Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5116

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
11163266 \ MB VERZ 24-907
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete parkeren op gehandicaptenparkeerplaats

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. Betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat de situatie onduidelijk was door de plaatsing van het bord, zand op de tegels en tijdelijke werkzaamheden die het zicht belemmerden. Ook was het bord haaks op de weg geplaatst, waardoor het minder zichtbaar was.

De officier van justitie stelde dat het bord voldoende zichtbaar was en dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is, ongeacht opzet. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat geen sprake was van opzet, maar dat betrokkene alert had moeten zijn. Wel achtte de kantonrechter de situatie onduidelijk genoeg om de boete te matigen tot de helft.

Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete verder met 25% werd verminderd. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene kreeg een deel van de betaalde zekerheid terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd vanwege onduidelijke situatie en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11163266 \ MB VERZ 24-907
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 18 mei 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 mei 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig op de [straat] (ter hoogte van [nummer] ) te Tilburg op 10 februari 2023 om 14:21 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was wegens werkzaamheden genoodzaakt verder van huis te parkeren. Betrokkene meende dan ook een normale parkeerplaats aan te treffen, waar nog zand op lag vanwege de recente werkzaamheden in de straat. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar snapt niet waarom het bord E6 haaks op de wegas is geplaatst, omdat het bord in dat geval voor slechts één rijrichting waarneembaar is. Op vele andere plaatsen in de omgeving wordt het bord parallel aan de wegas geplaatst. Verder belemmeren de aanvullende borden vanwege de tijdelijke werkzaamheden het zicht op het bord nog meer. Ook waren de tegels door het zand nog minder zichtbaar en was het zicht nog verder belemmerd. Gemachtigde verwijst naar de bijgevoegde foto’s ter onderbouwing.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het nooit betrokkene haar voornemen was om op een gehandicaptenparkeerplaats te parkeren. Vanwege de omstandigheden had zij niets door. Door de rijrichting en het pleegtijdstip had betrokkene geen reden om te vermoeden dat het om een andere parkeerplaats ging. Betrokkene heeft begrip voor haar verantwoordelijkheid en plicht, maar in deze omstandigheden kan niet worden verwacht dat zij het had moeten zien.
Betrokkene heeft hieraan toegevoegd dat zij heel veel respect heeft voor gehandicapten en weet dat je niet mag parkeren op gehandicaptenparkeerplaatsen. Meestal parkeert betrokkene voor haar huis of om de hoek, maar wegens de pleegtijd waren er geen plaatsen meer. Het versleten kruis op het wegdek in combinatie met het zand maakt dat betrokkene niets doorhad. Veder had de bewoner een brief geplaatst op het voertuig, maar omdat betrokkene haar voertuig dagenlang niet had gebruikt heeft ze het pas bij de boete gezien. Betrokkene heeft enorme spijt en vindt dat de gemeente ook beter zijn best had kunnen doen. Daarbij is de hoogte van de boete lastig, aangezien betrokkene niet werkt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan dat betrokkene daar niet expres heeft geparkeerd. Dat maakt voor een Mulderboete echter niet uit. Gekeken moet worden of het bord voldoende duidelijk zichtbaar was. Als gekeken wordt naar de foto van de verbalisant dan kan dit worden vastgesteld, waardoor het aan betrokkene is om goed te kijken of er geparkeerd mag worden. De omstandigheid dat het kruis deels vervaagd was doet hier niets aan af, aangezien de bebording leidend is. Gelet op het voorgaande is het beroep volgens de zittingsvertegenwoordiger inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, is er aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet ontkend. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Dat geen sprake was van opzet doet hier niets aan af. Juist bij onduidelijke situaties dient betrokkene alert te zijn.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Omstandigheden
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat aannemelijk is geworden dat de situatie onduidelijk was. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 153,75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 71,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: