Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5014

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/2206
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WhtArt. 8.6 WhtAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingenWet kinderopvang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag toeslagjaar 2010 door Dienst Toeslagen bevestigd

Eiseres had kinderopvangtoeslag ontvangen over 2008, 2009 en 2010, maar de toeslag voor 2010 was stopgezet. Zij verzocht om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), maar de Dienst Toeslagen wees dit af omdat er geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank oordeelt dat eiseres zelf de toeslag in 2010 heeft stopgezet en dat de terugvordering van te veel ontvangen voorschotten correct is uitgevoerd. Eiseres kon niet aantonen dat zij in 2010 meer opvang heeft genoten dan waarvoor zij toeslag ontving. De stelling dat de terugvordering in 2012 onterecht was, wordt verworpen omdat de definitieve vaststelling op nihil is bevestigd.

De rechtbank gaat ook niet mee in het verzoek om aanhouding van de zaak vanwege een recent ontdekte datakluis, omdat de kans dat daarin relevante nieuwe informatie zit zeer klein is. De aanvraag compensatie over 2010 is daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: De aanvraag om compensatie over het toeslagjaar 2010 is terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2206 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

de Dienst Toeslagen (voorheen de Belastingdienst/Toeslagen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie over het jaar 2010 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht de aanvraag om compensatie over het toeslagjaar 2010 heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 25 februari 2008 kinderopvangtoeslag aangevraagd en ontvangen voor de opvang van haar eerste kind. De Dienst Toeslagen heeft over de jaren 2008, 2009 en 2010 (voorschotten) kinderopvangtoeslag toegekend. De kinderopvangtoeslag is per 1 januari 2010 stopgezet.
2.1.
Eiseres heeft zich gemeld voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Het verzoek van eiseres om compensatie is op basis van de lichte toets afgewezen.
2.2.
Met het besluit van 7 oktober 2022 ( [kenmerk 1] , primair besluit I) heeft de Dienst Toeslagen aan eiseres medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor compensatie over de toeslagjaren 2008 en 2009 ten bedrage van € 24.704,-. Op grond van de Catshuisregeling is het bedrag aangevuld tot € 30.000,-.
Met een afzonderlijk besluit van 7 oktober 2022 ( [kenmerk 2] , primair besluit II) heeft de Dienst Toeslagen aan eiseres medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie over het toeslagjaar 2010, omdat geen sprake is van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen.
Met een ander besluit van 7 oktober 2022 ( [kenmerk 3] , primair besluit III) is aan eiseres medegedeeld dat zij over het jaar 2010 geen aanspraak kan maken op toepassing van de hardheidsregeling.
2.3.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten.
2.4.
Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit I gegrond verklaard en wel in die zin dat eiseres over de jaren 2008 en 2009 recht heeft op meer rentevergoeding, immateriële schadevergoeding en aanvullende schadevergoeding (1%). Uit de berekening volgt echter dat het totaalbedrag aan vergoedingen niet boven de eerder toegekende € 30.000,- uitkomt, waardoor eiseres geen nabetaling ontvangt. De bezwaren van eiseres tegen de primaire besluiten II en III over het toeslagjaar 2010 worden ongegrond verklaard.
2.5.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.6.
De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. [vertegenwoordiger] namens de Dienst Toeslagen.

Wettelijk kader

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt hiervan onderdeel uit.

Standpunt van eiseres

4. Eiseres voert in beroep aan dat de Dienst Toeslagen ten onrechte en zonder deugdelijke motivering heeft geweigerd aan haar compensatie toe te kennen over het toeslagjaar 2010, terwijl zij wel recht had op kinderopvangtoeslag over dat jaar die niet is uitbetaald. Als moet worden aangenomen dat eiseres zelf de toeslag heeft stopgezet, dan is de terugvordering in 2012 niet terecht omdat zij hier na zo lange tijd geen rekening meer mee hoefde te houden.
Vervolgens stelt eiseres dat recent bij de Dienst Toeslagen een geheime datakluis aan het licht is gekomen. In deze kluis kunnen zich bestanden bevinden die betrekking hebben op de rechten van eiseres op compensatie in het kader van herstel. Eiseres verzoekt daarom deze beroepszaak aan te houden totdat meer duidelijk is over de inhoud van de kluis.
Eiseres heeft haar beroepsgrond inzake hardheid van het stelsel ter zitting ingetrokken.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt van de hersteloperatie is dat gedupeerde ouders alsnog ontvangen wat ten onrechte is teruggevorderd of onthouden, aangevuld met een vergoeding voor materiële en immateriële schade. Uit artikel 2.1, eerste lid, van de Wht volgt dat de Dienst Toeslagen compensatie toekent aan een aanvrager die schade heeft geleden doordat ten aanzien van hem in de periode vóór 23 oktober 2019 bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem vóór 23 oktober 2019 werd toegepast. Om voor compensatie in aanmerking te komen, dient dus in ieder geval sprake te zijn van schade die eiseres daadwerkelijk heeft geleden als gevolg van de institutionele vooringenomenheid of van de hardheid bij de Dienst Toeslagen die heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening.
5.1.
De Dienst toeslagen heeft stukken overgelegd die zien op de toekenning van voorschotten kinderopvangtoeslag en de wijzigingen die hebben plaatsgevonden over het toeslagjaar 2010. Volgens de Dienst Toeslagen is het voorschot kinderopvangtoeslag toegekend als volgend op eerdere toeslagjaren en is de toeslag door eiseres zelf stopgezet.
Vooringenomenheid
5.2.
Eiseres stelt dat zij tot en met november of december 2010 wel kinderopvang heeft genoten, gezien de door haar onthouden omstandigheden eromheen.
5.3.
De rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling. Uit de stukken blijkt namelijk dat eiseres kort na ontvangst van de voorschotbeschikking over het jaar 2010 schriftelijk de kinderopvangtoeslag heeft stopgezet. Het formulier is weliswaar ongedateerd, maar eiseres heeft erkend dat de tekst en de ondertekening van het formulier haar eigen handschrift is. Deze stopzetting is echter niet juist verwerkt, waardoor eiseres tot juli 2010 nog maandelijks kinderopvangtoeslag gestort heeft gekregen. Nadat zij op 12 juli 2010 (nogmaals) telefonisch de toeslag met ingang van 1 januari 2010 heeft stopgezet, is dit wel correct uitgevoerd. De stopzetting van de kinderopvangtoeslag komt verder overeen met de verklaring van eiseres in het informatie- en beoordelingsformulier, waarin zij aangeeft in 2010 geen opvang te hebben afgenomen.
5.4.
De te veel ontvangen voorschotten diende eiseres terug te betalen. Daartoe heeft de Dienst Toeslagen op 27 juli 2010 een gewijzigde voorschotbeschikking genomen, waarbij het voorschot op nihil is gesteld. De terugvordering heeft plaatsgevonden middels verrekening met kindgebonden budget over 2010, 2011 en 2013, inkomstenbelasting over 2012 en zorgtoeslag over 2014. Met de definitieve berekening kinderopvangtoeslag van 14 maart 2012 is de vaststelling van het recht op nihil in 2010 bevestigd. Hieruit volgt dat in 2012 geen sprake was van een terugvordering. Uit de overgelegde stukken blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat er wijzigingen zijn doorgevoerd door de Dienst Toeslagen, zonder voorafgaand verzoek daartoe van eiseres. In zoverre is sprake van reguliere wijzigingen.
5.5.
Het door eiseres ingenomen standpunt dat zij te weinig kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald gekregen, kan niet worden gevolgd. Eiseres heeft namelijk niet met stukken onderbouwd dat zij in 2010 (meer) opvang heeft genoten én evenmin dat zij voor de gestelde opvang ook kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd.
5.6.
Gezien het voorgaande is er geen aanleiding te veronderstellen dat over het toeslagjaar 2010 sprake kan zijn geweest van institutionele vooringenomenheid door de Dienst Toeslagen.
De datakluis
5.7.
Eiseres stelt dat in de aangetroffen datakluis mogelijk stukken zitten die een ander licht op deze beroepszaak kunnen werpen.
5.8.
Gegeven de in het dossier aanwezige stukken, is naar het oordeel van de rechtbank de kans dat er stukken van eiseres in de datakluis zitten die een ander licht op voornoemde beoordeling werpen zo klein dat dit niet aannemelijk is. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor aanhouding van deze beroepszaak. Mocht uit onderzoek blijken dat er wel stukken van eiseres in de datakluis zitten, dan zijn haar rechten niet verspeeld. De staatssecretaris heeft namelijk in de brief van 15 april 2026 toegezegd zorg te dragen voor transparantie en openheid. In een nieuwsbericht van 16 april 2026 [1] op de website van Dienst Toeslagen is daaraan toegevoegd dat er in het geval dat bij het doorzoeken van de datakluis alsnog nieuwe informatie naar voren zou komen die in het voordeel van de gedupeerde ouder zou uitpakken, er maatregelen zullen worden genomen om dat te herstellen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanvraag voor compensatie over het toeslagjaar 2010 terecht is afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 5 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet hersteloperatie toeslagen
Artikel 2.1, eerste lid
De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
a. voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of
b. de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.
Artikel 8.6
Beschikkingen ter zake van compensatie (…) die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn gegeven voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 onderscheidenlijk 4.2, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als beschikkingen die zijn gegeven krachtens het artikel van afdeling 2.1, 2.4, 3.1, 4.1 of 4.2 waarin de desbetreffende herstelregeling is opgenomen.

Voetnoten

1.Vindbaar via https://herstel.toeslagen.nl/datakluis-gevonden-geen-gevolgen-voor-al-genomen-herstelbesluiten-ouders/