Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring op de Brucknerlaan te Tilburg op 26 september 2022. Betrokkene stelde dat hij ten onrechte niet was staandegehouden, waardoor de boete niet terecht zou zijn. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat ondanks een onjuiste foto in het dossier, uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Omdat er sprake was van een statische controle waarbij niet alle bestuurders konden worden staandegehouden, was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd.
Daarnaast werd vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, wat volgens vaste jurisprudentie leidt tot vernietiging van diens beslissing. Ook was de redelijke termijn van berechting overschreden, wat aanleiding gaf tot verdere matiging van de boete. De kantonrechter matigde de boete tweemaal met 25%, wijzigde de beschikking en kende een proceskostenvergoeding van €934 toe.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is gematigd wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn, en proceskosten zijn toegekend.