ECLI:NL:RBZWB:2026:5124

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448954 / HA RK 26-109 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • ing. Peters
  • Broeders
  • Hindriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 517 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat haar woning zichtbaar was op beelden die in het dossier van de strafzaak waren opgenomen. Dit leidde tot zorgen over de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter in de hoofdzaak.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld op basis van artikel 517 Sv Pro en artikel 512 Sv Pro, waarbij werd vastgesteld dat verschoning dient ter verzekering van onpartijdigheid. De kamer oordeelde dat de rechter voldoende aannemelijk had gemaakt dat de schijn van partijdigheid bestond, waardoor zij zich niet meer vrij voelde om te oordelen.

Het verzoek tot verschoning werd daarom toegewezen. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/448954 / HA RK 26-109
beslissing van 9 juni 2026
in de zaak van
mr. Phillips
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de strafzaak met kenmerk 02-034655-26 tegen:
[verdachte]
(gemachtigde: mr. P.A. Groenhuis).

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 juni 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat haar woning zichtbaar is op de beelden die in het dossier zitten.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 517, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van Pro het Sv.

4.De beoordeling

4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 9 juni 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Broeders en mr. Hindriks, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.