Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5162

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/545
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens compensatie door Dienst Toeslagen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Toeslagen waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Op 15 april 2026 heeft de Dienst Toeslagen alsnog compensatie toegekend, waarna verzoekster haar beroep heeft ingetrokken.

De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om proceskostenvergoeding vanwege deze intrekking. De Dienst Toeslagen verzet zich niet tegen vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen aan verzoekster is tegemoetgekomen door de compensatie toe te kennen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten en het griffierecht van € 53,-.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 juni 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens compensatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/545 KINDER

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

de Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de Dienst Toeslagen van 11 december 2024. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de Dienst Toeslagen op 15 april 2026 inzake de integrale beoordeling alsnog compensatie heeft toegekend.
1.1.
De Dienst Toeslagen heeft gereageerd op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De Dienst Toeslagen heeft de rechtbank meegedeeld zich niet te verzetten tegen de vergoeding van proceskosten voor het ingediende beroepschrift en het griffierecht.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 20 januari 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster inzake de lichte toets ongegrond is verklaard. De Dienst Toeslagen heeft op 15 april 2026 inzake de integrale beoordeling alsnog compensatie toegekend. Hiermee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet de Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] De Dienst Toeslagen heeft al toegezegd het griffierecht te zullen vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 12 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.