ECLI:NL:RBZWB:2026:515

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
12003305 \ VV EXPL 25-95 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming wegens huurachterstand in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Gedaagde erkent de huurachterstand, ontstaan door persoonlijke omstandigheden, en wil in de woning blijven. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand aanzienlijk is en dat eiser spoedeisend belang heeft bij ontruiming.

De huurovereenkomst is sinds 1 juli 2023 van kracht en de huurprijs bedraagt €1.003,65 per maand. Gedaagde heeft de huur van oktober 2024 tot en met november 2025 niet betaald. Eiser is sinds december 2023 de nieuwe verhuurder. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat met grote mate van zekerheid de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden.

De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt de betaling van de huurachterstand van €9.096,73, de buitengerechtelijke incassokosten van €905,47 en de wettelijke rente toegewezen. Gedaagde wordt ook veroordeeld tot betaling van de lopende huur tot de daadwerkelijke ontruiming en de proceskosten van €1.080,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten en rente toe met een ontruimingstermijn van veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 12003305 \ VV EXPL 25-95
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Intercash Incasso Juristen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze procedure vordert [eiser] ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. [eiser] heeft de huurachterstand erkend. In de gegeven omstandigheden kan met een grote mate van zekerheid worden aangenomen dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. De kantonrechter wijst de gevorderde ontruiming daarom toe. Ook de gevorderde huurachterstand, rente en buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt sinds 1 juli 2023 de woonruimte aan [adres] te [plaats 2] , op basis van een schriftelijke huurovereenkomst voor (inmiddels) onbepaalde tijd. De overeengekomen huurprijs bedraagt laatstelijk € 1.003,65 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Sinds 22 december 2023 is [eiser] de nieuwe eigenaar van het gehuurde en, als rechtsopvolger van de vorige eigenaar, de nieuwe verhuurder.
2.3.
[gedaagde] heeft de huur voor de maanden oktober 2024 tot en met november 2025 onbetaald gelaten. Op 21 februari 2025 heeft [eiser] zijn vordering ter incasso overgedragen aan Intercash, die [gedaagde] tot betaling van de huurachterstand heeft gesommeerd. [gedaagde] heeft de huurachterstand niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert samengevat - ontruiming van het pand aan [adres] te [plaats 2] en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, alsmede om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de (achterstallige) huur, gebruiksvergoeding en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met proceskosten en rente.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door de huur over langere periode niet te betalen. Daarmee is [gedaagde] ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Met een spoedige ontruiming kan [eiser] zijn schade zoveel mogelijk beperken.
3.3.
[gedaagde] heeft erkend dat de door [eiser] gestelde huurachterstand juist is. De huurachterstand is ontstaan door persoonlijke/financiële omstandigheden. Inmiddels zijn er mogelijkheden de huurachterstand gedeeltelijk in te lopen door een bedrag van € 3.000,- ineens te betalen en de verdere huurachterstand af te lossen met € 500,- per maand en de lopende huur op tijd te betalen. [gedaagde] wil in de woning blijven wonen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De zaak leent zich voor kort geding
4.1.
De vordering tot ontruiming in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, omdat sprake is van een aanzienlijke huurachterstand die steeds verder oploopt, hetgeen [gedaagde] niet heeft betwist. Het spoedeisend belang wordt ook aangenomen ten aanzien van de geldvorderingen, nu deze nauw samenhangen met de vordering tot ontruiming en de geldvordering onbetwist is.
[gedaagde] moet het gehuurde ontruimen
4.2.
Het (op tijd) betalen van huur, dat wil zeggen maandelijks en bij vooruitbetaling, is één van de essentiële verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. [gedaagde] is hierin ernstig tekortgeschoten. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand namelijk 9 maanden. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden komen, hoe vervelend ook voor [gedaagde], voor zijn rekening en risico. Gelet hierop kan met een grote mate van zekerheid worden aangenomen dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. De gevorderde ontruiming wordt daarom toegewezen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
[gedaagde] moet de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en de rente betalen
4.3.
[eiser] heeft op de zitting gesteld dat de huurachterstand tot en met januari 2026 € 9.096,73 bedraagt. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen, nu [gedaagde] die niet weerspreekt.
4.4.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 905,47 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand en over de buitengerechtelijke kosten is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen zal worden toegewezen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening.
Proceskosten
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.080,45
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te [plaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] :
a. a) € 9.096,73 aan achterstallige huur tot en met 31 januari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
b) € 1.003,65 per maand vanaf 1 februari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 905,47 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.080,45, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.