Eiser was sinds een auto-ongeluk in juni 2019 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 juni 2023 omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat het UWV de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig had uitgevoerd.
De verzekeringsartsen concludeerden dat eiser beperkingen heeft, maar niet volledig arbeidsongeschikt is. De klachten zijn plausibel en consistent, met een urenbeperking van 20 uur per week. Concentratieproblemen en verhoogd persoonlijk risico werden niet objectief onderbouwd. De arbeidsdeskundige stelde geschikte functies vast die eiser kan verrichten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Wel werd het bestreden besluit vernietigd wegens een motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het UWV moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.