Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine en/of metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- voorwerpen voorhanden heeft gehad,
immers, hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- onderdelen van een productieopstelling, bedoeld voor de productie van (met)amfetamine laboratoriumbenodigdheden en/of hardware voorhanden gehad en vervoerd en afgeleverd, te weten meerdere ketels, waarvan hij, verdachte ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een
gevangenisstraf van 179 dagen;