Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA. De aanvraag werd op 10 juli 2025 ontvangen, waarna eiseres het UWV op 23 september 2025 in gebreke stelde. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn zonder besluit, is het beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Het UWV heeft als reden opgegeven dat een medisch onderzoek noodzakelijk is en dat er een tekort aan artsencapaciteit is, waardoor de wachttijden zijn opgelopen. De rechtbank erkent het belang van zorgvuldige besluitvorming en stelt daarom een termijn van vier maanden voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 juni 2026.