ECLI:NL:RBZWB:2026:5132

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447515 / FA RK 26-2141
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Donders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 WvggzWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1953, die verblijft in een accommodatie vanwege een psychische stoornis. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, met een geschiedenis van medicatiestaking en psychotische decompensaties.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat betrokkene nog steeds psychotische belevingen heeft en dat er ernstig nadeel bestaat, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De arts lichtte toe dat betrokkene in de komende periode op depotmedicatie moet worden ingesteld, waarvoor een zorgmachtiging van zes maanden noodzakelijk is.

De advocaat van betrokkene betoogde dat er geen sprake is van verzet en dat een kortere duur van drie maanden volstaat. De rechtbank oordeelde echter dat vrijwillige zorg onvoldoende is gezien de eerdere medicatiestakingen en het risico op terugval. Daarom werd de zorgmachtiging voor zes maanden toegekend, inclusief verplichte medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en beperkingen in het eigen leven, zoals het gebruik van communicatiemiddelen.

De rechtbank vond geen minder bezwarende alternatieven en achtte de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief. De beschikking is op 11 mei 2026 mondeling gegeven en op 19 mei 2026 schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen en ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447515 / FA RK 26-2141
Datum uitspraak: 11 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] (Marokko),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend op een voor de rechtbank bekend adres,
verblijvende in een accommodatie van [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. Z. Yeral te Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , arts.
1.3.
Tevens was mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige, aanwezig tijdens de zitting. Zij is echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 29 april 2026. Betrokkene verblijft met deze maatregel in een accommodatie van [accommodatie] te [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een aansluitende zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene verklaart dat het beter met haar gaat en dat zij graag naar huis wil om haar leven weer op te pakken. Betrokkene begrijpt niet waarom de politie haar voorafgaand aan de crisismaatregel op deze manier heeft behandeld en waarom haar gas, licht en internet al maandenlang zijn afgesloten.
4.2.
De arts verklaart dat het steeds beter gaat met betrokkene. Het was aanvankelijk moeilijk om samen te werken met betrokkene; zij wilde niet in de accommodatie zijn en nam haar medicatie wisselend in. Inmiddels is betrokkene rustiger en neemt zij haar medicatie in. Er worden nog wel psychotische belevingen gezien bij betrokkene. Betrokkene is voorafgaand aan de crisismaatregel psychotisch gedecompenseerd doordat zij gestopt is met het innemen van haar medicatie. Dit is in het verleden vaker gebeurd en het risico is dat betrokkene bij een terugkeer naar de thuissituatie opnieuw haar medicatie-inname zal staken, waardoor het ernstig nadeel zich opnieuw zal voordoen. De arts wil betrokkene daarom in de komende periode instellen op depotmedicatie, zodat zij vervolgens kan terugkeren naar de thuissituatie. Dit maakt dat de door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn. Bij een terugkeer naar de thuissituatie, is ook de zorgvorm aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten noodzakelijk zodat betrokkene dan contact onderhoudt met het FACT-team. Desgevraagd licht de arts toe dat de zorgmachtiging voor de verzochte duur van zes maanden nodig is om betrokkene in te stellen op depotmedicatie en de werking daarvan te evalueren.
4.3.
De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het verzoek. Er kan namelijk worden betwijfeld of het ernstig nadeel voortvloeit uit de psychische stoornis en daarnaast is bij betrokkene geen sprake van verzet. Betrokkene heeft namelijk toegezegd dat zij haar medicatie zal blijven innemen en zij is goed in samenwerking met de zorg. Gelet op de eisen die worden gesteld aan de proportionaliteit, verzoekt de advocaat van betrokkene subsidiair de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van drie maanden. Er zijn immers maar een aantal weken nodig om betrokkene in te stellen op depotmedicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie en er is sprake van een psychotische decompensatie met paranoïde wanen. Hoewel tijdens de zitting is gebleken dat het inmiddels beter gaat met betrokkene, is ook toegelicht dat betrokkene nog steeds psychotische belevingen heeft.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene voorafgaand aan de crisismaatregel overlast veroorzaakte in haar woonomgeving en gedreigd heeft zichzelf in brand te steken. Ook heeft zij een familielid geslagen en was zij geagiteerd naar anderen. Daarnaast heeft betrokkene last van paranoïde wanen, waardoor zij onder andere vanuit de overtuiging dat er drugs aanwezig waren in haar woning alle kabels en radiatoren heeft verwijderd en veel spullen heeft weggegooid.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene heeft toegezegd dat zij haar medicatie blijft innemen en beter in samenwerking is met de zorg op dit moment, heeft de rechtbank er nog onvoldoende vertrouwen in dat de noodzakelijk geachte zorg in het vrijwillige kader kan plaatsvinden. De samenwerkingsrelatie tussen betrokkene en de zorg is namelijk nog erg pril en gebleken is dat betrokkene haar medicatie-inname in het verleden meermaals heeft gestaakt. Daarbij betrekkende dat betrokkene voorafgaand aan de crisismaatregel afwerend was in contact en het de ambulante zorg toen niet lukte om met betrokkene samen te werken, acht de rechtbank verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
5.8.
De vorm van verplichte zorg te weten aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen is niet door de officier van justitie verzocht. Gelet op de toelichting van de arts tijdens de zitting is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur ook deze vorm van zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank acht het voldoende voorzienbaar dat deze zorgvorm bij een terugkeer naar de thuissituatie noodzakelijk zal zijn voor betrokkene. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg conform artikel 6:4 lid 2 Wet Pro verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) toewijzen. Daarbij overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Anders dan door de advocaat van betrokkene is verzocht, zal de zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. Door de arts is namelijk toegelicht dat de periode van zes maanden noodzakelijk is om betrokkene in te stellen op depotmedicatie en de werking daarvan goed op te volgen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] (Marokko), wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 19 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.