ECLI:NL:RBZWB:2026:496

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
02.096534.24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging van tbs-voorwaarden betreffende klinische opname

Betrokkene is terbeschikking gesteld (tbs) vanwege belaging en brandstichting, met als voorwaarde een klinische opname in een forensisch psychiatrische kliniek (FPK). Betrokkene verzocht om wijziging van deze voorwaarde, stellende dat een langdurige klinische opname contraproductief werkt en dat behandeling beter ambulant kan plaatsvinden, bijvoorbeeld bij zijn vader.

De officier van justitie en de reclassering verzetten zich tegen dit verzoek. Zij wijzen op het hoge recidiverisico, de overtreding van het contactverbod met het slachtoffer en de noodzaak van klinische behandeling om het risico te beheersen. De reclassering rapporteerde dat betrokkene sinds december 2025 een tweede behandelpoging in de kliniek ondergaat, waarbij de behandeling nog in de beginfase is en diagnostiek wordt voortgezet.

De rechtbank overweegt dat betrokkene een tweede kans heeft gekregen en dat de klinische opname noodzakelijk is geacht door meerdere deskundigen. Het overtreden van het contactverbod bevestigt het hoge recidiverisico. De rechtbank acht de klinische opname niet contraproductief en wijst het verzoek af. De behandeling moet worden voortgezet binnen de kliniek om het recidiverisico te verminderen.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de tbs-voorwaarden door het laten vervallen van de klinische opname is afgewezen vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van behandeling in de kliniek.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-096534-24
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 28 januari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek (hierna: FPA) [de instelling] (hierna: de instelling),
[adres 1] , [plaats 1] ,
formeel ingeschreven op het [adres 2] , [plaats 2] ,
hierna: betrokkene,
raadsvrouw mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 20 december 2024 is de terbeschikkingstelling (hierna: de tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De tbs is gelast ter zake van belaging en brandstichting. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 1 juli 2025.
Bij beslissing van deze rechtbank van 24 oktober 2025 is de vordering van de officier van justitie tot het alsnog geven van een bevel tot verpleging van overheidswege afgewezen.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft op 22 december 2025 van de raadsvrouw van betrokkene een verzoek ontvangen tot wijziging van de voorwaarden betreffende zijn gedrag. Verzocht wordt om de voorwaarde “dat betrokkene zich laat opnemen bij FPK [plaats 3] of soortgelijke instelling, of bij een forensische klinische instelling met een hoger beveiligingsniveau indien dit noodzakelijk wordt geacht, mede te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing”, te laten vervallen.
Het verzoek is op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. J. Castelein, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven.
Voorts is als deskundige via videoverbinding gehoord [reclasseringswerker], reclasseringswerker.

3.Standpunten

3.1.
Het standpunt van de verdediging
Door betrokkene en de raadsvrouw is het verzoek toegelicht. Een langdurige klinische opname beschadigt en destabiliseert betrokkene. Er wordt geprobeerd om betrokkene binnen de kliniek te stabiliseren, maar als gevolg daarvan toont hij impulsief gedrag, dient hij klachten in en doet hij suïcidepogingen. Betrokkene komt op deze manier niet tot behandeling. Een klinische opname werkt aldus contraproductief bij betrokkene. Volgens betrokkene kan de behandeling daarom beter binnen het ambulante kader plaatsvinden. Hij kan bij zijn vader verblijven en de overige voorwaarden kunnen blijven doorlopen. De recidiverisico’s zijn ook zonder klinische opname terug te brengen.
3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht het verzoek van betrokkene af te wijzen. Betrokkene is in december 2024 veroordeeld en op dat moment achtte de rechtbank het, gelet op het recidiverisico, passend om tbs met als voorwaarde een klinische behandeling op te leggen. Dat is gebaseerd op de adviezen van het NIFP en de reclassering. In [de FKP] ging het niet goed, wat heeft geleid tot een vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden. Die vordering is op 24 oktober jl. afgewezen en in haar beslissing heeft de rechtbank aangegeven dat betrokkene een tweede kans kreeg. Een maand geleden is de tweede behandelpoging gestart. Er ligt nu een officiële waarschuwing en een aanwijzing die het gevolg zijn van het overtreden van het contactverbod met het slachtoffer. Dat onderstreept het recidiverisico. De behandelaren schatten de recidiverisico’s in als onverminderd hoog en dan kan het niet anders dan dat klinische behandeling noodzakelijk is om de recidiverisico’s terug te dringen naar een aanvaardbaar niveau.

4.Rapport en toelichting reclassering

De reclassering heeft op 12 januari 2026 gerapporteerd naar aanleiding van het verzoek van betrokkene. Daarin is uiteengezet dat betrokkene naar aanleiding van de adviezen van de reclassering en de extern deskundigen medio 2024, en de daarin beschreven risicotaxaties, geïndiceerd is voor behandeling in een FPK. Betrokkene verblijft sinds 2 december 2025 bij de instelling voor zijn tweede behandelpoging. Gezien wordt dat de lijdenslast hoog is tijdens de huidige en vorige klinische opname, wat zich uit in suïcidale gedachten en gedragingen. Dat kan gedeeltelijk komen door de gevoelens van betrokkene, maar is ook inherent aan de huidige fase van de (delictpreventieve) behandeling. Er zijn alternatieve diagnostische hypotheses ontstaan, namelijk van een autismespectrumstoornis en een obsessief compulsieve stoornis, zich uitend in querulant gedrag, en het is noodzakelijk om dat goed te onderzoeken. De delictrisico’s zouden vanuit die problematiek begrepen kunnen worden, waarna een delictpreventieve behandeling moet starten. De recidiverisico’s zijn tot nog toe onverminderd hoog. Op 6 januari 2026 heeft betrokkene het contactverbod overtreden en contact gezocht met het slachtoffer. Hiervoor heeft betrokkene een officiële waarschuwing gekregen.
Ter zitting heeft de deskundige [reclasseringswerker] daaraan nog het volgende toegevoegd. Na een plaatsing is het gebruikelijk dat in de eerste maand een kennismaking plaatsvindt, een observatie volgt en een behandelplan wordt opgesteld. Het behandelplan met betrokkene is eind december opgesteld en dat heeft hij ondertekend. Daaraan dient de komende periode uitvoering te worden gegeven. De kliniek zal de komende periode ook de diagnostiek duidelijk proberen te krijgen en daarop behandeling inzetten. Het is duidelijk dat betrokkene het lastig vindt, maar dat is bij meerdere patiënten het geval. Het kan leiden tot instabilisatie. Mogelijk gaat het beter met betrokkene als er wordt ingezet op behandeling en er perspectief komt. Het is nog maar de vraag of deze werkwijze contraproductief werkt, zoals de verdediging aanvoert, omdat de behandeling nauwelijks is opgestart. Daarnaast is gesteld dat het recidiverisico zou zijn afgenomen, maar ook nu is nog sprake van een hoog recidiverisico. Zodra betrokkene zich buiten de kliniek bevindt, is er een hoog risico dat hij het slachtoffer weer gaat benaderen. Daarom is de klinische opname geadviseerd. Gaandeweg zal worden bekeken of het beveiligingsniveau kan worden afgeschaald. De reclassering staat niet achter toewijzing van het verzoek van betrokkene.

5.Beoordeling

Tijdens de inhoudelijke behandeling van de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden op 10 oktober 2025 is gesproken over de klinische opname van betrokkene. Betrokkene heeft toen aangegeven dat hij graag een tweede behandelpoging in het kader van de tbs met voorwaarden zou willen en heeft zich bereid verklaard zich aan alle voorwaarden te zullen houden. Hij heeft erkend dat hij voor zijn problematiek een klinische behandeling nodig heeft. Hij heeft aangegeven dat hij hiervoor openstaat en dat hij zelf verantwoordelijk is voor het slagen ervan. De rechtbank heeft betrokkene die tweede kans gegund en hem het voordeel van de twijfel gegeven. Betrokkene is daarom op 2 december 2025 overgeplaatst naar FPA [de instelling] .
De rechtbank constateert dat het behandelplan dateert van 22 december 2025 en de behandeling van betrokkene nog maar amper is aangevangen. De klinische opname is als voorwaarde verbonden aan de opgelegde maatregel op basis van meerdere deskundigenrapportages, waaruit bleek dat een klinische opname noodzakelijk werd geacht om het recidiverisico in te perken. Volgens de reclassering is klinische opname op dit moment nog steeds geïndiceerd vanwege het hoge recidiverisico. Dit wordt ook bevestigd door het overtreden van het contactverbod door betrokkene op 6 januari jl. Bovendien zijn de gevoelens van betrokkene voor een deel inherent aan de fase van de (delictpreventieve) behandeling waarin betrokkene zich op dit moment bevindt. Dat een klinische opname voor betrokkene contraproductief werkt, is door de instelling niet aangegeven. Dat een klinische behandeling voor betrokkene niet geschikt zou zijn, zoals de verdediging aanvoert, volgt de rechtbank bij de huidige stand van zaken dan ook niet. Omdat de behandeling zich nog in de startfase bevindt, de diagnostiek van betrokkene nader moet worden bekeken en klinische behandeling door deskundigen noodzakelijk wordt geacht vanwege het hoge recidiverisico, zal de rechtbank het verzoek van betrokkene afwijzen.

6.Beslissing

De rechtbank:
wijst afhet verzoek tot wijziging van de voorwaarden.
Deze beslissing is genomen door mr. E.G.F. Vliegenberg, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. D.H. Hamburger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 januari 2026.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.