Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 11.612,97. Het staat vast dat [gedaagde] de betreffende facturen onbetaald heeft gelaten. Bij niet tijdige betaling is [gedaagde] op grond van artikel 6:119a BW de wettelijke handelsrente over de factuurbedragen verschuldigd vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan. De kantonrechter wijst aan wettelijke handelsrente het bedrag van € 642,13 tot 1 mei 2025 toe. Daarnaast wijst hij de wettelijke handelsrente toe over het hiervoor genoemde bedrag van
€ 11.612,97 vanaf 1 mei 2025.