ECLI:NL:RBZWB:2026:4928
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout om zijn bijstandsuitkering per 1 oktober 2025 in te trekken. De intrekking is gebaseerd op het niet tijdig verstrekken van informatie over zijn feitelijke verblijfplaats en onvoldoende gegevens over zijn niet-betrokkenheid bij een Duitse onderneming.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker zich in een financiële noodsituatie bevindt en dat er sprake is van een spoedeisend belang. De gevraagde informatie over de verblijfplaats is van belang voor de beoordeling van het recht op bijstand en mag ook van iemand met een zwervend bestaan worden verwacht. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij deze informatie niet kon verstrekken.
De achteraf ingeleverde registratie is onvoldoende gespecificeerd en verzoeker heeft bovendien tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De voorzieningenrechter concludeert dat sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Ten aanzien van de gegevens over de Duitse onderneming zal in de bezwaarfase nader onderzoek plaatsvinden.
Gezien de schending van de inlichtingenplicht is de verwachting dat het besluit in bezwaar (deels) standhoudt. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.