Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 3:onder invloed van alcohol een auto heeft bestuurd, terwijl aan hem geen rijbewijs
feit 4:zich schuldig heeft gemaakt aan joyriding;
feit 5:een boksbeugel voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;
feit 6:opzettelijk MDMA-pillen aanwezig heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Uit de gedragingen van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte wilde ontkomen aan het hem achtervolgende voertuig waarin de politieambtenaren zaten. Verdachte heeft ook zelf bij de politie verklaard dat hij bewust niet is gestopt toen hij de zwaailichten van de politie zag, omdat hij wist dat hij fout zat. Met dat doel heeft hij opzettelijk en in ernstige mate meerdere verkeersregels geschonden.
De rechtbank acht het voorzienbaar dat een gevaarlijke situatie op de weg ontstaat, met kans op overlijden of zwaar lichamelijk letsel van andere weggebruikers als gevolg, wanneer een bestuurder van een auto aan de politie tracht te ontkomen en daartoe met een veel te hoge snelheid rijdt, rechts inhaalt, door rood en zonder rijbewijs rijdt. In het bijzonder is in dit geval voor de gevaarzetting van belang dat verdachte tijdens zijn dollemansrit tot twee keer toe een ander voertuig heeft geraakt en rakelings langs een stoep met voetgangers is gereden. Dit alles gebeurde in de avond, terwijl het schemerig was en het wegdek nat. Ook dit heeft bijgedragen aan het gevaar dat verdachte onder die omstandigheden veroorzaakte.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een jeugddetentie van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden;
betaling van een geldboete van € 100,-;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
1 dag;