Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Leger des Heils Jeugdbescherming, locatie Rotterdam,
1.Het verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- de grootouders;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- het hebben van een vaste woon- of verblijfplaats;
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk op de in het dictum vermelde PRO FORMA datum een schriftelijk verslag bij de rechtbank in te dienen over het verloop en de resultaten van de lopende en de nog in te zetten hulpverlening, alsmede te berichten of het resterende verzoek al dan niet gehandhaafd wordt, onder toezending van een afschrift van dat verslag aan (de advocaat van) de moeder en aan de grootouders. In geval het resterende verzoek wordt gehandhaafd zal een nadere zitting worden gepland, waarvoor ook de Raad voor de Kinderbescherming zal worden uitgenodigd om de kinderrechter over het resterende verzoek te adviseren.
6.De beslissing
1 december 2026 PRO FORMA, in afwachting van het schriftelijk verslag van de GI zoals hiervoor in rechtsoverweging 5.11. is weergegeven;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.