ECLI:NL:RBZWB:2026:5187
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie en reïntegratie-inspanningen door UWV tegen eiseres
Eiseres, een onderneming, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen voor een zieke werknemer. De loonsanctie hield in dat eiseres de loonbetalingsverplichting met 52 weken moest verlengen. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de eerder geconstateerde motiveringsgebreken had hersteld. Ten aanzien van spoor 1 oordeelde de rechtbank dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat eiseres niet voldeed aan haar verplichting om een volledig overzicht van passende functies binnen de organisatie te overleggen. Dit motiveringsgebrek was daarmee hersteld en de loonsanctie bleef in stand.
Ten aanzien van spoor 2 constateerde de rechtbank dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de werknemer onvoldoende passende sollicitaties had verricht. Hoewel eiseres stelde dat er wel voldoende passende sollicitaties waren, kon het UWV dit niet overtuigend weerleggen. Desondanks werd dit gebrek gepasseerd omdat de loonsanctie op grond van spoor 1 terecht was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bepaalde dat het UWV het griffierecht aan eiseres moest vergoeden en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de loonsanctie tegen eiseres.