Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .
Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1.Het verloop van de procedure
- de tussenbeschikking van 7 mei 2025 en alle daarin vermelde stukken;
- de brief van mr. Van Reeven-Özer, van 12 maart 2026;
- de brief van de man, ontvangen op 28 april 2026.
2.De feiten
voorlopigrecht hebben op contact met elkaar:
- eenmaal in de week een videobelmoment;
- eens in de drie weken op de zaterdag van 10:00 uur tot 12:00 uur op neutraal terrein,
- in de omgeving van de woonplaats van de vrouw, bijvoorbeeld een (binnen)speeltuin
- onder begeleiding van grootvader (moederszijde). Bij de eerste contacten zal de vrouw aanwezig zijn.
- zowel de man als de vrouw laten zich op geen enkele manier negatief uit over de andere ouder of zijn of haar familie;
- voor het geval aan een contact kosten zijn verbonden (zoals entreekosten) neemt de man de kosten van zichzelf en [minderjarige] voor zijn rekening;
- in de periode vanaf 9januari tot 31 januari 2025 zijn de grootouders op vakantie en kunnen er dus geen contactmomenten plaatsvinden; dat geldt ook in geval van ziekte van grootvader mz.
voorlopigrecht hebben op contact met elkaar:
3.De (resterende) verzoeken
4.De (nadere) standpunten en het advies van de Raad
5.De (nadere) beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.