Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:5190

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
02-206136-23
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wetboek van StrafrechtArt. 22c Wetboek van StrafrechtArt. 22d Wetboek van StrafrechtArt. 33 Wetboek van StrafrechtArt. 33a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen productie amfetamine en bezit professioneel vuurwerk

Op 16 augustus 2023 heeft verdachte samen met anderen voorbereidingshandelingen verricht voor de productie van amfetamine en/of metamfetamine op zijn perceel in de gemeente Moerdijk. Hierbij werden onder meer drie rvs-reactieketels, laboratoriumbenodigdheden, gasmaskers, IBC’s, jerrycans en een auto ingericht voor het dumpen van drugsafval aangetroffen. Tevens had verdachte 20 gram metamfetamine HCl, 200 gram amfetaminesulfaat en 450 milliliter amfetamine-olie in zijn bezit, alsmede drie stuks professioneel knalvuurwerk.

De verdediging voerde aan dat het peilbaken onrechtmatig was geplaatst en dat chemicaliën afval betrof, maar de rechtbank verwierp deze verweren. De observatie met het peilbaken was van korte duur en had een beperkte inbreuk op de privacy, waardoor het bewijs niet werd uitgesloten. De rechtbank stelde vast dat verdachte wist van de aanwezigheid van de voorwerpen en stoffen en dat hij een actieve bijdrage leverde aan de voorbereidingshandelingen.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 189 dagen, waarvan 110 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur. Daarnaast werd beslag gelegd op de inbeslaggenomen goederen, waaronder een bestelauto en verdovende middelen. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf. De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 189 dagen gevangenisstraf, waarvan 110 dagen voorwaardelijk, en 240 uur taakstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen productie amfetamine en bezit professioneel vuurwerk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-206136-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juni 2026
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991
ingeschreven op het [adres 1]
raadsman mr. A.A. Boersma, advocaat te 's-Hertogenbosch.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 mei 2026, waarbij de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:op 16 augustus 2023 samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van amfetamine en/of metamfetamine;
feit 2:op 16 augustus 2023 samen met anderen opzettelijk 20 gram metamfetamine HCI, 200 gram amfetaminesulfaat en 450 milliliter amfetamine-olie aanwezig heeft gehad;
feit 3: op 16 augustus 2023 samen met anderen drie stuks professioneel knalvuurwerk voorhanden heeft gehad.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten heeft de verdediging bepleit verdachte integraal vrij te spreken. Volgens de verdediging biedt artikel 3 van Pro de Politiewet 2012 (Politiewet) geen toereikende grondslag voor het plaatsen van een peilbaken onder het voertuig van [medeverdachte] , waardoor deze onrechtmatig is geplaatst. Hierdoor is sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek welke doorwerkt in de zaak van verdachte, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting. Nu al het bewijs dat is voortgevloeid uit de onrechtmatige volgactie moet worden uitgesloten, is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Subsidiair heeft de verdediging ten aanzien van feit 1 bepleit verdachte vrij te spreken van de onderdelen die zien op de chemicaliën en de auto (eerste en zesde gedachtestreepje), omdat dit afval betreft en daardoor in een te ver verwijderd verband van het plegen van voorbereidingshandelingen staat. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 refereert de verdediging zich subsidiair aan het oordeel van de rechtbank.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim?
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kunnen stelselmatige observaties waarvoor geen machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering (Sv) onrechtmatig zijn, indien zij geschikt zijn om een min of meer compleet beeld van bepaalde aspecten van het leven van de geobserveerde te verkrijgen. Of dat het geval is, is afhankelijk van omstandigheden zoals de duur, intensiteit, plaats en doel van de observaties en de wijze waarop zij hebben plaatsgevonden. Daarnaast kan er sprake zijn van nietstelselmatige observatie die geen specifieke bevoegdheid behoeft, omdat deze geen of slechts een lichte inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde. Een niet-stelselmatige observatie wordt gedekt door de algemene taakstelling als bedoeld in artikel 3 Politiewet Pro.
De tenlastegelegde feiten zijn aan het licht gekomen naar aanleiding van de inzet van een technisch hulpmiddel, te weten een nietregistrerend peilbaken, dat door de politie is bevestigd op de auto van [medeverdachte] . Nadat hiervoor een bevel was verstrekt, werd op 15 augustus 2023 omstreeks 16.30 uur het peilbaken geplaatst. Op 16 augustus 2023 om 10.14 uur is de auto op het terrein van verdachte gezien en zijn verdachte en [medeverdachte] aangehouden.
Uit het voorgaande volgt dat het niet-registrerend peilbaken gedurende een zeer kort tijdsbestek op het voertuig van [medeverdachte] is geplaatst. De locatiegegevens van het peilbaken zijn niet gelogd en konden enkel ‘live’ worden uitgelezen. De observatie is daarmee van korte duur geweest en niet van een andere aard dan wanneer een postende agent verdachte zou hebben zien wegrijden.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [medeverdachte] zeer beperkt was. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is van stelstelmatige observatie daarom geen sprake geweest, zodat artikel 3 van Pro de Politiewet in samenhang met artikel 141 Sv Pro een toereikende wettelijke grondslag bood voor het plaatsen van het nietregistrerend peilbaken. Reeds om die reden is er geen sprake van een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a Sv en behoeven de overige gevoerde verweren in dit kader geen bespreking meer. Het verweer wordt verworpen.
Feit 1
Vaststaande feiten
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 16 augustus 2023 heeft [medeverdachte] drie ketels afgeleverd op het [adres 2] . Dit betreft het perceel van verdachte. Verdachte was aanwezig toen deze ketels werden afgeleverd. Naast het aantreffen van deze ketels zijn op het perceel van verdachte diverse laboratoriumbenodigdheden, 1000 liter containers (IBC’s), meerdere jerrycans, gasmaskers en chemicaliën behorende bij amfetamineproductie aangetroffen. Verder is op de toegangsweg naar het perceel een auto aangetroffen die was ingericht om afval van drugsproductie te lozen. Uit het rapport van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) volgt dat de goederen en chemicaliën die zijn aangetroffen op het perceel van verdachte typisch zijn voor locaties waar synthetische drugs en/of precursoren vervaardigd of bewerkt worden en dat het aannemelijk is dat op het perceel van verdachte op grote schaal BenzylMethylKeton (BMK), zijnde de grondstof van (met)amfetamine, is vervaardigd en/of bewerkt. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dat in het aangeboden onderzoekmateriaal sporen van amfetamine, metamfetamine, BMK (grondstof voor amfetamine en metamfetamine) en PMK (grondstof voor MDMA) zijn aangetroffen.
Wetenschap
Er is sprake van ‘voorhanden hebben’ zoals bedoeld in de artikel 10a van de Opiumwet als verdachte de wetenschap van en de beschikkingsmacht over de aangetroffen voorwerpen en stoffen had. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Uitgangspunt is dat verdachte wordt geacht te weten wat er in zijn woning en op zijn perceel aanwezig is. Daar komt bij dat er meer drugsgerelateerde goederen (bv. IBC’s en gasmaskers) voor de productie van synthetische drugs open en bloot in zijn woning en perceel zijn aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de ketels een aparte geur hadden die hij niet snel zal vergeten. Bovendien bevat het dossier aanwijzingen waaruit blijkt dat er op het perceel van verdachte eerder amfetamine is geproduceerd. Zo is er drugsafval en amfetaminepasta aangetroffen en hingen er aan de Tl-buizen in de garage ingedroogde olieachtige druppels die positief zijn getest op amfetamine. Gelet op deze feiten en omstandigheden kan het niet anders dan dat verdachte wist dat hij voorwerpen voorhanden had die bestemd waren voor de productie van synthetische drugs.
Voorbereidingshandelingen
Anders dan de verdediging heeft gesteld, maakt ook de voor het dumpen van drugsafval geprepareerde Seat onderdeel uit van het productieproces. Het produceren van synthetische drugs levert afval in de vorm van allerlei chemicaliën op. Deze worden vaak illegaal geloosd. Daarom kan de Seat gezien worden als een onderdeel van de voorbereidingshandelingen. Dat deze auto was vervuild en hoogstwaarschijnlijk reeds eerder is gebruikt om drugsafval te lozen, betekent niet dat deze niet nog eens kan worden gebruikt om drugsafval te lozen.
De aangetroffen chemicaliën in onder andere jerrycans zijn geen onderdeel van de voorbereidingshandelingen. Deze chemicaliën betreffen een afvalproduct en zien juist op de fase na het productieproces. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte hiervan partieel vrijspreken.
Medeplegen
Door op zijn perceel voorwerpen ten behoeve van productie van synthetische drugs aanwezig te hebben en af te laten leveren, heeft verdachte een actieve en essentiële bijdrage geleverd aan de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen. Hij heeft daartoe nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte] .
Feiten 2 en 3
Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten 2 en 3 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
feit 1hij op 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine en/of metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij
de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid
van de Opiumwet
- voorwerpen voorhanden heeft gehad,
immers, hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
- een hoeveelheid (laboratorium)benodigdheden en
- zes gasmaskers en
- IBC’s en jerrycans en
- drie rvs-reactieketels en
- een auto, ingericht ten behoeve van het dumpen van drugsafval (ontstaan bij de
vervaardiging van BMK) vanuit een IBC in de laadruimte voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;
feit 2hij op 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 20 gram van een materiaal bevattende metamfetamine HCl en
- 200 gram van een materiaal bevattende amfetaminesulfaat, en
- 450 ml van een materiaal bevattende amfetamine-olie,
zijnde amfetamine en/of metamfetamine HCl middelen als bedoeld in de bij
de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
feit 3hij op 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk opzettelijk professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten drie, stuks knalvuurwerk (lijst III)
voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen van 27 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest. . Hij heeft daarbij rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Er is geen sprake van juridisch relevante recidive. Daarnaast heeft verdachte werk als timmerman, beschikt hij vanaf 1 augustus 2026 over huisvesting, heeft hij een stabiele relatie en twee jonge kinderen. Onder deze omstandigheden wordt verzocht om het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk te stellen aan de duur van het voorarrest en daarnaast een taakstraf op te leggen, met eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van harddrugs. Op zijn perceel en in zijn woning waren meerdere voorwerpen aanwezig die gebruikt kunnen worden voor het op grote schaal vervaardingen van BMK, wat de grondstof is voor (met)amfetamine. In de restjes drugsafval is ook daadwerkelijk BMK aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte 20 gram metamfetamine, 200 gram amfetaminesulfaat en 450 milliliter amfetamine-olie voorhanden gehad. Het is algemeen bekend dat drugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Verdachte heeft een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van en de daaropvolgende handel in harddrugs, wat vaak samengaat met georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Verder vindt verontreiniging van het milieu op grote schaal plaats, doordat chemisch afval afkomstig van drugslaboratoria in de natuur wordt gedumpt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij hier kennelijk geen oog voor heeft gehad en hij zijn eigen financiële belangen voorop heeft gesteld.
Tot slot heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van drie cobra’s. Dit vuurwerk lag in een kast in de woonkamer van de woning waar ook zijn twee kleine kinderen woonden. Dit vuurwerk is in handen van consumenten bijzonder gevaarlijk en veroorzaakt niet zelden letsel en materiële schade en mag dan ook uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis opgeslagen worden. Bovendien wordt regelmatig in het criminele circuit van dergelijk vuurwerk gebruik gemaakt voor het plegen van strafbare feiten. Ook geldt dat alleen al de opslag van deze hoeveelheden zwaar vuurwerk in een woning, onaanvaardbare risico’s oplevert. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij hieraan volledig is voorbij gegaan.
Persoon van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij vaker in aanraking is gekomen met politie en justitie, maar dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
De rechtbank houdt rekening met het reclasseringsadvies van 18 mei 2026 dat over verdachte is opgesteld. Er is volgens de reclassering geen sprake van een delictpatroon. Aangezien verdachte de voorbereidingshandelingen van productie van amfetamine ontkent, kan de reclassering geen risico verhogende of beschermende factoren aanwijzen, noch kan het recidiverisico worden ingeschat. Verdachte had ten tijde van het plegen van de feiten financiële problemen. Na zijn aanhouding is zijn woning door de bank verkocht en is zijn huwelijk op de klippen gelopen. Inmiddels is hij gestart met schuldhulpverlening, heeft hij een baan, een nieuwe relatie en zicht op huisvesting. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor het adviseren van bijzondere voorwaarden.
Overschrijding redelijke termijn
Bij de strafoplegging dient rekening te worden gehouden met het tijdsverloop in deze zaak. De rechtbank stelt namelijk vast dat het recht op een berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in deze zaak is geschonden. De redelijke termijn is op 16 augustus 2023 aangevangen, aangezien verdachte op die datum in verzekering is gesteld en daarom redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat er strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld in deze zaak. De behandeling van deze zaak is niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigen. Dat maakt dat de redelijke termijn met tien maanden is overschreden en dat hiermee rekening dient te worden gehouden bij de strafoplegging. De rechtbank zal hiermee rekening houden in de strafmodaliteit, hetgeen hieronder nader zal worden toegelicht.
Strafoplegging
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het oriëntatiepunt voor het opzettelijk aanwezig hebben van (omgerekend) 455 gram harddrugs is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Verdachte heeft hiernaast nog voorbereidingshandelingen verricht voor het vervaardigen van harddrugs en drie cobra’s voorhanden gehad. Gelet op het feit dat verdachte niet eerder inzake de Opiumwet is veroordeeld, de inhoud van het reclasseringsrapport en de overschrijding van de redelijke termijn, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 189 dagen waarvan 110 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest en daarnaast een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis passend en geboden.
Dit betekent dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring en de onttrekking aan het verkeer en de teruggave
De inbeslaggenomen bestelauto wordt verbeurd verklaard. Het voorwerpen is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat feit 1 met betrekking tot dit voorwerp is begaan.
De inbeslaggenomen amfetamine en overige verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen meetapparatuur wordt een last gegeven tot teruggave aan een ander dan degene onder wie dit in beslag is genomen en die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, het artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en het artikel 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door voorwerpen voorhanden te hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3:overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 189 dagen, waarvan 110 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
Beslag
- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:
1. STK Bestelauto [kenteken] (G2626418);
- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:
450 ML Amfetamine (G2625969)
6,92 GR Verdovende Middelen (G2625953)
200 GR Amfetamine (G2625954)
20 GR Verdovende Middelen (G2625965);
- gelast de teruggave aan rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
1. STK Meetapparatuur (G2625982);
Voorlopige hechtenis
- heft de voorlopige hechtenis die bij eerder bevel was geschorst op.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter,
en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. H. Faouzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 juni 2026.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij
1
hij op of omstreeks 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor
te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine en/of metamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij
de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid
van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar
- meerdere goederen en/of chemicaliën/grondstoffen voor een productieplaats ten
behoeve van het op grote schaal vervaardigen/bewerken van BMK
(benzylmethylketon) vanuit een pre-precursor met behulp van een zuur en de
amfetamine-base, welke BMK (vervolgens) als (grond)stof kan worden gebruikt
bij/voor de bereiding en verwerking en vervaardiging van amfetamine en
metamfetamine, in elk geval middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende
lijst I en/of
- (een) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden en/of
- zes, althans een aantal gasmaskers en/of
- IBC’s en/of jerrycans en/of
- drie, althans een of meer rvs reactieketels en/of
- een auto, ingericht ten behoeve van het dumpen van drugsafval (ontstaan bij de
vervaardiging van BMK) vanuit een IBC in de laadruimte
voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige
redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van
dat/die feit(en);
( art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1
ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 20 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende
metamfetamine HCl en/of
- ongeveer 200 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetaminesulfaat, en/of
- ongeveer 450 ml, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine-olie,
zijnde amfetamine en/of metamfetamine HCl (een) middel(en) als bedoeld in de bij
de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
( art 2 ahf Pro/ond D Opiumwet )
3
hij op of omstreeks 16 augustus 2023 te [plaats] , gemeente Moerdijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
drie, althans een of meer stuks knalvuurwerk (lijst III) heeft opgeslagen en/of
voorhanden heeft gehad.
(art 9.2.2.1 wet Milieubeheer)
( art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit )