ECLI:NL:RBZWB:2026:5027
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering zorgtoeslag over 2024
Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve berekening en terugvordering van de zorgtoeslag over 2024 door de Dienst Toeslagen. De zorgtoeslag werd definitief vastgesteld op €34,- terwijl een voorschot van €637,- was verstrekt, wat leidde tot een terugvordering van €605,-. Eiser stelde dat hij toezeggingen had ontvangen dat een salarisverhoging in 2024 geen invloed zou hebben op de zorgtoeslag en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat dergelijke toezeggingen waren gedaan en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel daarom niet slaagde. Ook werd geoordeeld dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet was geschonden en dat de terugvordering niet onevenredig was, ondanks de financiële situatie van eiser. De Dienst Toeslagen bood mogelijkheden tot betalingsregelingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser in hoger beroep kan gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de zorgtoeslag over 2024 wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €605,- bevestigd.