ECLI:NL:RBZWB:2026:4974

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/02/446998 / JE RK 26-629
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BWArt. 1:261 BWArt. 1:255 lid 1 BWArt. 1:253a lid 2 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorg- en opvoedingstaken en opheffing ondertoezichtstelling minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en de opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2021.

De ouders hadden gezamenlijk het ouderlijk gezag en waren belast met de zorg voor de minderjarige. Eerder was een ondertoezichtstelling verlengd omdat de ouders nog niet tot afspraken waren gekomen over de zorgverdeling. Inmiddels zijn de ouders in onderling overleg tot duidelijke afspraken gekomen over de zorg- en contactregeling, die door de gecertificeerde instelling (GI) aan de rechtbank zijn voorgelegd.

De GI verzocht de rechtbank om deze afspraken vast te stellen en de ondertoezichtstelling op te heffen, omdat de doelen van de ondertoezichtstelling zijn behaald. Zowel de moeder, de vader als de Raad voor de Kinderbescherming steunden dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn en heeft de ondertoezichtstelling per direct opgeheven.

De zorgregeling bepaalt onder meer dat de minderjarige in even weken van donderdag na school tot maandag voor school bij de vader verblijft, en in oneven weken van woensdag na school tot vrijdag voor school. Tijdens vakanties en feestdagen gelden specifieke afspraken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank stelt de zorg- en opvoedingstaken vast en heft de ondertoezichtstelling per direct op.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446998 / JE RK 26-629
Datum uitspraak: 6 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en opheffing ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.C.G.M. van Hoof uit Tilburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de
Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026;
  • de brief van mr. Van Hoof met bijlage, ontvangen op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 6 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • een vertegenwoordigster van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 april 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 19 april 2026 tot 19 juli 2026.
2.3.
In de beschikking van deze rechtbank van 11 augustus 2025 (met kenmerk
C/02/435796 / JE RK 25-953) heeft de kinderrechter een verdeling van de zorg- en
opvoedingstaken vastgesteld. Deze regeling luidt als volgt:
  • In de even weken is [minderjarige] van woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school bij de vader. De vader haalt haar op woensdagmiddag op uit school en brengt haar op donderdagochtend weer naar school.
  • In de oneven weken is [minderjarige] van vrijdagmiddag uit school tot zaterdag 18.00 uur bij de vader. De vader haalt haar op vrijdagmiddag op uit school en brengt haar op zaterdagavond om 18.00 uur terug naar de moeder.
In diezelfde beschikking is bepaald dat als voornoemde regeling goed verloopt en als deze
uitbreiding behoeft, dat de GI dat mag doen, hiervoor is de regie bij haar belegd.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast te stellen:
  • In de even weken verblijft [minderjarige] bij vader van donderdag na schooltijd tot en met maandag voor schooltijd.
  • In de oneven weken verblijft [minderjarige] bij vader van woensdag na schooltijd tot en met vrijdag voor schooltijd.
  • Deze weken wisselen elkaar af in een doorlopende cyclus.
  • De wisseling vindt plaats op school.
3.2.
In aanvulling op het verzoek verzoekt de GI tijdens de zitting om te bepalen dat tijdens de vakanties en de feestdagen de volgende zorg- en contactregeling voor [minderjarige] zal gelden:
  • Tijdens (school)vakanties heeft [minderjarige] minimaal eenmaal per week contact met de andere ouder via videobellen.
  • Ouders kunnen in onderling overleg aanvullende of afwijkende afspraken maken, mits deze in het belang van [minderjarige] zijn.
  • Ouders zijn niet bevoegd om eenzijdig omgangsmomenten te wijzigen.
Voorjaarsvakantie
In de even jaren verblijft [minderjarige] bij de moeder.
In de oneven jaren verblijf [minderjarige] bij de vader.
- De vakantie start op vrijdag na school. De ouder bij wie [minderjarige] gedurende de voorjaarsvakantie verblijft haalt haar op vrijdag uit school en brengt haar op maandagochtend, na de vakantie, weer naar school.
Meivakantie
In de even jaren verblijft [minderjarige] in de eerste week bij de moeder. En de tweede week bij de vader.
In de oneven jaren verblijft [minderjarige] in de eerste week bij de vader. En de tweede week bij de moeder.
  • De vakantie start op vrijdag na school. De ouder waar [minderjarige] in de eerste week van de vakantie verblijft, haalt haar op uit school.
  • De ouder waar [minderjarige] in de eerste week verblijft, brengt [minderjarige] om 10.00 uur (op vrijdag) naar de andere ouder.
  • De ouder bij wie [minderjarige] in de tweede week verblijft, brengt [minderjarige] op maandagochtend na de vakantie weer naar school.
Zomervakantie
Voor de zomervakantie zijn de ouders de volgende afspraken overeengekomen:
  • De zomervakantie wordt bij helfte verdeeld. Bij afwijkingen overleggen de ouders onderling.
  • De vakantie start op de vrijdag na school. De ouder bij wie [minderjarige] in de eerste drie weken verblijft, haalt haar op van school.
  • De ouder bij wie [minderjarige] in de eerste drie weken verblijft, brengt haar (op vrijdag) om 10.00 uur naar de andere ouder.
  • De ouder bij wie [minderjarige] in de tweede drie weken verblijft, brengt haar op de maandagochtend na de vakantie weer naar school.
Voor de zomervakantie 2026 zijn de ouders afwijkende afspraken overeengekomen:
  • [minderjarige] verblijft in de eerste twee weken, van 11 juli tot 25 juli 2026, bij de vader.
  • In de derde en vierde week, van 25 juli tot 8 augustus 2026, verblijft [minderjarige] bij de moeder.
  • In de vijfde week, van 8 augustus tot 15 augustus 2026, verblijft zij bij de vader.
  • In de zesde week, van 15 augustus tot 22 augustus 2026, verblijft [minderjarige] bij de moeder.
  • De ouder bij wie [minderjarige] verblijft, brengt haar naar de andere ouder.
Herfstvakantie
In de even jaren verblijft [minderjarige] bij de vader.
In de oneven jaren verblijf [minderjarige] bij de moeder.
- De vakantie start op vrijdag na school. De ouder bij wie [minderjarige] gedurende de herfstvakantie verblijft brengt haar op maandagochtend na de vakantie weer naar school.
Kerstvakantie
In de oneven jaren verblijft [minderjarige] in de eerste week bij de moeder. En de tweede week bij de vader.
In de even jaren verblijft [minderjarige] in de eerste week bij de vader. En de tweede week bij de moeder.
  • De vakantie start op vrijdag na school. De ouder waar [minderjarige] in de eerste week van de vakantie verblijft, haalt haar op uit school.
  • De ouder waar [minderjarige] in de eerste week verblijft, brengt [minderjarige] om 10.00 uur (op vrijdag) naar de andere ouder.
  • De ouder bij wie [minderjarige] in de tweede week verblijft, brengt [minderjarige] op maandagochtend na de vakantie weer naar school.
Pasen, Hemelvaart en Pinksteren
De zorg- en contactregeling zal, conform de afgegeven beschikking, doorlopen.
  • 2e Paasdag en 2° Pinksterdag vallen altijd op een maandag, [minderjarige] zal dan door de vader om 10.00 uur naar de moeder worden gebracht.
  • Hemelvaart valt altijd op een donderdag. [minderjarige] zal dan door de vader om 10.00 uur naar moeder worden gebracht.
Studiedagen
Wanneer de studiedag op een wisseldag valt, wordt [minderjarige] door de ouder waar zij die dag conform de afgegeven beschikking verblijft, om 14.30 uur naar de andere ouder gebracht.
Verjaardagen, Moederdag en Vaderdag
De zorg- en contactregeling zal conform de afgegeven beschikking doorlopen;
Althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen zorgverdeling tijdens de
vakanties en de feestdagen.

4.De standpunten

4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De ouders zijn in onderling overleg tot afspraken gekomen over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken. De GI verzoekt om deze afspraken vast te leggen. Nu de zorg- en opvoedtaken zijn vastgelegd, kan de ondertoezichtstelling worden opgeheven. De gronden hiervoor niet langer aanwezig zijn. Het gaat goed met [minderjarige] en het gaat goed met haar bij beide ouders. De ouders hebben het hulpverleningstraject bij [hulpverlening] gevolgd en positief afgerond. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn hiermee behaald.
4.2.
Door en namens de moeder is, samengevat, aangegeven dat zij het eens is met het verzoek van de GI. Nu er duidelijke afspraken liggen is de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk.
4.3.
Door en namens de vader is, samengevat, verklaard dat hij instemt met het verzoek. Nu de afspraken omtrent de zorg- en opvoedingstaken zijn vastgelegd, kan de ondertoezichtstelling beëindigd worden. De situatie tussen de ouders verloopt goed. In de toekomst zullen de ouders het nog weleens oneens zijn, maar dat zullen zij dan zelf onderling oplossen.
4.4.
De Raad heeft, samengevat, naar voren gebracht dat het fijn is dat de ouders onderling tot afspraken zijn gekomen. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn behaald en de ondertoezichtstelling kan opgeheven worden. Het is verder aan de ouders om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling een zorgregeling of omgangsregeling vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2.
De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.3.
Uit het derde lid van voormeld artikel volgt dat, zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, de op grond van het eerste lid vastgestelde regeling als een regeling als bedoeld in artikel 1:253a, lid 2, onder a BW. Dit betekent dat de vastgestelde zorg- en contactregeling doorloopt, ondanks dat de ondertoezichtstelling is geëindigd.
5.4.
Op grond van artikel 1:261 BW Pro kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling opheffen indien de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro, niet langer is vervuld.
Inhoudelijke beoordeling
5.5.
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt het volgende. Tijdens de vorige zitting is besproken dat het goed gaat met [minderjarige] en dat zij het ook goed heeft bij beide ouders. Beide ouders hebben hun hulpverleningstraject positief afgerond en beschikken over voldoende opvoedingsvaardigheden. De onderlinge communicatie verliep echter nog niet naar behoren, waardoor het niet lukte om samen tot een verdeling van de zorg- en opvoedtaken te komen. Omdat de GI de regie had over de contactregeling, moest zij een verzoek tot wijziging en vaststelling van de zorg- en contactregeling bij de rechtbank indienen. Hiervoor is de ondertoezichtstelling verlengd.
5.6.
Tijdens de zitting is gebleken dat de ouders inmiddels onderling afspraken hebben gemaakt. De GI heeft verzocht deze afspraken, zoals ook tijdens de zitting zijn aangevuld en/of gewijzigd, vast te leggen. De kinderrechter zal dit verzoek toewijzen. Het is goed dat de ouders tot overeenstemming zijn gekomen; het draagvlak van de afspraken is groter omdat de ouders er samen uit zijn gekomen. De kinderrechter complimenteert de ouders hiervoor.
5.7.
De GI heeft tevens verzocht om de ondertoezichtstelling op te heffen, nu er duidelijke afspraken zijn gemaakt en de doelen van de ondertoezichtstelling zijn behaald. De kinderrechter heeft vastgesteld dat zowel de vader, de moeder als de Raad achter dit verzoek staan. Samen met de Raad acht de kinderrechter de gronden voor de ondertoezichtstelling niet langer aanwezig. De kinderrechter is dan ook met de GI van oordeel dat het voortzetten van de ondertoezichtstelling voor de resterende termijn tot 19 juli 2026 niet langer noodzakelijk is en zal de ondertoezichtstelling opheffen.
5.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders:
  • In de even weken verblijft [minderjarige] bij vader van donderdag na schooltijd tot en met maandag voor schooltijd.
  • In de oneven weken verblijft [minderjarige] bij vader van woensdag na schooltijd tot en met vrijdag voor schooltijd.
  • Deze weken wisselen elkaar af in een doorlopende cyclus.
  • De wisseling vindt plaats op school.
Voor de vakanties en de feestdagen geldt de regeling zoals verzocht door de GI onder rechtsoverweging 3.2.;
6.2.
heft op de ondertoezichtstelling van de minderjarige
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 met ingang van heden;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 27 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.