Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet meewerken aan een speeksel- en ademonderzoek op 2 september 2022 in Tilburg. Betrokkene en zijn gemachtigde ontkenden de weigering en stelden dat medewerking wel had plaatsgevonden. Tevens werd aangevoerd dat het opleggen van meerdere boetes op hetzelfde moment onzorgvuldig was.
De officier van justitie handhaafde de boete en stelde dat uit het uitgebreide proces-verbaal blijkt dat betrokkene daadwerkelijk weigerde mee te werken aan beide onderzoeken. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat de beroepsgrond faalt.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Betrokkene hoefde de zekerheidstelling niet te betalen vanwege een schuldregeling. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 934 toegekend voor de fase waarin de termijnoverschrijding plaatsvond.
De kantonrechter wijzigde het besluit van de officier van justitie door de boete te matigen tot € 187,50 plus administratiekosten en veroordeelde de officier tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd.