ECLI:NL:RBZWB:2026:4931
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing 30%-regeling voor ingekomen werknemer
Belanghebbende heeft samen met zijn werkgever een verzoek ingediend voor toepassing van de 30%-regeling, bedoeld voor ingekomen werknemers. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden, met name de eis dat hij in de 24 maanden voorafgaand aan de tewerkstelling minimaal 16 maanden op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonachtig moest zijn.
Belanghebbende was sinds 5 augustus 2019 ingeschreven in de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie en vertrok pas op 6 maart 2023 naar Italië voor een opdracht. Hoewel hij daarna in het buitenland verbleef, voldeed hij niet aan de 16 maanden eis, aangezien hij slechts 15 maanden en 11 dagen buiten Nederland woonde.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende daarom geen ingekomen werknemer is in de zin van de 30%-regeling en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor heeft belanghebbende geen recht op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier Y. de Vos op 4 juni 2026 te Breda. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de 30%-regeling.