ECLI:NL:RBZWB:2026:4924

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447620 / FA RK 26-2193
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Weerkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1936, wegens toenemende geheugenproblemen en gevaarlijke situaties thuis.

Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, casemanager en zoon gehoord. Betrokkene verzette zich tegen opname en hulpverlening, terwijl de casemanager en zoon ernstige zorgen uitten over haar veiligheid en verzorging.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan dementie met diverse cognitieve stoornissen en gedragsproblemen die leiden tot ernstig nadeel, zoals verwaarlozing, psychische schade en risico op onderkoeling.

De opname in een verpleeghuis werd noodzakelijk geacht om dit ernstig nadeel te voorkomen, aangezien minder bezwarende alternatieven onvoldoende effectief waren gebleken.

De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden, met een geldigheidsduur tot 4 november 2026, en wees op het openstaande cassatierecht.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene wegens dementie en ernstig nadeel voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447620 / FA RK 26-2193
Datum uitspraak: 4 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat: mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mw. [persoon] , casemanager;
  • de zoon van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene vertelt dat ze niet naar een verpleeghuis wil. Het klopt dat betrokkene niet altijd hulp van de thuiszorg toelaat, maar dat komt omdat alles in huis al netjes is. Ze kan alles nog zelf en verzorgt zichzelf goed.
3.2.
De advocaat verklaart dat het de voorkeur heeft als betrokkene verhuist naar een verpleeghuis in de buurt van haar zoon. Betrokkene is heel stellig in haar verzet. De advocaat begrijpt het verzoek. Er zijn zorgen en alternatieven lijken niet meer mogelijk te zijn. De advocaat refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
De casemanager licht toe dat de geheugenproblemen van betrokkene steeds erger worden. De zorgen nemen toe. Betrokkene geeft aan alles nog zelf te kunnen en ook te doen, maar dit lukt haar niet altijd meer. Dit zorgt voor gevaarlijke situaties. Zo heeft de thuiszorg voedingsmiddelen, welke gekoeld moeten worden bewaard, gevonden op plekken buiten de koelkast. Ook hebben ze een aangebrand pannetje aangetroffen. Betrokkene laat de hulp niet toe, zoals dagbesteding en de thuiszorg. De thuiszorg komt iedere dag langs om maaltijden voor betrokkene op te warmen, maar het is onduidelijk of zij die daadwerkelijk opeet. Voorts komt het geregeld voor dat de thuiszorg betrokkene niet volledig aangekleed aantreft, omdat ze net uit bed komt. Het dag- en nachtritme van betrokkene is vermoedelijk omgedraaid. Tevens is het voorgekomen dat betrokkene in het donker dwaalt op straat, waarbij ze de weg niet meer terug weet en niet juist gekleed is voor het weer. Ook heeft betrokkene wanen ten aanzien van de buurman en lijkt ze te kampen met hallucinaties. Bovendien zijn er zorgen omtrent de persoonlijke verzorging van betrokkene, nu zij soms ongelukjes heeft met ontlasting en urine. Betrokkene geeft steeds vaker aan dat zij zich eenzaam voelt. Het is daarom de bedoeling dat zij naar een verpleeghuis in de buurt van haar zoon in [plaats 2] zal verhuizen.
3.4.
De zoon van betrokkene vertelt dat de thuiszorg elke dag bij betrokkene langskomt. Het is vaker voorgekomen dat betrokkene dwaalt en haar woning niet meer terug kan vinden. Er is weinig zicht op betrokkene. Soms heeft betrokkene ook vieze kleding aan. De zoon staat achter het verzoek. Er zijn geen alternatieven meer mogelijk.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Bij betrokkene is sprake van geheugen- en inprentingsstoornissen, alsmede van desoriëntatie in tijd en plaats. Ook is er sprake van een verstoord overzicht en planning.
Betrokkene kampt tevens met oordeels- en kritiekstoornissen, een verstoord dag- en nachtritme, achterdocht, apraxie en een gebrek aan ziekte-inzicht en -besef.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er in toenemende mate zorgen zijn over betrokkene. Zo wordt betrokkene regelmatig door de thuiszorg ontredderd en angstig aangetroffen. Betrokkene is daarnaast niet meer in staat om adequaat voor zichzelf te zorgen. Er is regelmatig sprake van ongelukjes met ontlasting en urine en betrokkene heeft vaak vervuilde kleding aan. Voorts is er onvoldoende zicht op het eten en drinken van betrokkene. Er worden regelmatig bedorven maaltijden buiten de koelkast aangetroffen en weggegooid. Ook heeft de thuiszorg een aangebrand pannetje aangetroffen, hetgeen voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Tevens kampt betrokkene met wanen en vermoedelijk ook hallucinaties, hetgeen maakt dat zij snel kan wisselen in haar stemming. Dit kan agressie van derden veroorzaken. Bovendien is er bij betrokkene sprake van een toename in dwalen, waaronder ’s avonds laat. Betrokkene is daarbij afgelopen winter onvoldoende gekleed naar buiten gegaan en kon haar woning niet meer terugvinden, hetgeen maakt dat er een risico op onderkoeling bestaat.
4.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24-uurs zorg en begeleiding nodig in een veilige woonomgeving, nu zij niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Binnen een verpleeghuis krijgt betrokkene de nodige zorg en structuur.
4.5.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene niet opgenomen wil worden. Ook weigert betrokkene hulp van de thuiszorg en staat ze niet open voor dagbesteding.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is reeds in de thuissituatie thuiszorg, begeleiding en mantelzorg ingezet. Betrokkene weigert echter regelmatig de zorg en het is niet voldoende gebleken om het ernstig nadeel af te wenden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
4 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.