ECLI:NL:RBZWB:2026:4991

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447854 / FA RK 26-2314
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Gremmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging met opname en bewegingsbeperking wegens weigering depotmedicatie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1977. De zorgmachtiging was reeds verleend tot 3 februari 2027 en omvatte het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid.

De officier van justitie verzocht om aanvullende vormen van verplichte zorg, namelijk opname in een accommodatie, beperking van de bewegingsvrijheid en insluiten. Betrokkene erkende de noodzaak van opname maar betwistte de noodzaak van de wijziging en stelde dat insluiten niet nodig was. De behandelaar gaf aan dat betrokkene vooruitgaat door depotmedicatie, maar opname en bewegingsbeperking noodzakelijk zijn om de medicatie toe te dienen en de toestand te verbeteren.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene langere tijd depotmedicatie weigerde, wat leidde tot een ernstige psychotische ontregeling en gevaarlijke situaties, waaronder het gooien van een steen door een ruit. Vrijwillige zorg was niet mogelijk. De rechtbank wees de wijziging toe, behalve insluiten, en beperkte de duur van opname en bewegingsbeperking tot telkens maximaal drie weken, gelet op het snel opknappen van betrokkene bij opname.

De zorgmachtiging blijft van kracht tot 3 februari 2027 en omvat nu het toedienen van medicatie, medische controles, opname in een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid, met de genoemde beperkingen in duur. De beschikking is op 8 mei 2026 mondeling gegeven en op 19 mei 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging door opname en bewegingsbeperking toe te staan voor telkens maximaal drie weken, insluiten wordt niet toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447854 / FA RK 26-2314
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvende in de accommodatie van [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. R.T.A.G. Keller uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026 bij de [accommodatie] aan het [adres] , [afdeling] , in [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • behandelaar, de heer [persoon] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 3 februari 2027 met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 3 februari 2026 voor betrokkene is afgegeven in die zin dat als aanvullende vormen van zorg kunnen worden toegepast:
- opname in een accommodatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij inmiddels is overgeplaatst van de HIC naar zijn huidige afdeling. Volgens betrokkene kon de overplaatsing plaatsvinden, omdat hij rustig was en niet meer gesepareerd hoefde te worden. Sinds vorige maand krijgt betrokkene nieuwe depotmedicatie. Betrokkene is er niet van overtuigd dat die medicatie dezelfde werking heeft. Dat betrokkene de deur niet meer opendeed voor ambulante zorgmedewerkers is volgens hem onjuist. Betrokkene erkent dat het de afgelopen tijd slechter met hem ging. Het is dan ook terecht dat hij moest worden opgenomen. Het liefste zou betrokkene naar huis gaan. Hij is mantelzorger voor zijn moeder en hij moet zijn zus bijstaan wiens partner net is overleden. Thuis moet betrokkene nog opruimen. Volgens betrokkene is hij voldoende opgeknapt om naar huis te gaan.
4.2.
De behandelaar verklaart, samengevat, dat de afgelopen periode grote zorgen over betrokkene zijn ontstaan. De incidenten stapelden zich op. Dit komt omdat betrokkene depotmedicatie weigerde, waardoor zijn toestand verslechterde. Betrokkene is opgenomen nadat hij een steen door andermans ruit heeft gegooid. Gezien wordt dat betrokkene nu voortuit gaat. De inschatting is dat hij woensdag weer naar huis kan gaan na het toedienen van de depotmedicatie. Betrokkene heeft nieuwe depotmedicatie gekregen en een tweede gift daarvan is nog noodzakelijk binnen de kaders van de opname. Daarna krijgt betrokkene eens per vier weken depotmedicatie toegediend. Wanneer betrokkene nu naar huis zou gaan, doet hij mogelijk niet open voor de noodzakelijke depotmedicatie. ‘Insluiten’ is toegepast als tijdelijke noodmaatregel. Deze vorm van verplichte zorg is nu niet meer nodig. De mogelijkheid tot een opname kan in duur worden beperkt. Uit het verleden is gebleken dat betrokkene bij een opname snel weer opknapt.
4.3.
De advocaat van betrokkene voert, samengevat, het volgende aan. Het toestandsbeeld van betrokkene is in de afgelopen maanden verslechterd door het niet innemen van depotmedicatie. Betrokkene erkent de noodzaak van de opname. Of de wijziging van de zorgmachtiging noodzakelijk is wordt betwijfeld. In de huidige zorgmachtiging is ‘toedienen van medicatie’ al als vorm van verplichte zorg toegestaan. Deze vorm van zorg kan ook anders worden ingericht, bijvoorbeeld door betrokkene ten behoeve van de toediening van medicatie mee te nemen en kortdurend op te nemen. Er zijn dus alternatieven om hetzelfde doel te bereiken. Betrokkene accepteert bovendien de nieuwe depotmedicatie, wat een wijziging van de zorgmachtiging evenmin noodzakelijk maakt. Wanneer de rechtbank de wijziging van de zorgmachtiging toestaat, wordt verzocht om de opnameduur te beperken tot telkens maximaal twee weken, omdat uit het verleden – en ook nu – is gebleken dat betrokkene snel opknapt. ‘Insluiten’ is niet noodzakelijk.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro en de in de zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet langer volstaan. Gebleken is dat betrokkene al langere tijd, enkele maanden, zijn noodzakelijke en verplichte behandeling met zijn depotmedicatie weigerde. Het behandelteam van betrokkene kon bovendien het functioneren van betrokkene niet meer
opvolgen en verbeteren. Bij betrokkene is een ernstige psychotische ontregeling ontstaan. Deze leidde tot aanzienlijk gevaar, onder meer door het gooien van een steen door een raam waarachter een kind stond. Daarnaast was er sprake van aanzienlijke verwaarlozing c.q. vervuiling van de eigen woning.
5.2.
Teneinde om deze noodsituatie af te wenden zijn de zorgvormen ‘opname’ en daarbinnen ‘beperken van bewegingsvrijheid’ en ‘insluiten’ toegepast om betrokkene te behandelen voor zijn decompensatie.
5.3.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene inziet dat een opname noodzakelijk was en hij beaamt dat het slechter met hem ging, heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Betrokkene lijkt ambivalent te staan tegenover zijn medicatie en geeft aan naar huis te willen om onder andere te zorgen voor zijn moeder. De arts heeft aangegeven dat betrokkene vooruit gaat maar dat een langere opname (tot minstens 13 mei) nodig is om het toestandsbeeld van betrokkene te doen verbeteren en om de noodzakelijke depotmedicatie toe te kunnen dienen. Een kortdurende opname binnen de zorgvorm ‘toediening medicatie’ zoals de advocaat beoogt, wordt dan ook niet voldoende geacht. Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.4.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.5.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten,
- opnemen in een accommodatie.
5.5.1
De rechtbank zal de mogelijkheid tot het toepassen van ‘insluiten’ niet als vorm van verplichte zorg in de zorgmachtiging overnemen, nu de behandelaar heeft verklaard dat deze vorm van verplichte zorg nu niet meer nodig is.
5.5.2
De rechtbank zal de mogelijkheid tot een opname (alsook ‘beperking van de bewegingsvrijheid’) in de zorgmachtiging toestaan voor de duur van telkens maximaal drie weken, nu is gebleken dat betrokkene bij een opname snel opknapt en opnames in het verleden steeds kortdurend zijn geweest.
5.6.
Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.
5.7.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6.
De beslissing
De rechtbank:
6.1
wijzigt de zorgmachtiging die op 3 februari 2026 is verleend voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, voor
- opnemen in een accommodatie, voor
telkens maximaal drie weken;
6.2
bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 3 februari 2027;
6.3
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.