Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:494

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
12-700097-12
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met één jaar wegens hoog recidiverisico en actuele pedofiele stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 januari 2026 besloten de tbs-maatregel van betrokkene te verlengen met één jaar. De tbs was oorspronkelijk opgelegd wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige en is sinds 2016 van kracht. De laatste verlenging betrof twee jaar in 2024.

De officier van justitie vorderde aanvankelijk een verlenging van twee jaar, maar paste dit ter zitting aan tot één jaar. De verdediging verzocht primair om aanhouding van de behandeling in afwachting van een herzieningsprocedure bij de Hoge Raad, subsidiair om verlenging met één jaar.

De deskundige van de tbs-instelling rapporteerde dat de kernproblematiek, waaronder een pedofiele stoornis, actueel en moeilijk behandelbaar is, met een hoog recidiverisico. Betrokkene toont geen bereidheid tot risicomanagement, waardoor onbegeleid verlof niet mogelijk is. De rechtbank oordeelde dat de vordering ontvankelijk is, het gevaarscriterium wordt voldaan en dat verlenging proportioneel en subsidiar is. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen vanwege onvoorspelbaarheid van de duur van de herzieningsprocedure.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met dwangverpleging met één jaar wegens een hoog recidiverisico en actuele pedofiele stoornis.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 12-700097-12
Beslissing van de meervoudige kamer van 28 januari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1946,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [tbs-instelling] te [plaats] (hierna: de tbs-instelling),
hierna: betrokkene.

1.Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 juli 2014 is de tbs van betrokkene gelast en is zijn verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) bevolen. De tbs is gelast ter zake van het plegen van ontuchtige handelingen met iemand jonger dan zestien jaar. Het gerechtshof constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is aangevangen op 26 januari 2016.
Bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 1 december 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met twee jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam.
Voorts is als deskundige gehoord [deskundige], waarnemend regiebehandelaar bij de tbs-instelling.

3.Advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling heeft in het rapport van 4 november 2025 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan het indexdelict is nog actueel. Daarbij is er sprake van een hoog recidiverisico bij verval van de huidige maatregel en zorg en toezicht. Hij committeert zich niet aan het voorgestelde risicomanagement, zodat onbegeleid verlof niet mogelijk is. Meerdere factoren zoals rigiditeit, ontkennende houding tegenover het indexdelict, beperkt mentaliseren, pedofiele geaardheid en bijbehorende cognities maken dat longcare is geïndiceerd. Betrokkene is aangemeld en geaccepteerd bij longcare-voorziening [locatie] van [FPC] en staat op de wachtlijst. Het is niet bekend op welke termijn er een plaats voor hem beschikbaar is in [locatie].

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting, gelet op het subsidiaire standpunt van de verdediging, de vordering aangepast in die zin dat de tbs slechts verlengd dient te worden met één jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat voorbereidingen zijn getroffen voor het starten van een herzieningsprocedure bij de Hoge Raad in de strafzaak ten aanzien van het feit op grond waarvan de tbs-maatregel is opgelegd. Gelet daarop is primair verzocht de behandeling van de vordering aan te houden in afwachting van de uitkomst van de herzieningsprocedure. Subsidiair is bepleit de maatregel met één jaar te verlengen zodat in geval van een positieve uitkomst van de herzieningsprocedure binnen een afzienbare periode kan worden toegewerkt naar beëindiging van de maatregel.

5.Beoordeling

Ontvankelijkheid van de vordering
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen, omdat zij in eerste aanleg
kennis heeft genomen van de misdrijven ter zake waarvan de tbs is gelast. De vordering is
tijdig ingediend, dat wil zeggen niet eerder dan twee maanden en niet later dan één maand
voor het tijdstip waarop de tbs door tijdsverloop zou eindigen. De officier van justitie is
ontvankelijk in de vordering.
Gevaarscriterium
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Er is onder andere sprake van een pedofiele stoornis. Deze kernproblematiek is actueel en blijkt moeilijk bewerkbaar. Daardoor is het recidiverisico nog hoog. De behandeling is gestagneerd en er wordt geen verandering meer verwacht in de kernproblematiek. Betrokkene is daarom aangemeld bij de longcarevoorziening van [FPC]. Het is onbekend wanneer hij overgeplaatst kan worden.
Aanhoudingsverzoek en duur van de verlenging
Aangaande het aanhoudingsverzoek van de verdediging overweegt de rechtbank dat op dit moment niet voorzienbaar is hoelang het traject van de herzieningsprocedure zal duren. De rechtbank acht het daarom onwenselijk om de beslissing op de onderhavige vordering uit te stellen totdat de herzieningsprocedure is afgerond. Gelet op de bijgestelde vordering van de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat de tbs met dwangverpleging moet worden verlengd met één jaar.
Proportionaliteit en subsidiariteit
Gelet op de aard van de gediagnosticeerde stoornis, de ernst van de indexdelicten en het
ingeschatte recidivegevaar in het geval van beëindiging van de maatregel is de rechtbank
van oordeel dat met een verlenging van de tbs-maatregel de grenzen van de proportionaliteit
en subsidiariteit niet worden overschreden.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met
éénjaar;
Deze beslissing is genomen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter,
en mr. J.F.C. Janssen en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 januari 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.