Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon 1] , arts.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een accommodatie te Breda, afgegeven door de burgemeester. De officier van justitie verzoekt voortzetting van deze maatregel voor drie weken. Betrokkene ervaart visuele hallucinaties en stemmen die haar aanzetten tot zelfbeschadiging, en voelt zich onveilig door een man die zij in haar hallucinaties ziet. De arts bevestigt een psychotische decompensatie met risico op ernstig nadeel.
De advocaat van betrokkene betwist de doelmatigheid van de huidige opname, mede vanwege eerdere medicatieproblemen en somatische zorgbehoeften die mogelijk beter elders kunnen worden verzorgd. De rechtbank oordeelt echter dat de situatie ernstig is en dat de crisismaatregel noodzakelijk is om levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel te voorkomen.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging toe voor drie weken, inclusief het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking, insluiting en opname. De rechtbank erkent de zorgen over de huidige afdeling, maar acht voortzetting van opname noodzakelijk en vertrouwt op passende zorglocatiekeuze. De beschikking is op 11 mei 2026 mondeling gegeven en op 20 mei 2026 schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met noodzakelijke vormen van verplichte zorg.