat de thuissituatie van betrokkene veilig wordt gemaakt. Betrokkene wil graag naar huis. Hij kan goed voor zichzelf zorgen.
4.2.
De advocaat verklaart dat betrokkene zich nu verzet tegen zijn opname, terwijl hij eerder heel tevreden was over zijn verblijf op de afdeling. Hij ervaarde toen rust en was niet meer angstig. Ten aanzien van de wettelijke criteria voor verplichte zorg refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. Echter, niet alle verzochte vormen van verplichte zorg moeten worden toegewezen. De advocaat kan zich vinden in het toewijzen van de zorgvormen zoals besproken ter zitting.
4.3.
De behandelaar licht toe dat betrokkene veel dreiging ervaart, omdat hij het vermoeden heeft dat hij van koninklijke bloeden is. Op de afdeling is hij meestal ontspannen en joviaal, maar hij kan snel boos worden. Betrokkene neemt zijn medicatie in. Bij betrokkene is sprake van een manisch psychotisch toestandsbeeld, hetgeen maakt dat hij behandeling nodig heeft. Betrokkene heeft geen psychiatrische voorgeschiedenis en er is geen verklaring voor de huidige ontregeling, dus het is ook van belang dat er een neurologisch onderzoek wordt gedaan. Het is te vroeg om betrokkene naar huis te laten gaan. Het toestandsbeeld is onveranderd sinds hij is opgenomen. De behandelaar is voornemens om de medicatie van betrokkene te verhogen. Het doel is om betrokkene te behandelen, zodat hij naar huis kan en het goed blijft gaan.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Bij betrokkene is sprake van agressie vanuit zijn wanen en achterdocht. Dit kan agressie van derden oproepen. Hij wordt door zijn verwarde toestand ook snel getriggerd. Daarvan is ook tijdens de behandeling van de zaak op zitting gebleken. In de thuissituatie was betrokkene tevens zeer angstig en wilde hij een wapen kopen. Bovendien wordt de echtgenote van betrokkene overvraagd in de zorg voor betrokkene.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is sprake van een acute manisch psychotische episode, hetgeen gekenmerkt wordt door verward en versneld denken, grootheids- en waanideeën en paranoïde gedachten.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal de verzochte vormen van verplichte zorg ‘toedienen van vocht en voeding’, ‘uitoefenen van toezicht’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ afwijzen, aangezien de behandelaar heeft verklaard dat deze zorgvormen niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Tijdens de mondelinge behandeling geeft betrokkene aan dat hij niet opgenomen wil blijven. Daarnaast ontkent hij dat er sprake is van psychische problematiek en is hij van mening dat hij geen behandeling nodig heeft.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1956 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
25 mei 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.