ECLI:NL:RBZWB:2026:495

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
02.097679.21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs met dwangverpleging wegens blijvende psychiatrische kwetsbaarheid

Betrokkene is sinds 28 januari 2022 ter beschikking gesteld (tbs) met dwangverpleging vanwege vernielingen en mishandelingen, waaronder van een ambtenaar in functie. De rechtbank verlengde de maatregel reeds in februari 2024 met twee jaar. Op verzoek van het Openbaar Ministerie is de tbs opnieuw verlengd.

De instelling en externe gedragsdeskundigen stellen vast dat betrokkene lijdt aan schizofrenie met cognitieve stoornissen en een stoornis in middelengebruik, die in gedwongen remissie is. Ondanks medicatie en therapie is de problematiek chronisch en blijft betrokkene kwetsbaar, met een hoog recidiverisico bij het wegvallen van de maatregel. Betrokkene toont stabiele vooruitgang, maar heeft nog intensieve begeleiding en toezicht nodig.

De officier van justitie ondersteunt de verlenging met twee jaar, terwijl betrokkene zelf de duur van de maatregel niet in verhouding acht tot de gepleegde feiten. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, gezien het blijvende gevaar voor de veiligheid en de noodzaak van verdere resocialisatie en begeleiding. Daarom wordt de tbs met dwangverpleging met twee jaar verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaar wegens blijvende psychiatrische kwetsbaarheid en hoog recidiverisico.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-097679-21
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 28 januari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
feitelijk verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum [de instelling] (hierna: de instelling),
[adres] , [plaats] ,
hierna: betrokkene
raadsman mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 januari 2022 is de terbeschikkingstelling (hierna: de tbs) van betrokkene gelast en is zijn verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) bevolen. De tbs is gelast ter zake van vernielingen en mishandelingen, waaronder die van een ambtenaar in functie. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 28 januari 2022.
Bij beslissing van deze rechtbank van 6 februari 2024 is de tbs verlengd voor een termijn van twee jaren.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 12 december 2025 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. J. Castelein, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda voor de formele aspecten van de zaak. Betrokkene heeft voor het overige zelf op de vordering gereageerd.
Voorts is als deskundige gehoord, [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog bij de instelling.

3.Adviezen

3.1.
Advies instelling
De instelling heeft in het rapport van 27 november 2025 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaren.
Bij betrokkene is schizofrenie, met positieve en negatieve symptomen, vastgesteld. Er is sprake van cognitieve stoornissen in de vorm van geheugenproblemen, beperkingen in het oordeelsvermogen en executief functioneren. Het beloop is chronisch te noemen, ondanks adequate instelling op antipsychotische medicatie. Daarnaast is er sprake van een stoornis in alcoholgebruik, cocaïne, cannabis en amfetamineachtig middel, in gedwongen remissie in een gereguleerde omgeving. Doordat het intellectueel functioneren van betrokkene lager ligt dan van zijn opleidingsniveau verwacht mag worden en hij verbaal sterk overkomt, blijven zijn beperkingen makkelijker onopgemerkt en wordt hij snel overvraagd.
Betrokkene verblijft sinds 23 augustus 2024 bij de intramurale behandelafdeling voor psychotisch kwetsbare patiënten (Behandeling 1). Hij is medicatietrouw, werkt mee aan behandelonderdelen en de uren dagbesteding worden opgebouwd. Betrokkene maakt zijn achterdochtige gedachtes steeds meer bespreekbaar. Wel wordt door de instelling gezien dat achterdocht ten aanzien van resocialisatie en grootheidswanen moeilijk bewerkbaar zijn en is in de afgelopen periode gebleken dat het betrokkene zonder ondersteuning onvoldoende lukt om overzicht te bewaren, waardoor hij afspraken vergeet of dubbele afspraken maakt. Ook heeft betrokkene moeite met het herkennen en verwoorden van spanningen, ondanks de inzet van diverse therapieën, en moet hij blijvend worden aangestuurd in zijn zelfzorg en activiteiten van het dagelijks leven. In het verloftraject laat betrokkene een stabiele vooruitgang zien en zowel de dubbele als de enkele begeleide verloven verlopen consistent veilig en voorspelbaar. Betrokkene is betrouwbaar in het opvolgen van de afspraken en blijft binnen de kaders van de begeleiding.
Betrokkene heeft de afgelopen periode positieve stappen gezet en de delictfactoren zijn grotendeels onder controle. Gezien wordt echter dat de kernproblematiek chronisch van aard is en betrokkene in psychisch opzicht blijvend kwetsbaar is, zodat hij naar verwachting nog langdurig afhankelijk zal zijn van een forensisch kader met intensieve begeleiding, structuur en controle. Binnen het resocialisatietraject zijn nog diverse stappen nodig voordat op een verantwoorde manier kan worden toegewerkt naar het einde van de tbs. Zo moeten de ondersteuningsbehoefte en draagkracht van betrokkene in kaart worden gebracht, de stabiliteit moet verder worden geconsolideerd, medicatie moet worden geoptimaliseerd en de geleerde vaardigheden moeten verder worden geautomatiseerd en gegeneraliseerd. Ook zal worden bekeken of onbegeleid verlof mogelijk is. Als de maatregel wegvalt, is de kans groot dat betrokkene afglijdt, in aanraking komt met verdovende middelen, zijn medicatie staakt en een zwervend bestaan zal leiden. Dit zal zijn psychose versterken en het risico op geweld verhogen. De instelling adviseert daarom de tbs met twee jaren te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige [GZ-psycholoog] daaraan nog het volgende toegevoegd. Betrokkene zet zich in. De verloven verlopen zonder problemen en betrokkene houdt zich daarbij aan de afspraken. Na een vermeerdering van de dagbestedingsuren moet het wel in balans blijven. Over de toekomst van betrokkene verschillen de kliniek en betrokkene van mening. De komende periode moet onbegeleid verlof worden ingezet en kan worden bekeken of het afschalen naar een Forensisch Psychiatrische afdeling (hierna: FPA) stabiel verloopt. De stappen van verlof en de eventuele afschaling naar een FPA zijn heel passend en kunnen binnen het risicomanagement van de tbs gedragen worden, maar hoe betrokkene daar functioneert is bepalend. Het uiteindelijke uitstroomdoel is nog onduidelijk. Vervolgstappen na de FPA zouden eventueel in het vrijwillig kader kunnen, mits iedereen daar achter staat. Dat is binnen twee jaren niet te verwachten. Er moet nog blijken of levenslange bemoeienis van een psychiater voor medicatie en begeleiding van 24-uurszorg of minder nodig is. Bekeken zal worden of met het aanpassen van de medicatie de draagkracht van betrokkene kan worden verhoogd. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat bij het wegvallen van de maatregel. Er is een verschil in de visie van de kliniek en betrokkene over de problematiek en het middelengebruik, meer specifiek wanneer dat problematisch is. In controle rond middelengebruik is betrokkene stabiel.
3.2.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van [de psychiater] van 3 november 2025 blijkt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol, cocaïne en amfetamine, die alle gedwongen in remissie zijn. Het recidiverisico wordt binnen het huidig kader als laag ingeschat. Uit zorg en zonder het tbs-kader zal dit risico waarschijnlijk, al op korte termijn, oplopen naar hoog. Volgens de psychiater is continuering van de tbs en verblijf in de huidige kliniek aangewezen. Belangrijke aspecten van het risicomanagement zijn het huidig medicamenteus beleid, abstinentie van alcohol en drugs, bieden van externe (dag)structuur en intensieve persoonlijke begeleiding, alsmede van intensief toezicht. De verloven moeten geleidelijk worden uitgebreid, met behoud van het huidig risicomanagement dat primair extern gelegen is en er moet gekeken worden welke realistische uitstroommogelijkheden er zijn. Volgens de psychiater mag aangenomen worden dat betrokkene blijvend kwetsbaar is en zeer waarschijnlijk langdurig - zo niet levenslang - afhankelijk zal blijven van hooggespecialiseerde, professionele zorg en toezicht. Niet uit te sluiten valt dat een 24-uurs zorg- en toezicht biedende begeleide woonvorm/specialistische woonaccommodatie het hoogst haalbare zal zijn.
De psychiater adviseert de tbs met twee jaren te verlengen.
Advies psycholoog
Het advies van [de psycholoog] van 4 november 2025 komt overeen met dat van de psychiater. Ook de psycholoog adviseert de tbs met twee jaren te verlengen.

4.Standpunt van partijen

4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaren te verlengen gebleven. Aan de wettelijke vereisten is voldaan en bij betrokkene is sprake van een stoornis. De deskundigen zijn het eens over de duur van de verlenging en achten het niet goed voorstelbaar dat er een kortere termijn dan twee jaren nodig zou zijn. De officier van justitie acht daarom een verlenging van twee jaren passend.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich goed voelt, therapieën volgt en medicatie gebruikt, als hem dat wordt aanbevolen. Een verlenging met twee jaren en doorstromen naar een andere afdeling ziet betrokkene niet zitten. Betrokkene vindt dat de duur van de tbs niet in verhouding staat tot de strafbare feiten die hij heeft gepleegd.

5.Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Het recidiverisico is hoog als de zorg, het toezicht en de begeleiding door de instelling zouden wegvallen.
De rechtbank constateert dat betrokkene de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. De delictfactoren zijn merendeels onder controle, de dagbesteding van betrokkene kan worden uitgebreid en de verloven verlopen goed. De rechtbank heeft oog voor het gevoel van betrokkene dat de maatregel niet in verhouding staat tot de gepleegde delicten, maar ziet ook dat binnen het resocialisatietraject nog verschillende stappen nodig zijn voordat kan worden toegewerkt naar het einde van de tbs. Zo moeten er onder meer nog onbegeleide verloven worden ingezet, moet worden bekeken of afschaling naar een FPA stabiel verloopt en is nog onduidelijk wat de uiteindelijke uitstroomvoorziening zal zijn. Vanwege de problematiek van betrokkene is een periode van twee jaren hiervoor noodzakelijk.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaren.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met
2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. E.G.F. Vliegenberg, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. D.H. Hamburger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 januari 2026.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.