ECLI:NL:RBZWB:2026:5019
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande recreatiewoning in gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning met een gebruiksoppervlakte van 107 m2 en een perceel van 369 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €444.000 en legde de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024 op. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde dat de woning maximaal €274.000 waard is.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de heffingsambtenaar, die de waarde had bepaald met de vergelijkingsmethode aan de hand van drie referentiewoningen in de buurt. De gebruikte referentiewoningen waren vergelijkbaar qua bouwjaar, uitstraling, grond- en gebruiksoppervlakte en recent verkocht. De heffingsambtenaar had bovendien correcties toegepast voor verschillen en de grondstaffel toegelicht.
Belanghebbende voerde aan dat de ligging en hinder van de naastgelegen woning de waarde drukken, en verwees naar de lagere aankoopprijs uit 2011 en een eerdere gegrond verklaard beroep over 2012. De rechtbank oordeelde dat subjectieve beleving van hinder geen waardebepalende factor is en dat eerdere waarderingen en aankoopprijzen niet relevant zijn voor de huidige waardepeildatum.
Een verzoek tot opname of waarneming ter plaatse werd afgewezen omdat de taxatiematrix voldoende inzicht bood. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €444.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.