ECLI:NL:RBZWB:2026:5169

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447337 / JE RK 26-679
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige vanwege kwetsbare ontwikkelingssituatie en aanstaande veranderingen

De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Brabant tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2013. De minderjarige woont bij haar vader vanwege problematiek bij de moeder. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 16 mei 2026.

De minderjarige heeft een kwetsbare ontwikkelingssituatie met epilepsie en ADD, en ontvangt diverse vormen van hulpverlening, waaronder speltherapie en begeleiding via een gecertificeerde instelling. Er zijn veiligheidszorgen in de thuissituatie van de moeder, mede door de problematiek van haar partner. De minderjarige heeft een stabiel contact met de moeder en halfbroer.

De aanstaande verhuizing naar een andere plaats en de overgang naar het voortgezet onderwijs brengen risico's op discontinuïteit in de zorg met zich mee. De kinderrechter acht het noodzakelijk de ondertoezichtstelling te verlengen om regie te houden op de zorg, de uitvoering van het ouderschapsplan te monitoren en de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

De moeder stemt slechts in met verlenging tot juli 2026, maar de kinderrechter verlengt de maatregel tot 16 oktober 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met vijf maanden tot 16 oktober 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447337 / JE RK 26-679
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026,
  • de brief van moeder van 11 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Bij brief van 11 mei 2026 heeft de moeder de rechtbank bericht dat zij niet aanwezig zal zijn ter zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
Bij beschikking van 9 mei 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de met het gezag belaste ouder verlengd tot 16 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van vijf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. [minderjarige] woont sinds enkele jaren bij haar vader in [woonplaats 2] omdat moeder vanwege problematiek de zorg niet meer fulltime kon dragen. Haar moeder woont in [plaats] . Vader en [minderjarige] zijn voornemens om in de zomer van 2026 naar [plaats] te verhuizen. Na de zomervakantie zal [minderjarige] starten op de middelbare school in [plaats] . Dit betreft een belangrijke ontwikkelingsstap met nieuwe eisen op sociaal, emotioneel en cognitief vlak.
Ouders ontvangen begeleiding via [hulpverlening] , wat zich in de afrondende fase bevindt. Een ouderschapsplan zal ondertekend worden. [minderjarige] zelf ontvangt speltherapie bij [praktijk] . Deze behandeling is gericht op het verwerken van ingrijpende ervaringen en het versterken van haar emotionele ontwikkeling, zelfvertrouwen en emotieregulatie. Daarnaast staat [minderjarige] onder behandeling bij [kliniek] vanwege epilepsie. Ook is zij gediagnosticeerd met ADD. Ze functioneert op basis/kader-niveau en heeft een verhoogde behoefte aan structuur, voorspelbaarheid en duidelijke aansturing in haar dagelijks functioneren.
In de relatie van moeder met haar partner zijn in het verleden veiligheidszorgen geweest, waaronder huiselijk geweld naar moeder toe in aanwezigheid van de kinderen. [minderjarige] heeft eenmaal per twee weken een weekend contact met haar moeder, in die weekenden ziet zij tevens haar halfbroer [persoon] . De contactregeling is inmiddels stabieler verlopen, in het verleden was deze deels begeleid in verband met veiligheidszorgen. De ingezette hulp hiervoor is in augustus 2025 positief afgerond. De partner van moeder heeft trauma- en emotieregulatie-problematiek en is hiervoor in behandeling binnen de GGZ. Moeder en partner hebben ook gesprekken gevoerd met maatschappelijk werk, maar het advies aan beide is om eerst individuele therapie aan te gaan binnen de GGZ om daarna gesprekken te hebben over hun relatie. Moeder zet stappen in haar ouderrol en in het stellen van grenzen binnen de relatie. Tegelijkertijd blijft sprake van een kwetsbare dynamiek binnen de relatie. Vanuit de GI blijft er zorg bestaan over de mate waarin de partner van moeder op dit moment voldoende in staat is om zich stabiel en voorspelbaar af te stemmen op de behoeften van de kinderen en spanningen in de relatie te scheiden van de opvoedsituatie.
De doelen van de ondertoezichtstelling van het afgelopen jaar zijn deels of grotendeels behaald. [minderjarige] heeft in haar ontwikkeling belastende en spanningsvolle situaties meegemaakt, met name binnen de relationele context van moeder en haar partner. Dit heeft geleid tot gevoelens van angst en spanning. EMDR is vanwege haar epilepsie niet passend gebleken. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje met een beperkte belastbaarheid voor spanningsvolle of onvoorspelbare situaties. Stabiliteit en voorspelbaarheid blijven essentieel. In de komende periode doen zich meerdere ingrijpende wijzigingen voor, te weten de verhuizing naar [plaats] , de overgang naar het voortgezet onderwijs en de afronding van het lopende hulpverleningstraject bij [praktijk] en [hulpverlening] . Deze samenloop van factoren brengt een verhoogd risico op discontinuïteit in de zorg mee. Het is noodzakelijk dat binnen de huidige trajecten opgestelde behandel- en begeleidingsadviezen aantoonbaar worden opgevolgd en geborgd binnen de nieuwe woon- en schoolsituatie. Voortzetting van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om regie te voeren op deze overgangsfase. De afronding van het ouderschapsplan en monitoring van (strikte) uitvoering daarvan (met name na de verhuizing naar [plaats] ) is belangrijk zodat voor alle betrokkenen de kaders duidelijk zijn en blijven. De GI verzoekt daarom een verlenging voor de duur van vijf maanden. Eerder was ook sprake van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder met gezag, echter doordat vader het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem heeft geregeld is dit niet langer meer van toepassing.
4.2.
Vader kan instemmen met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.
4.3.
Moeder kan enkel instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling tot juli 2026. Een maatregel die langer duurt is volgens haar niet nodig. Volgens de moeder zullen de doelen in juli 2026 behaald zijn, gelijktijdig met de verhuizing van [minderjarige] naar [plaats] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat ondanks ingezette hulpverlening en positieve stappen in de ontwikkeling van [minderjarige] , er nog steeds sprake is van een kwetsbare ontwikkelingssituatie. [minderjarige] is in verhoogde mate aangewezen op structuur, voorspelbaarheid en emotionele veiligheid. Gelet op haar voorgeschiedenis, de huidige thuissituatie bij de moeder, inclusief de rol van haar partner en de aanstaande veranderingen, is de noodzakelijke stabiliteit nog onvoldoende duurzaam gewaarborgd. De komende periode doen zich ingrijpende wijzigingen voor en is het noodzakelijk dat de hulpverlening wordt voortgezet en geborgd binnen de nieuwe woon- en schoolsituatie. Daarbij is van belang dat eventuele vervolghulpverlening tijdig en passend wordt ingezet en dat de overdracht naar betrokken instanties in [plaats] , waaronder het CJG, zorgvuldig en zonder onderbreking plaatsvindt. Er dient ook zicht te blijven bestaan op de naleving van gemaakte afspraken door ouders en (strikte) uitvoering van het ouderschapsplan. [minderjarige] is namelijk gebaat bij duidelijke kaders. Verlenging van de ondertoezichtstelling acht de kinderrechter noodzakelijk om regie te voeren op deze overgangsfase, de continuïteit van de zorg te waarborgen en de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] te blijven monitoren.
5.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom met ingang van 16 mei 2026 tot 16 oktober 2026.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 16 mei 2026 tot 16 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 13 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.