ECLI:NL:RBZWB:2026:5010

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/5146 en BRE 26/2917
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S. Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 2.10 WaboArt. 3.8 Bouwbesluit 2012Art. 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning verbouwing school en rijksmonument met geluidshinder

Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 19 augustus 2025 een omgevingsvergunning aan Xpect013 KO Holding B.V. voor het verbouwen van een schoolgebouw, een rijksmonumentale kapel en het plaatsen van een overkapping. Eisers, bestaande uit meerdere bewoners en een ouderenvereniging uit de omgeving, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege geluidshinder van kinderstemmen en vermeende onjuiste beoordeling van geluidsnormen.

De rechtbank oordeelt dat het college terecht de vergunning heeft verleend. Het bestemmingsplan ‘Noordhoek 2010, 1e herziening’ is onherroepelijk en vormt het toetsingskader. Geluidshinder door kinderstemmen is bij het bestemmingsplan betrokken en onderzocht. Eisers hebben geen onderbouwde stukken overlegd die aantonen dat het bouwplan afwijkt van het plan waarop het bestemmingsplan is gebaseerd.

Ook de bezwaren over de verkeersaantrekkende werking en geluid van technische installaties worden verworpen. De rechtbank stelt dat deze punten reeds in eerdere procedures zijn beoordeeld of onvoldoende zijn onderbouwd. Het geluidsadvies van het ingeschakelde adviesbureau is betrouwbaar bevonden, mede omdat eisers geen deskundig tegenrapport hebben overlegd.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het college mag de vergunning handhaven. De uitspraak is gedaan door rechter S. Hindriks op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en de vergunning wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5146 en BRE 26/2917
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

1.Stichting [eiseres 1] , eiseres 1,

2.
[eiser 2], eiser 2,
3.
[eiser 3], eiser 3,
4.
[eiseres 4], eiseres 4
5.
[eiser 5], eiser 5,
6.
[eiseres 6], eiseres 6
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

7.Ouderenvereniging [eiseres 7] , eiseres 7

(gemachtigde: [eiseres 6] ),
allen uit [plaats] en hierna gezamenlijk aangeduid als eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Xpect013 KO Holding B.V.uit Tilburg (vergunninghoudster)
(gemachtigden: [gemachtigde 2] , [gemachtigde 3] en [gemachtigde 4] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van een schoolgebouw en van een rijksmonumentale kapel en het plaatsen van een overkapping aan de [adres 1] en [adres 2] in [plaats] . Eisers zijn het niet eens met dit besluit. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de vergunningverlening.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 heeft het college aan vergunninghoudster de omgevingsvergunning verleend.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser 2, eiser 3, eiser 5 en de gemachtigde [gemachtigde 1] . Namens eiseres 7 is niemand verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde 5] en [gemachtigde 6] . Namens vergunninghoudster is [gemachtigde 4] verschenen.
2.3.
Tijdens de zitting heeft het college een aanvullend stuk ingediend, dat onder partijen is verspreid.
2.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank op naam van eiseres 7 een extra zaaknummer aangemaakt.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten en omstandigheden
3. Op 2 november 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend ten behoeve van het integraal kindcentrum (IKC). Het IKC bestaat uit de basisschool “ [basisschool] ”, het kinderdagverblijf (KDV) en de buitenschoolse opvang (BSO). Het bouwplan voorziet in de verbouw of toevoeging van de volgende onderdelen:
  • plaatsen van een overkapping (paviljoen) bij een schuur ten behoeve van het KDV;
  • interne verbouwing van het KDV;
  • toevoeging van een uitbouw bij het KDV;
  • nieuwe toiletruimte in de basisschool/het KDV;
  • interne verbouwing van het naastgelegen rijksmonument “ [kapel] ” (hierna: kapel) ten behoeve van de BSO en basisschool.
3.1.
Het college heeft voor de beoordeling van de aanvraag de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen. Dit betekent dat het bestuursorgaan een ontwerpbesluit over de vergunningsaanvraag neemt, waartegen zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht.
3.2.
Het college heeft een ontwerpbesluit opgesteld dat vanaf 23 december 2024 zes weken ter inzage heeft gelegen. In de periode van terinzagelegging is één zienswijze ingediend, namens eisers.
3.3.
Ten behoeve van het initiatief van de aanvrager is het bestemmingsplan ‘Noordhoek 2010’ herzien. Het bestemmingsplan ‘Noordhoek 2010, 1e herziening ( [adres 3] )’ is uiteindelijk definitief vastgesteld op 19 mei 2025. Dit bestemmingsplan maakt een functieverandering van de voormalige kapel en kapeltuin mogelijk, waarbij de woonbestemming is omgezet naar de bestemming "Maatschappelijk".
3.4.
Op verzoek van vergunninghoudster heeft [adviesbureau] op 22 juli 2025 een geluidsadvies uitgebracht. Dit geluidsadvies heeft betrekking op de technische installaties.
3.5.
De ingediende zienswijze heeft het college geen aanleiding gegeven om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Wel heeft het geleid tot aanpassing van de aanvraag voor de omgevingsvergunning en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning in die zin dat het geluidsadvies van [adviesbureau] met betrekking tot de toe te passen installaties is toegevoegd. De conclusie is dat met deze berekening voldoende aannemelijk gemaakt is dat er voldaan wordt aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Daarnaast is er een erfafscheiding/geluidsscherm toegevoegd aan de aanvraag. Hiermee blijft het geluid volgens het college binnen de normen. Ook zijn de voorschriften over het gebruik van het erf uit het herziene bestemmingsplan overgenomen in de omgevingsvergunning.
3.6.
Met het bestreden besluit heeft het college de omgevingsvergunning verleend voor de volgende activiteiten:
  • het (ver)bouwen van een bouwwerk;
  • het handelen in strijd met regels van de ruimtelijke ordening (bouwen in nabijheid van beschermwaardige bomen);
  • het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd Rijksmonument.
Wettelijk kader
4. Het bestreden besluit is gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Die wet is vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet leidt de rechtbank af dat het oude recht van toepassing blijft op een besluit op een aanvraag die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Omdat de aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend op 2 november 2023 blijft de Wabo van toepassing.
4.1.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Bestemmingsplan
5. Voor zover relevant geldt ter plaatse het bestemmingsplan ‘Noordhoek 2010, 1e herziening ( [adres 3] )’, (hierna: het bestemmingsplan). Op basis van het bestemmingsplan heeft het perceel aan de [adres 2] de enkelbestemming “Maatschappelijk” en de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie”. Op basis van het oorspronkelijke bestemmingsplan ‘Noordhoek 2010’ heeft het perceel aan de [adres 1] de enkelbestemming “Maatschappelijk”.
De verleende omgevingsvergunning
6. Het college heeft onder meer een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘(ver)bouwen van een bouwwerk’. De Wabo kent hiervoor in artikel 2.10 een verplicht toetsingskader. Kort gezegd betekent dit dat het college moet toetsen of het bouwplan voldoet aan het bouwbesluit, de bouwverordening, het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand. Indien er geen sprake is van strijd met één van deze weigeringsgronden moet het college de vergunning verlenen. Indien er zich één van deze weigeringsgronden voordoet, is het college in beginsel verplicht de omgevingsvergunning voor het bouwen te weigeren.
6.1.
Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat geen van de in artikel 2.10 van de Wabo genoemde weigeringsgronden zich voordoen.
Omvang van het geding
7. Eisers hebben geen beroepsgronden ingediend die zien op de omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘handelen in strijd met regels van de ruimtelijke ordening’ en ‘het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een beschermd Rijksmonument’. De rechtbank zal daarom alleen beoordelen of het college een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘(ver)bouwen van een bouwwerk’ mocht verlenen.
Geluidshinder van kinderstemmen
8. Eisers zijn van mening dat het college de omgevingsvergunning niet heeft mogen verlenen, omdat het beoogde gebruik van het schoolgebouw en de kapel zal leiden tot geluidhinder van kinderstemmen voor de nabijgelegen woningen. Volgens eisers biedt het ter plaatse geldende bestemmingsplan onvoldoende grondslag voor het verlenen van de vergunning, omdat bij de vaststelling daarvan is uitgegaan van een andere feitelijke situatie. Verder maken eisers zich zorgen om overlast van stemgeluid van kinderen die onder het paviljoen (de overkapping) staan. Hiertoe hebben eisers toegelicht dat zij de bouwkundige uitvoering van het paviljoen, waaronder de hoogte en de materialisatie van de zijwanden, betwisten.
8.1.
Tijdens de zitting hebben eisers toegelicht dat deze beroepsgrond geen betrekking heeft op het aan de voorzijde te plaatsen geluidsscherm.
8.2.
De rechtbank stelt voorop dat het herziene bestemmingsplan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5753, onherroepelijk is geworden en vaststaat. Dit bestemmingsplan vormt daarmee het toetsingskader voor het bestreden besluit.
8.3.
Uit het bestemmingsplan, de beschikbare bijlagen en voornoemde uitspraak van de Afdeling volgt dat bij de vaststelling daarvan het aspect geluid, waaronder mogelijke hinder door kinderstemmen, uitdrukkelijk is betrokken. Daartoe zijn verschillende akoestische onderzoeken uitgevoerd. De rechtbank is van oordeel dat het college dit aspect terecht niet opnieuw heeft beoordeeld bij de vergunningverlening omdat het bouwplan van vergunninghoudster past binnen het bestemmingsplan. Dat wordt door partijen ook niet betwist. De rechtbank betrekt verder dat eisers geen onderbouwende stukken hebben overgelegd waaruit zou blijken dat de aanvraag afwijkt van het bouwplan waarop het bestemmingsplan is gebaseerd. Tijdens de zitting heeft vergunninghoudster toegelicht dat rekening is gehouden met het paviljoen en de realisatie van de kinderopvang in het schoolgebouw in plaats van in de kapel.
8.4.
Voor zover eisers hun betoog toespitsen op geluidsoverlast van kinderstemmen bij het paviljoen en de uitvoering daarvan overweegt de rechtbank als volgt. De verleende vergunning ziet op een uitvoering van het paviljoen met twee akoestisch gesloten wanden. Deze uitvoering is door het college met het bestreden besluit in overeenstemming met het bestemmingsplan bevonden. Als in de praktijk sprake zou zijn van een andere uitvoering of een ander feitelijk gebruik, kan dit aanleiding geven voor een nader gesprek. Naar het oordeel van de rechtbank staat dit echter de rechtmatigheid van de verleende vergunning niet in de weg. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank ook dat eisers niet hebben onderbouwd dat het paviljoen een afwijkende hoogte heeft ten opzichte van de situatie in het bestemmingsplan of dat zodanig wordt afgeweken van de geluidsnormen dat dit tot nader onderzoek had moeten leiden. De beroepsgrond slaagt niet.
De verkeersaantrekkende werking
9. Eisers voeren aan dat het college bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning onvoldoende rekening heeft gehouden met de indirecte geluidhinder als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. Hierbij wijzen eisers op geluidsoverlast door het halen en brengen van kinderen. Ook is volgens eisers de verkeers- en geluidsbelasting onderschat doordat in de beoordeling uitsluitend is uitgegaan van 68 personenauto’s die met een lage snelheid langsrijden.
9.1.
De rechtbank merkt hierover op dat deze beroepsgrond in essentie al naar voren is gebracht in de procedure tegen de vaststelling van het bestemmingsplan. De Afdeling heeft zich daarover in haar uitspraak uitgelaten. Voor zover eisers zich niet kunnen verenigen met de uitkomst van die procedure is dit niet een punt waarover de bestuursrechter in het kader van het voorliggende bestreden besluit nog een oordeel kan vellen. De beroepsgrond slaagt niet.
De technische installaties
10. Eisers voeren aan dat het college ten onrechte het rapport van [adviesbureau] van 22 juli 2025 aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. Volgens eisers heeft [adviesbureau] een onjuiste rekentool gehanteerd en is het mogelijk dat de geluidsniveaus veel hoger zijn dan is berekend. Ook is door [adviesbureau] zonder nadere motivering gerekend met een marge van 2 dB in plaats van 3 dB. Het is volgens eisers in elk geval onduidelijk of voldaan wordt aan de toelaatbare geluidsniveaus.
10.1.
De rechtbank stelt vast dat het college bij de beoordeling van de aanvraag is uitgegaan van een geluidsnorm van ten hoogste 40 dB op de perceelsgrens met percelen met woonbestemming, zoals voorgeschreven in artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Tijdens de zitting hebben eisers aangegeven dat zij deze norm als zodanig niet langer betwisten. In geschil is of aannemelijk is dat aan deze norm wordt voldaan.
10.2.
Het college heeft zich gebaseerd op het geluidsadvies van [adviesbureau] . Uit de in dat rapport opgenomen berekeningen en de tijdens de zitting gegeven toelichting volgt dat ter plaatse van de perceelsgrenzen met woonbestemmingen geluidsniveaus van 26 dB en 27 dB worden verwacht. Volgens het college blijven de berekende waarden daarmee ruimschoots onder de toepasselijke norm van 40 dB. Verder heeft het college toegelicht dat op basis van het gebruik van een standaardsituatie zoals omschreven in de rekentool een eerste indicatie van de geluidsniveaus kan worden bepaald. Daarnaast heeft het college toegelicht dat ook als zou worden uitgegaan van een marge van 3 dB, de berekende geluidsniveaus nog steeds ruim onder de norm blijven.
10.3.
De rechtbank volgt het college in dit betoog. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eisers hun kritiek op het rapport van [adviesbureau] niet hebben onderbouwd met een deskundig tegenrapport of andere objectieve gegevens waaruit zou blijken dat de berekeningen onjuist of onvolledig zijn. Tijdens de zitting hebben eisers hierover aangevoerd dat zij deze keuze hebben gemaakt gelet op de aan een contra-expertise verbonden kosten. De rechtbank is van oordeel dat het college onder deze omstandigheden mocht afgaan op de juistheid van het rapport van [adviesbureau] . Dat een deel van de motivering van het college voor het eerst in het verweerschrift nader is toegelicht maakt dit oordeel niet anders. Deze toelichting strekt slechts tot verduidelijking van de gebruikte uitgangspunten en berekeningen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 28 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Artikel 2.1, lid 1 (voor zover relevant):
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
a. het bouwen van een bouwwerk,
[…].
Artikel 2.10 (voor zover relevant):
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:
de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk maken dat het bouwen van een bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of Pro 120 van de Woningwet;
[…];
de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, tenzij de activiteit niet in strijd is met een omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 2.12;
het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend;
[…].
Bouwbesluit 2012
Artikel 3.8
Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie.
Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.