Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5050

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/5096
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen UWV

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar (ex)werknemer. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV alsnog op 15 januari 2026 een besluit heeft genomen.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten beoordeeld. Het UWV heeft aangegeven bereid te zijn een bedrag van € 467,- aan proceskosten te vergoeden.

De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten, naast de reeds toegezegde vergoeding van het griffierecht van € 385,-.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 juni 2026 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5096 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. F. Bovenberg),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 15 januari 2026 alsnog heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld bereid te zijn om € 467,- aan proceskosten te vergoeden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 30 september 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek van 10 februari 2025 om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar (ex)werknemer. Het UWV heeft op 15 januari 2026 alsnog beslist op het verzoek van verzoekster. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Het UWV heeft al toegezegd het griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 12 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.