Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5094

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11040142 \ MB VERZ 24-514
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 WahvArt. 5 WahvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 2 lid 1 onder e Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding doorgetrokken streep

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Tilburgseweg te Hilvarenbeek op 10 maart 2023. Betrokkene voerde aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de locatie onvoldoende duidelijk was aangegeven, mede door het ontbreken van een hectometerpaal. Ook stelde hij dat hij niet staande was gehouden, wat volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wel had moeten gebeuren.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende was om vast te stellen dat de overtreding had plaatsgevonden en dat de locatie voldoende duidelijk was omschreven. De afwezigheid van een staandehouding was gerechtvaardigd omdat de verbalisant onderweg was naar een taakstelling en er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.

Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en proceskostenvergoeding wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11040142 \ MB VERZ 24-514
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [persoon] . Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting) op de Tilburgseweg te Hilvarenbeek op 10 maart 2023 om 17:56 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat niet duidelijk is aangegeven waar het heeft plaatsgevonden, aangezien de hectometerpaal ontbreekt. Verder is betrokkene niet staandegehouden. Gemachtigde stelt aanvullend dat de locatie waar de boete is uitgeschreven niet duidelijk is, althans onvoldoende individualiseerbaar is. Gemachtigde verwijst hiervoor naar artikel 4 Wahv Pro en artikel 2 lid 1 onder Pro e van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie. De inleidende beschikking voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Voorts is artikel 5 Wahv Pro geschonden. De genoemde reden van de verbalisant is onvoldoende om af te zien van een staandehouding. In dit geval had artikel 5 Wahv Pro buiten toepassing dienen te blijven, aangezien zich een reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er wel een omschrijving van de pleeglocatie wordt gegeven, maar de exacte plaats niet te vinden is. Nu de gedraging wordt ontkend is de locatie daarom moeilijk vast te stellen. Verder blijkt uit het aanvullend proces-verbaal dat de verbalisant onderweg was naar de locatie waar hij zijn werkzaamheden uit moest voeren, wat maakt dat hij op het moment van constatering nog niet belast was met het uitvoeren van zijn werkzaamheden en er dus een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De verklaring van de verbalisant is te summier om vast te stellen dat hij geen tijd had hiervoor. Een toelichting over waarom een staandehouding te veel tijd in zou nemen en hoe laat hij verwacht werd ontbreekt. Verder merkt gemachtigde op dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie is anders dan gemachtigde stelt wel voldoende duidelijk. Volgens de verbalisant vond de gedraging plaats op de Tilburgseweg bij een voorsorteervak richting de oprit van de A58. Dit maakt dat het voor betrokkene voldoende duidelijk moest zijn waartegen hij zich moet verdedigen. Wat betreft de gedraging zelf is er geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Tevens is de verklaring van de verbalisant over waarom is afgezien van een staandehouding voldoende duidelijk. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een specifieke verwijzing naar de hectometerpaal is niet noodzakelijk zolang middels het dossier kan worden afgeleid wat de pleeglocatie was. Dit kan via foto’s of een omschrijving worden verduidelijkt. In dit geval is sprake van een aanvullende verklaring, namelijk dat de gedraging op de oprit richting de A58 plaatsvond, zodat voldoende duidelijk is waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene is hierdoor niet in het verdedigingsbelang geschaad.
Voorts volgt uit artikel 5 Wahv Pro het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van een staandehouding omdat hij als taakstelling het begeleiden van supportersbussen van PEC Zwolle had en onderweg was naar het afgesproken punt om de begeleiding te starten.
Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- = € 934,00.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 120, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 40, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 934.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: