Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Kieskeurig B.V. vordert betaling van drie facturen voor tandheelkundige behandelingen aan [gedaagde]. [gedaagde] betwist betaling van twee facturen en stelt dat de behandeling op de derde factuur niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank beoordeelt dat [gedaagde] onvoldoende bewijs levert voor betaling van de twee facturen, terwijl Kieskeurig onvoldoende onderbouwt dat de behandeling op de derde factuur heeft plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de facturen over 28 november 2024 betaald moeten worden omdat de behandelingen hebben plaatsgevonden en geen verweer is gevoerd tegen de kosten, maar wijst de stelling van betaling af vanwege afwijkende bedragen en data op bankafschrijvingen. De factuur over 20 januari 2025 wordt afgewezen omdat Kieskeurig geen bewijs levert van de uitgevoerde behandeling.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen conform wettelijke regels en proceskosten begroot op basis van het toegewezen bedrag. Het vonnis veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €111,23 plus rente, €48,40 aan incassokosten en €381,14 aan proceskosten, met afwijzing van het overige.
Het vonnis is gewezen door mr. Van Onzenoort en op 28 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vordering tot betaling van twee facturen toegewezen, derde factuur afgewezen wegens onvoldoende bewijs van behandeling.