ECLI:NL:RBZWB:2026:5002

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447297 / FA RK 26-2017
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische zorg bij ernstige depressie met psychotische kenmerken

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1971, die lijdt aan een ernstige depressieve stoornis met psychotische en nihilistische kenmerken. Betrokkene verblijft momenteel in een psychiatrische accommodatie en vertoont ernstige passiviteit, zelfverwaarlozing en een gebrek aan ziekte-inzicht, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.

De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor twaalf maanden, terwijl de advocaat van betrokkene een kortere duur van zes maanden bepleitte en bepaalde vormen van verplichte zorg betwistte. De behandelaars stelden dat voortzetting van klinische behandeling en verplichte zorg noodzakelijk is vanwege het risico op lichamelijke complicaties en het ontbreken van effectiviteit van eerdere behandelingen.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit af te wenden. De toegewezen vormen van zorg omvatten onder meer het toedienen van vocht en medicatie, toezicht, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Andere gevraagde vormen van zorg werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De zorgmachtiging geldt tot en met 8 mei 2027. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte psychiatrische zorg vanwege ernstig nadeel en levensgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447297 / FA RK 26-2017
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van de Wouw;
- mevrouw [persoon 1] , verpleegkundig specialist, behandelaar,
- de heer [persoon 2] , verpleegkundig specialist i.o., mede-behandelaar.

2.Wat vaststaat

2.1.
Door de rechtbank is een zorgmachtiging aan betrokkene verleend tot en met 5 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het slecht met haar gaat en dat zij het gevoel heeft dat de behandeling haar niet helpt. Zij zegt meerdere malen dat zij “dood gaat”.
4.2.
De advocaat merkt tijdens de zitting op dat een zorgmachtiging nog nodig is voor betrokkene maar acht een kortere duur van zes maanden meer passend om de ambulante mogelijkheden eerder opnieuw te kunnen beoordelen. Daarnaast verzoekt de advocaat de vormen van verplichte zorg ten aanzien van voeding en andere therapeutische maatregelen af te wijzen nu deze volgens de advocaat onvoldoende noodzakelijk en concreet onderbouwd zijn.
4.3.
De mede-behandelaar stelt dat er bij betrokkene sprake is van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld met wisselende motivatie voor behandeling en zelfzorg. Sinds het inzetten van een omgekeerd kamerprogramma en verplichte activering wordt een voorzichtige verbetering gezien in eten, drinken, activiteiten en zelfzorg. Eerdere behandeling met ECT bij betrokkene bleek niet effectief, waarna is gestart met medicatie, te weten Clozapine. Volgens de mede-behandelaar is voortzetting van de klinische behandeling en verplichte zorg noodzakelijk, mede vanwege het risico op lichamelijke complicaties bij onvoldoende vochtinname in combinatie met lithiumgebruik.
4.4.
De behandelaar vult verder nog aan dat bij betrokkene gedurende de opname steeds meer verplichte zorg noodzakelijk is gebleken. Betrokkene moet regelmatig worden aangespoord of gedwongen tot douchen, zelfzorg, medicatie-inname en activering. Daarbij wordt gezien dat structuur, toezicht en begrenzing leiden tot kleine maar zichtbare verbeteringen in functioneren en zelfzorg.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene verkeert in een zeer depressieve toestand met psychotische / nihillistische kenmerken.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene sinds halverwege vorig jaar opgenomen is wegens een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. Het staken van de medicatie door de betrokkene wordt gezien als luxerende factor voor de huidige ontregeling. Er is sprake van ernstige passiviteit, zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de leefomgeving. Betrokkene moet worden gestimuleerd tot eten, drinken en persoonlijke verzorging. Betrokkene ligt vaak in bed, maakt nauwelijks contact en zegt slechts dat zij “dood gaat”. Het is moeilijk om betrokkene te activeren.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een beperkt ziektebesef en ziekte-inzicht waardoor zij onvoldoende meewerkt. Zij heeft veel weerstand tegen de behandeling vanuit de overtuiging dat niets haar gaat helpen. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht;
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
8 mei 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.