ECLI:NL:RBZWB:2026:51
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Kool
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; toewijzing loon en vergoedingen aan werknemer
Werknemer trad op 22 april 2025 in dienst bij werkgever als verkoopster. Op 13 juli 2025 gaf werkgever via WhatsApp ontslag op staande voet wegens vermeend verlies van de winkel. Werknemer betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag en vorderde loon, vergoedingen en correcte afhandeling.
De kantonrechter oordeelde dat het verlies van de winkel geen dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, waardoor het ontslag onregelmatig maar niet onrechtmatig is. Er was onenigheid over het aantal gewerkte uren en het loon; de rechter ging uit van 8 uur per dag in april en een nettoloon van €15,00 per uur.
Werkgever betaalde niet volledig loon over mei en juni 2025, waarvoor hij veroordeeld werd tot betaling van het achterstallige loon, wettelijke rente en een wettelijke verhoging. Daarnaast werd werkgever veroordeeld tot betaling van vakantiegeld, transitievergoeding (€185,41 bruto), gefixeerde schadevergoeding (€1.542,01 bruto) en een billijke vergoeding (€1.500,00 bruto) wegens het onregelmatige ontslag.
Werkgever moet binnen veertien dagen correcte loonstroken verstrekken en schriftelijk bewijs leveren van aanmelding bij UWV en Belastingdienst en afdracht van loonheffingen en sociale premies. Bij niet-naleving geldt een dwangsom van €250 per dag, maximaal €10.000. Proceskosten van €1.039,00 zijn voor rekening van werkgever.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is onregelmatig; werkgever moet loon, vergoedingen en bewijs van aanmelding aan werknemer betalen en verstrekken.