Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Gedaagde erkent de huurachterstand, ontstaan door persoonlijke omstandigheden, en wil in de woning blijven. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand aanzienlijk is en dat eiser spoedeisend belang heeft bij ontruiming.
De huurovereenkomst is sinds 1 juli 2023 van kracht en de huurprijs bedraagt €1.003,65 per maand. Gedaagde heeft de huur van oktober 2024 tot en met november 2025 niet betaald. Eiser is sinds december 2023 de nieuwe verhuurder. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat met grote mate van zekerheid de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden.
De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt de betaling van de huurachterstand van €9.096,73, de buitengerechtelijke incassokosten van €905,47 en de wettelijke rente toegewezen. Gedaagde wordt ook veroordeeld tot betaling van de lopende huur tot de daadwerkelijke ontruiming en de proceskosten van €1.080,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand, incassokosten en rente toe met een ontruimingstermijn van veertien dagen.