Uitspraak
eisende partij
1.[huurder 1]
[huurder 2]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De verhuurder vordert ontruiming van de huurwoning en betaling van een huurachterstand van €13.192,00 plus lopende huur. De huurders, die met drie minderjarige kinderen in de woning verblijven, erkennen de achterstand maar voeren verweer met onder meer een verzoek tot uitstel en een beroep op gebreken aan de woning.
De kantonrechter stelt vast dat de huurders een aanzienlijke betalingsachterstand hebben en dat de vordering tot ontruiming in beginsel gerechtvaardigd is. Het verweer over gebreken wordt niet onderbouwd met bewijs en faalt. Het belang van de minderjarige kinderen en de recente aanmelding bij schuldhulpverlening wegen echter zwaar, zodat de ontruiming en betaling worden toegewezen onder de opschortende voorwaarde dat de huur gedurende drie maanden volledig en tijdig wordt voldaan.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de lopende huur en de proceskosten. De tenuitvoerlegging van de ontruiming en betaling kan pas plaatsvinden als de huurders niet aan de betalingsverplichting voldoen in de opschortingsperiode. Dit geeft de huurders de kans hun financiële situatie te verbeteren en het belang van de kinderen te beschermen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden aan de huurders opgelegd. De kantonrechter benadrukt de terughoudendheid bij ontruiming in kort geding en het belang van een zorgvuldige afweging van alle omstandigheden.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en betaling van huurachterstand worden toegewezen met een opschortende voorwaarde van drie maanden betalingstermijn vanwege het belang van minderjarige kinderen en schuldhulpverlening.