Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak op 6 mei 2026 gegeven beschikking en alle daarin genoemde stukken;
- het bericht van mr. Kranenburg, ontvangen op 8 mei 2026;
- het bericht van mr. Kranenburg, ontvangen op 12 mei 2026;
- de brief van [minderjarige 1] , ontvangen op 13 mei 2026.
- het verzoekschrift van de Raad, ontvangen op 12 mei 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op 13 mei 2026;
- het verzoekschrift met onderbouwing van de Raad, ontvangen op 13 mei 2026.
- de advocaat van [minderjarige 3] ;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De nadere beoordeling
- [minderjarige 3] en [minderjarige 2] leren hun emoties te herkennen en te reguleren waardoor de gedragsproblematiek (boosheid, verbale en fysieke agressie) afneemt.
- De emotionele ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verloopt positief. Dit wil zeggen dat zij hun trauma’s hebben verwerkt en vervelende situaties uit het verleden een plekje kunnen geven.
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben een voorspelbaar en positief contact met hun moeder en met elkaar.
- De draagkracht van moeder wordt vergroot, zodat zij [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] kan blijven stimuleren in de stappen die gezet moeten worden.
- De seksuele ontwikkeling van [minderjarige 1] verloopt positief. Dit wil zeggen dat zij inzicht heeft in gevaren en voldoende weerbaar is in contact met jongens.
6.De beslissing
op [datum] 2026 om [uur 1] ( [minderjarige 2] ) en [uur 2] ( [minderjarige 3] );
op [datum] 2026 om [uur 1];
op [datum] 2026 om [uur 2];
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.