ECLI:NL:RBZWB:2026:5001

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/02/435369 / FA RK 25/2480
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:4 BWArt. 1:5 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing stiefouderadoptie met naamswijziging en gezagswijziging voor minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 8 mei 2026 het verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige door zijn stiefvader, met gelijktijdige wijziging van voornaam en geslachtsnaam. De biologische vader was opgeroepen maar verscheen niet en voerde geen verweer. De moeder en stiefvader zijn sinds 2020 samenwonend en gehuwd sinds 2023. De minderjarige woont in een stabiele gezinssituatie met hen en een halfzusje.

De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie was voldaan, waaronder het ontbreken van een ouderlijke rol van de biologische vader, die al meer dan tien jaar uit beeld is. De minderjarige heeft een diagnostisch onderzoek ondergaan waaruit bleek dat hij de stiefvader als vader ziet, maar zich niet volledig onderdeel van het gezin voelt. De rechtbank achtte de adoptie in het kennelijk belang van het kind, ter bevordering van zijn sociaal-emotionele ontwikkeling.

De rechtbank wijzigde de voornamen van de minderjarige om verwijzingen naar de biologische vader te verwijderen, en bepaalde dat de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder en stiefvader zal dragen. De subsidiaire verzoeken tot gezamenlijk gezag en naamswijziging werden afgewezen omdat het primaire verzoek werd toegewezen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: Verzoek tot stiefouderadoptie en naamswijziging van de minderjarige wordt toegewezen, subsidiaire verzoeken worden afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/435369 / FA RK 25/2480
Datum uitspraak: 8 mei 2026
beschikking over stiefouderadoptie, wijziging voornaam/geslachtsnaam en gezag
in de zaak van
[de man]
hierna: de man
en ten aanzien van het gezagsverzoek en het naamwijzigingsverzoek
[de moeder],
hierna: de moeder,
gezamenlijk te noemen: verzoekers,
beiden wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. V.J. Nijenhof-Van der Donk uit ‘s-Hertogenbosch,
over de minderjarige:
-
[minderjarige 1]geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014 hierna: [minderjarige 1] .
Als belanghebbende in deze zaak wordt gezien:
-
[de vader], hierna: de vader, wonende in [woonplaats] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Dordrecht, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
- het op 13 mei 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de brief van de Raad van 13 juni 2025;
-het op 7 oktober 2025 ontvangen e-mailbericht van mr. Nijenhof-Van der Donk;
-het op 6 november 2025 ontvangen aangepaste geanonimiseerde verzoek met bijlagen
;
- het raadsrapport van 27 januari 2026;
- het op 9 februari 2026 ontvangen bericht van mr. Nijenhof-Van der Donk.
1.2
Het verzoek is mondeling behandeld op 15 april 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de stiefvader en de moeder met hun advocaat. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.
1.3.
De vader is juist opgeroepen, maar is niet gekomen.
1.4.
Voor deze mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met [minderjarige 1] gesproken over het verzoek.

2.De feiten

2.1
Op basis van de stukken in het dossier staat het volgende vast.
- [minderjarige 1] is in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014 geboren.
- [minderjarige 1] is de zoon van de moeder en de vader.
- [minderjarige 1] is geboren uit een affectieve relatie van de moeder met de vader.
- Bij beschikking van 9 augustus 2018 is bepaald dat de moeder voortaan alleen, met uitsluiting van de vader wordt belast met het gezag over [minderjarige 1] .
- [minderjarige 1] is sinds 2 januari 2020 verzorgd en opgevoed door de moeder en de man.
- Op [datum] 2023 zijn de moeder en de man met elkaar getrouwd.
2.2
Alle belanghebbenden hebben de Nederlandse nationaliteit en hun gewone woonplaats in Nederland.

3.Het verzoek

3.1.
De verzoekers verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. De adoptie uit te spreken van [minderjarige 1] door de man;
II. te bepalen dat [minderjarige 1] vanaf het moment van de stiefouderadoptie de naam [minderjarige 1] [de moeder] zal dragen;
subsidiair
III. te bepalen dat de man tezamen met de moeder belast zal zijn met het gezag over [minderjarige 1] ;
IV. te bepalen dat [minderjarige 1] vanaf het moment van het in kracht
gewijsde gaan van het verzoek tot het komen van gezamenlijk gezag de naam [minderjarige 1]
[de moeder] zal dragen.
3.2.
De verzoekers leggen aan de verzoeken ten grondslag dat de moeder pas 19 jaar oud was toen zij zwanger van [minderjarige 1] bleek te zijn. Voor de moeder staat vast dat de vader de verwekker is van [minderjarige 1] . De moeder en de vader zijn vervolgens ingetrokken bij de grootouders vaderszijde. Daar waren er echter veel spanningen en was er sprake van fysieke en emotionele mishandeling van de vader richting de moeder. De moeder en de vader zijn uit elkaar gegaan toen [minderjarige 1] drie maanden oud was. De moeder is toen met [minderjarige 1] bij de grootmoeder moederszijde en diens partner ingetrokken totdat zij een eigen plek had. De vader liet de moeder in die tijd niet met rust en er hebben verschillende bemiddelingsgesprekken en rechtszaken gespeeld. De vader heeft [minderjarige 1] na het verbreken van de relatie nog twee keer kort gezien. Inmiddels is er al jaren geen contact meer en neemt de vader hiertoe ook geen initiatief. De stiefvader is in 2019 in beeld gekomen. In 2020 zijn de stiefvader en de moeder gaan samenwonen en in 2023 zijn zij met elkaar gehuwd. Op [geboortedag 2] 2020 is uit de relatie van de stiefvader en de moeder dochter [minderjarige 2] geboren. De stiefvader speelt een belangrijke rol in het leven van [minderjarige 1] . De moeder, de stiefvader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vormen samen een stabiele gezinssituatie. [minderjarige 1] heeft een belast verleden. Bij hem is een diagnostisch onderzoek uitgevoerd en hieruit is onder andere gebleken dat hij weet dat zijn stiefvader niet zijn biologische vader is en dat hij zich zeker na de komst van [minderjarige 2] , geen volwaardig onderdeel van het gezin voelt. [minderjarige 1] heeft geen weet van wat adoptie en gezag inhoudt. Het onderzoek heeft wel gemaakt dat zowel de stiefvader als de moeder de huidige situatie graag in lijn willen brengen met de juridische situatie. Zij kiezen er bewust voor om primair stiefouderadoptie te verzoeken waarbij alle banden met de vader van [minderjarige 1] worden doorbroken en [minderjarige 1] een juridische verbinding kan aangaan met zijn stiefvader die hij als zijn vader beschouwt. Zij wensen ook te komen tot een naamswijziging waarbij hij dezelfde geslachtsnaam zal dragen als de moeder, de stiefvader alsook [minderjarige 2] . Ook wordt verzocht om de doopnamen ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ te laten vervallen zodat er geen enkele verwijzing meer is naar de vader. Dit is ook het uitdrukkelijke verzoek van [minderjarige 1] nu deze namen veel weerstand en verdriet bij hem opwekken. Naar het oordeel van verzoekers is aan alle voorwaarden om te komen tot een stiefouderadoptie voldaan. De vader is al tien jaar uit beeld en heeft al die tijd geen enkele stap gezet, ook niet na indiening van het verzoek om eenhoofdig gezag en het onderhavige verzoek. Ook nu laat de vader het opnieuw afweten door niet bij de zitting te verschijnen. [minderjarige 1] heeft nu en in de toekomst niets van de vader in hoedanigheid als ouder te verwachten. Zelfs als er op enig moment wel weer contact komt tussen [minderjarige 1] en de vader zal de vader geen ouderrol vervullen, die rol ligt bij de moeder en de stiefvader. De vader heeft zich weliswaar tijdens het raadsonderzoek uitgesproken tegen de adoptie, maar daar dient in het belang van [minderjarige 1] aan voorbij te worden gegaan. Het belang van [minderjarige 1] bij adoptie is groot. Het gaat over hoe hij zich verhoudt binnen het gezin van de moeder en de stiefvader en zijn gevoel van eigenwaarde. Voorts hebben verzoekers aangegeven dat zij er voor openstaan om de al betrokken gezinscoach te betrekken bij verdere statusvoorlichting.

4.Verweer

4.1.
De vader is, hoewel daartoe juist te zijn opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Ook is er namens hem geen verweerschrift door een advocaat ingediend.

5.Het advies van de Raad

5.1.
De Raad heeft in het rapport geadviseerd het primaire verzoek af te wijzen. Tijdens het raadsonderzoek is met de vader gesproken en heeft hij aangegeven het niet eens te zijn met de stiefouderadoptie. De vader wil iets betekenen in het leven van [minderjarige 1] en een vorm van contact met hem. Aan de andere kant twijfelt hij over zijn verwekkerschap. Het is echter de vraag of [minderjarige 1] daadwerkelijk nu en in de toekomst iets van de vader in hoedanigheid als ouder te verwachten heeft. Als de vader echt iets had gewild dan had hij immers stappen kunnen zetten en op z’n minst naar de zitting kunnen komen, al begrijpt de Raad ook dat de vader hierin mogelijk een drempel voelt. [minderjarige 1] heeft zich geen eigen beeld kunnen vormen van de vader. Hij kent hem niet en heeft van de moeder vooral negatieve informatie over hem verkregen waardoor hij een negatief beeld heeft van de vader. Ook heeft hij geen weet van het bestaan van zijn halfbroertje. Dit baart de Raad zorgen. Dit moment kan benut worden om [minderjarige 1] verdere statusvoorlichting te geven, waarbij de moeder (en de stiefvader) worden ondersteund door hulpverlening. Zo kan de vader een plek in het leven van [minderjarige 1] krijgen en kan [minderjarige 1] hopelijk op termijn een neutraler beeld van hem krijgen. De Raad ziet toewijzing van het subsidiaire verzoek over het gezag en de voor- en geslachtsnaamwijzing als een goede aanloop naar adoptie. [minderjarige 1] is nog jong en zijn instemming met de adoptie lijkt te zijn ingegeven vanuit de gevoelens van de moeder en door praktische zaken zoals de achternaam. Hij lijkt niet beseffen wat adoptie precies inhoudt en beschikt niet over alle informatie over zijn afkomst. Door toewijzing van het subsidiaire verzoek wordt tegemoet gekomen aan alle belangen. De Raad handhaaft dan ook het advies uit het raadsrapport, maar, alles afwegende, heeft de Raad er geen bezwaar tegen als de rechtbank afwijkt van dit advies en het primaire verzoek toewijst.

6.Mening [minderjarige 1]

6.1.
heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat hij de stiefvader ziet als vader, maar dat hij weet dat hij ook een biologische vader heeft. Hij woont samen met de moeder, de stiefvader en [minderjarige 2] en zij hebben allemaal de naam ‘ [geslachtsnaam man] ’. [minderjarige 1] wil graag bij het gezin horen en ook de naam [geslachtsnaam man] dragen. Nu voelt het alsof hij er niet echt bij hoort, alsof er iets mist.

7.Beoordeling

Adoptie
7.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:227, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan een dergelijk verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd.
7.2.
De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat de moeder en de man vanaf 2 januari 2020 samenleven en bovendien in deze periode staan ingeschreven op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen (BRP) De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan het vereiste als genoemd in artikel 1:227, tweede lid, BW.
7.3.
De rechtbank overweegt voorts dat het verzoek ingevolge artikel 1:227, derde lid, BW slechts alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW Pro, wordt voldaan.
Op grond van artikel 1:228, eerste lid, BW dient aan de navolgende voorwaarden voor adoptie te worden voldaan:
a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;
b. het kind niet een kleinkind van een adoptant is;
c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;
d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;
e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;
f. dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar heeft of hebben verzorgd en opgevoed;
g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.
7.4.
De rechtbank stelt op basis van de stukken en de mondelinge behandeling vast dat aan de voorwaarden als bepaald in artikel 1:228, eerste lid, BW is voldaan. De rechtbank overweegt over de voorwaarde onder artikel 1:228, eerste lid sub d BW dat tegenspraak ter gelegenheid van de zitting tegenover de rechter dient plaats te vinden. [1] De vader heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Hoewel hij tegenover de Raad heeft aangegeven tegen de adoptie te zijn, heeft hij in deze procedure geen verweer gevoerd en is hij ook niet op zitting verschenen. De rechtbank merkt daarbij ten overvloede op dat voor zover de vader het verzoek zou tegenspreken, aan deze tegenspraak kan worden voorbijgegaan, omdat de vader en [minderjarige 1] nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, zoals bepaald in artikel 1:228, tweede lid, sub a BW. Niet weersproken is immers dat de vader en de moeder drie maanden na de geboorte van [minderjarige 1] uit elkaar zijn gegaan en hij [minderjarige 1] daarna nog slechts twee keer kort heeft gezien.
7.5.
De rechtbank heeft op basis van de stukken en de mondelinge behandeling de overtuiging dat de verzochte adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige 1] is. De rechtbank onderschrijft dat het belangrijk is voor een kind om te weten wie zijn ouders zijn. [minderjarige 1] weet dat de stiefvader niet zijn biologische vader is maar ziet hem wel als vader. De stiefvader vervult immers sinds [minderjarige 1] vier jaar is een vaderrol in zijn leven, terwijl [minderjarige 1] nimmer betrokkenheid van de vader in zijn leven heeft ervaren. Het is voor [minderjarige 1] belangrijk dat de gezinssituatie waarin hij samen met de moeder, de stiefvader en halfzusje [minderjarige 2] al jarenlang opgroeit en leeft wordt geformaliseerd. Hoewel [minderjarige 1] logischerwijs niet goed begrijpt wat adoptie juridisch gezien betekent, heeft hij een duidelijke behoefte uitgesproken om bij het gezin te horen. Daarbij is [minderjarige 1] consistent in zijn wens. De adoptie zal voor hem dan ook in positieve zin bijdragen aan zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de moeder en de stiefvader hem zullen ondersteunen in zijn verdere identiteitsontwikkeling en daarbij indien nodig hulpverlening aanwenden.
7.6.
Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat [minderjarige 1] thans, en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien, niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder heeft te verwachten. [minderjarige 1] en de vader hebben geen band met elkaar. De vader is al meer dan tien jaar uit beeld en toont geen initiatief om daadwerkelijk een rol te spelen in het leven van [minderjarige 1] . Ook na het raadsonderzoek waarin hij de wens heeft uitgesproken om contact te hebben met [minderjarige 1] , heeft de vader het laten afweten en heeft hij geen enkele poging gedaan om betrokken te raken in het leven van [minderjarige 1] .
7.7.
De rechtbank zal daarom het verzoek tot adoptie van [minderjarige 1] door de stiefvader toewijzen.
Wijziging geslachtsnaam
7.8.
Ingevolge artikel 1:5, derde lid BW – voor zover hier van belang – houdt het kind zijn geslachtsnaam, indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van een ouder komt te staan, tenzij de ouder en diens echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van die ouder dan wel de geslachtsnaam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel of van hun beiden in een vrij te bepalen volgorde of van één van hen in combinatie met de oorspronkelijke geslachtsnaam van het kind in een vrij te bepalen volgorde zal hebben. De rechterlijke uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de adoptanten hieromtrent.
7.9.
De moeder en de stiefvader hebben gezamenlijk verklaard dat [minderjarige 1] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam man] ’ zal hebben. De rechtbank zal dit opnemen in de beslissing.
Wijziging voornamen
7.10.
Ingevolge artikel 1:4, vierde lid BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of er een voldoende zwaarwichtig belang bij de inwilliging van het verzoek tot voornaamswijziging is.
7.11.
De rechtbank neemt als onweersproken aan dat [minderjarige 1] , gelet op de weerstand en het verdriet die zijn tweede en derde naam bij hem oproepen vanwege de verwijzing naar de vader, een zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van zijn voornamen in ‘ [voornaam minderjarige 1] ’. Het verzoek tot wijziging van de voornamen zal daarom worden toegewezen zoals verzocht.
Subsidiaire verzoeken
7.12.
Nu de primaire verzoeken zullen worden toegewezen, behoeven de subsidiaire verzoeken geen bespreking meer. Die zullen worden afgewezen.
7.13.
Gelet op het voorgaande zal worden beslist als volgt.

8.De beslissing

De rechtbank
8.1.
spreekt uit de adoptie door verzoeker van de minderjarige
[minderjarige 1]geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014;
8.2.
verstaat dat de minderjarige de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam man] ’ zal hebben;
8.3.
gelast wijziging van de voornamen van de minderjarige in die zin dat deze enkel ‘ [voornaam minderjarige 1] ’ zal luiden;
8.4.
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
8.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 in aanwezigheid van mr. Van Noort, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Rechtbank Limburg 4 april 2016 ECLI:NL:RBLIM:2016:1296.