ECLI:NL:RBZWB:2026:5047
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. Na de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2025, waarin de Dienst Toeslagen werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, heeft de Dienst Toeslagen alsnog op 6 januari 2026 een beslissing genomen. Hierdoor heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Dienst Toeslagen erkende in het verweerschrift dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen geheel aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.
De rechtbank veroordeelde de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten, omdat de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn en er geen andere kosten waren gemaakt. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, hetgeen de Dienst Toeslagen al had toegezegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. van Alphen op 12 juni 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.