ECLI:NL:RBZWB:2026:5171

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447104 / JE RK 26-650
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zuijdweg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens onstabiele thuissituatie moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds juni 2024 onder toezicht staat vanwege zorgen over de thuissituatie.

De moeder kampt met problematisch drugsgebruik, wat leidt tot onvoorspelbaar gedrag en het regelmatig afzeggen van bezoekmomenten met de minderjarige. De GI constateert dat de moeder voorafgaand aan bezoeken vaak positief test op middelengebruik en dat het contact daardoor moeizaam verloopt. De vader verzorgt de minderjarige en biedt een stabiele omgeving, waarbij de schoolwissel positief uitpakt en een dyslexieonderzoek is gestart.

De minderjarige heeft aan de kinderrechter verteld dat zij het fijn heeft bij haar vader en oma, maar teleurgesteld is in haar moeder vanwege het uitblijven van bezoek. De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd en dat de GI betrokken moet blijven om de situatie te monitoren en de hulpverlening te coördineren.

De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd met zes maanden, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister en is aanvechtbaar bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden vanwege ernstige zorgen over het drugsgebruik van de moeder en de impact op het contact.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447104 / JE RK 26-650
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij op juiste wijze is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
Bij beschikking van 11 juni 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met
ingang van 11 juni 2024 en tot 11 juni 2025.
2.4.
Bij beschikking van 5 juni 2025 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 11 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI maakt zich nog steeds ernstige zorgen over de situatie van de moeder en de gevolgen die dat heeft op [minderjarige] . Het drugsgebruik van de moeder staat momenteel op de voorgrond. In de afgelopen periode wordt gezien dat de moeder voorafgaand aan de bezoeken structureel positief test op middelen en dat zij steeds meer onvoorspelbaarheid laat zien in de omgang. [hulpverlening] beoordeelt voorafgaand aan het bezoek of de moeder in staat is om een positief contact aan te gaan met [minderjarige] . In de afgelopen weken zegt de moeder stelselmatig de bezoeken af. Zij staat voor behandeling op de wachtlijst bij [accommodatie] , waar zij waarschijnlijk binnen enkele weken kan starten. Het is de vraag of de moeder dit traject zal aangaan en of zij dit gaat volhouden. Sinds een paar maanden is de nieuwe jeugdbeschermer betrokken en het lukt haar niet om in contact te komen met de moeder. De moeder is onbereikbaar en lijkt volledig uit contact met de GI en de hulpverlening. Ten aanzien van de opvoedsituatie van de vader zijn er geen zorgen. De wisseling van school heeft goed uitgepakt voor [minderjarige] . [minderjarige] doet het hier goed en het onderzoek naar dyslexie zal eerdaags aanvangen. Volgens de GI blijft haar betrokkenheid vanuit de ondertoezichtstelling noodzakelijk, omdat de doelen die in dit kader zijn gesteld niet behaald zijn en de ontwikkelings- en veiligheidsrisico’s voor [minderjarige] onvoldoende zijn weggenomen. De bezoeken tussen de moeder en [minderjarige] dienen te worden geborgd en begeleid. Daarnaast is regievoering noodzakelijk, nu er geen communicatie tussen ouders mogelijk is, en is monitoring van belang om op te volgen of de belangen van [minderjarige] geborgd zijn en de noodzakelijke hulpverlening ingezet wordt en van de grond komt. Tot slot benoemt de GI dat zij een verzoek van de vader tot wijziging van het gezamenlijk gezag zal steunen.
4.2.
De vader ziet dat het goed gaat met [minderjarige] . Volgens school begint zij haar draai te vinden in haar nieuwe klas. Het dyslexieonderzoek is inmiddels gestart. De vader merkt dat [minderjarige] teleurgesteld is in haar moeder, nu de moeder de bezoeken geregeld afzegt of deze niet verlopen zoals die zouden moeten. In de huidige omstandigheden kan de moeder [minderjarige] niets bieden, al zal de vader nooit het contact in de weg staan. Helaas is de situatie van de moeder zodanig, dat zij niet beschikbaar is voor [minderjarige] . De vader vindt het belangrijk dat er rust komt voor [minderjarige] . Daar zal hij alles voor doen. In dit kader overweegt de vader om een verzoek tot eenhoofdig gezag in te dienen.
4.3.
[minderjarige] heeft de kinderrechter verteld dat zij het fijn heeft bij papa en oma thuis. Oma is er als [minderjarige] uit school komt en papa komt na zijn werk thuis. Papa is dan altijd grappig. [minderjarige] heeft mama al een poosje niet gezien. De bezoekafspraken gaan niet door. Ook gisteren is haar moeder niet komen opdagen tijdens het bezoekmoment. [minderjarige] vindt dit niet leuk, omdat zij klassendienst had en eerder weg moest van school. Ook vindt [minderjarige] het jammer dat zij het cadeautje wat zij had gemaakt voor Moederdag niet heeft kunnen geven. Ze heeft het nu aan haar tante gegeven. [minderjarige] is erg teleurgesteld in haar moeder. Ook maakt [minderjarige] zich zorgen over als haar ouders elkaar zullen zien in de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen voor de duur van een half jaar en legt hieronder uit waarom.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. De zorg ziet met name op de situatie van de moeder en haar contact met [minderjarige] . In de afgelopen periode is door de omgangsbegeleiding geconstateerd dat de moeder structureel voorafgaand aan een bezoekmoment positief test op middelengebruik. De begeleiding maakt dan een inschatting of de moeder in staat is om een positief contact aan te gaan met [minderjarige] . Meestal lukt haar dat, maar soms ook niet en wordt een bezoek voortijds afgebroken. Het valt op dat de laatste weken de bezoekmomenten worden afgezegd door de moeder. De kinderrechter maakt zich hier ernstige zorgen om, mede gelet op wat [minderjarige] in het gesprek met de kinderrechter hierover in vertrouwen heeft verteld. Uit dit gesprek begrijpt de kinderrechter dat [minderjarige] haar moeder ongeveer een maand niet heeft gezien en dat zij teleurgesteld is in haar moeder, omdat zij speciaal voor de bezoeken eerder weg moet van school en andere afspraken, bijvoorbeeld met vriendinnetjes, afzegt. Het is aan de GI om goed te onderzoeken en te bezien wat haalbaar is in dit contact en hoe dit – indien mogelijk – vlot getrokken kan worden. Ook dient de moeder duidelijk gemaakt te worden welke consequenties het zal hebben als zij de afspraken niet nakomt. Het kan namelijk niet zo zijn dat [minderjarige] zich steeds klaar maakt voor een bezoekmoment en dat deze op het laatste moment door de moeder worden afgezegd. De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat de GI het komende halfjaar betrokken blijft om meer duidelijkheid te verkrijgen over de situatie en de mogelijkheden van de moeder en wat haalbaar is in het contact met [minderjarige] . Daarnaast behoeft de oudercommunicatie eveneens aandacht. Indien de moeder onbereikbaar blijft, is het aan de GI om de haalbaarheid van de doelen die zijn gesteld in het kader van de ondertoezichtstelling te beoordelen en daarbij te onderzoeken of andere vervolgstappen meer aangewezen zijn.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6.
De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 11 juni 2026 en tot 11 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.