ECLI:NL:RBZWB:2026:521

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
C/02/441684 / KG ZA 25-586 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1 BVIEArt. 1 AuteurswetArt. 10 AuteurswetArt. 1019h RvArt. 1019i Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens ontbreken modelrecht, auteursrecht en slaafse nabootsing op brandblusser drinkfles

BHV-Specialist vordert in kort geding dat 101BHV wordt verboden haar brandblusser drinkfles te verkopen wegens vermeende inbreuk op modelrecht, auteursrecht en onrechtmatige daad (slaafse nabootsing).

De rechtbank stelt vast dat de basisvorm en kleur van de fles tot het vormgevingserfgoed behoren en niet nieuw zijn. De grafische en tekstuele opdrukken zijn gangbare elementen die geen eigen karakter of creatieve uitdrukking bevatten die modelrechtelijke of auteursrechtelijke bescherming rechtvaardigen. De verschillen in tekst, taal en icoon tussen de flessen zijn substantieel.

Ook is geen sprake van slaafse nabootsing omdat de fles van BHV-Specialist geen unieke plaats op de markt heeft en 101BHV voldoende afstand heeft gehouden in ontwerp en opdruk.

De vorderingen worden afgewezen en BHV-Specialist wordt veroordeeld in de proceskosten van €8.023,75, inclusief griffierecht, salaris advocaat en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Uitkomst: Vorderingen van BHV-Specialist worden afgewezen wegens ontbreken van modelrecht, auteursrecht en slaafse nabootsing; BHV-Specialist wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/441684 / KG ZA 25-586
Vonnis in kort geding van 7 januari 2026
in de zaak van
de vennootschap onder firma
BHV-SPECIALIST.NL,
gevestigd te Goes,
eisende partij,
hierna te noemen: BHV-Specialist,
advocaat: mr. K. van Overloop te Goes,
tegen
de besloten vennootschap
101BHV.NLh.o.d.n.
101BRANDBEVEILIGING.NL,
gevestigd te Groningen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: 101BHV,
advocaat: mr. A. Melsen te Groningen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 11 december 2025;
- de spreekaantekeningen van BHV-Specialist.nl;
- de spreekaantekeningen van 101BHV.nl.
Samenvatting van het geschil
In dit geschil ligt de vraag voor of BHV-Specialist intellectuele eigendomsrechten bezit ten aanzien van haar brandblusser drinkfles en of 101BHV met de vertoning en verkoop van haar brandblusser drinkfles inbreuk maakt op die vermeende rechten, dan wel dat er sprake is van een onrechtmatige daad.

2.Het geschil

2.1.
BHV-Specialist vordert om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat -
a. 101BHV te bevelen iedere inbreuk op de rechten van BHV-Specialist ten aanzien van haar Beneluxmodelrecht in de gehele Benelux en haar auteursrecht in de gehele Europese Unie te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder te bevelen, te staken en gestaakt te houden het verkopen, aanbieden (zoals maar niet beperkt tot verkoop en aanbieding via internet), invoeren, uitvoeren of anderszins in het verkeer brengen van het inbreukmakende product (de Waterfles brandblusser 600 ml),
b. 101BHV te bevelen om in Nederland ieder onrechtmatig handelen te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder te bevelen te staken en gestaakt te houden het verkopen, aanbieden (zoals maar niet beperkt tot verkoop en aanbieding via internet), invoeren, uitvoeren of anderszins in het verkeer brengen van het inbreukmakende product (de Waterfles brandblusser 600 ml);
c. 101BHV te bevelen, telkens vergezeld van documentatie waaruit de juistheid en volledigheid van deze gegevens blijkt, opgave te doen van:
1. de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die bij 101BHV, per datum vonnis voorhanden zijn of (indirect) in voorraad worden gehouden;
2. de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die 101BHV, heeft ingekocht dan wel vervaardigd;
3. de door 101BHV intern gerekende kostprijs dan wel betaalde inkoopprijzen en de doorhaar gehanteerde verkoopprijzen voor de inbreukmakende producten;
4. de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die 101BHV heeft verkocht;
5. het totale bedrag van de door 101BHV als gevolg van de verhandeling van de
inbreukmakende producten genoten bruto- en nettowinst, alsmede de berekeningswijze daarvan;
6. de namen en adressen van alle bij de verhandeling en vervaardiging van de inbreukmakende producten betrokken (rechts)personen, alsook de namen en adressen
van de (rechts)personen aan wie de inbreukmakende producten zijn geleverd;
d. 101BHV te bevelen een terugroepverzoek voor de inbreukmakende producten naar al haar zakelijke klanten te versturen;
e. 101BHV te bevelen om de totale voorraad inbreukmakende producten, waaronder begrepen de door de afnemers van geretourneerde inbreukmakende producten, aan BHV-Specialist af te geven, totdat over de bestemming van deze producten in een (bodem)procedure dan wel bij overeenkomst tussen partijen onherroepelijk is beslist;
f. te bepalen dat 101BHV voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in strijd handelt met het onder a, b, c, d, of e bepaalde, een dwangsom verbeurt van € 1.000,--, tot een maximum van € 100.000,--;
g. de termijn ex artikel 1019i Rv te stellen op zes maanden na het wijzen van dit vonnis;
h. 101BHV te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure ex art. 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
2.2. 101
BHV voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van BHV-Specialist in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
In rechte staan de volgende feiten vast.
a. BHV-Specialist houdt zich bezig met BHV-trainingen, service en cursussen. Daarnaast verkoopt zij via haar webshop diverse producten voor de BHV-branche.
b. 101BHV houdt zich eveneens bezig met BHV-trainingen, service en cursussen. Ook zij biedt online diverse producten voor de BHV-branche te koop aan.
c. Beide partijen bieden via internet een “Waterfles brandblusser 600 ml” te koop aan.
Links: de waterfles van 101BHV ; Rechts: de waterfles van BHV-Specialist.
Beide RVS waterflessen hebben een rode kleur met een witte opdruk.
De opdruk van de fles van 101BHV luidt: “Eerste hulp bij dorst. 600m1 Water. 1 OPEN DE FLES, 2 NEEM EEN SLOK, 3 JE DORST IS GEBLUST. ALLEEN VOOR DORSTIGE NOODGEVALLEN.”
De opdruk op de fles van BHV-Specialist omvat (onder meer) de woorden “THIRST AID 600m1”, “FOR DRY MOUTHS ONLY”,1 TILT STRAW UPWARDS, 2 BRING BOTTLE TO MOUTH, 3 ENJOY YOUR REFRESHMENT; IN CASE OF THIRSTINESS”, alsmede de tekst “product by betervoorbereid.nl”.
d. BHV-Specialist heeft op 9 oktober 2024 een modeldepot verricht bij het BBIE,
ingeschreven onder [nummer] ter zake de “Waterfles brandblusser”. BHV-Specialist presenteert als relevante kenmerken onder meer: de brandblusser-look, de rode kleur, de druktuit met stijgbuis, de RVS-afwerking en de opdruk “Thirst Aid” in combinatie met vlammen en tekstvakken.
e. 101BHV brengt sinds begin augustus 2025, haar “Waterfles brandblusser’ op de markt.
Standpunt BHV-Specialist
3.2.
BHV-Specialist stelt dat zij een waterfles in de vorm van een brandblusser heeft ontwikkeld, welke zij sinds september 2024 verkoopt, en dat daarop diverse intellectuele eigendomsrechten rusten. Zij beroept zich daartoe op (i) een Benelux-modelrecht, (ii) auteursrechten. Voorts doe zij een beroep op (iii) aanvullende bescherming uit onrechtmatige daad omdat sprake is van slaafse nabootsing van haar fles door 101BHV. In de visie van BHV-Specialist maakt 101BHV inbreuk op deze rechten doordat de waterfles van 101BHV te veel gelijkenissen vertoont met de fles van BHV-Specialist.
Standpunt 101BHV
3.3. 101
BHV is van mening dat er geen auteursrechten en modelrechten gelden ten aanzien van de brandblusserfles van BHV-Specialist. Indien de rechtbank van oordeel is dat er wel auteursrechten en/of modelrechten gelden op de fles, is er volgens 101BHV alsnog geen sprake van een inbreuk op die rechten, aangezien haar brandblusserfles voldoende afstand neemt van de fles van BHV-Specialist. Om diezelfde reden is er haars inziens ook geen sprake van slaafs nabootsen.
De verdere beoordeling, modelrecht
3.4.
Voor modelrechtelijke bescherming is bepalend of het model voldoet aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter als bedoeld in art. 3.1 BVIE. Een model is niet nieuw indien vóór de datum van het depot een identiek model aan het publiek beschikbaar is gesteld of wanneer het eigen karakter mist. Daarvan is sprake als het bij de geïnformeerde
gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan het relevante vormgevingserfgoed.
3.4.1.
De rechtbank stelt vast dat de door BHV-Specialist ingeschreven bidon een standaardvormgeving heeft die op zichzelf geen modellenrechtelijke bescherming geniet. Het gaat immers om een generieke cilindervormige, dubbelwandige RVS-drinkfles met dop en rietje, zoals die al jarenlang in grote variëteit op de markt verkrijgbaar is (zoals ook blijkt uit productie 8 zijdens 101BHV). Die basisvorm behoort tot het bestaande vormgevingserfgoed waarmee het model moet worden vergeleken. De brandweerrode kleur is evenmin nieuw: deze behoort ook tot het vormgevingserfgoed. Om die reden kunnen vorm en kleur dus geen nieuwheid of eigen karakter opleveren.
Wat overblijft is enkel de grafische en tekstuele opdruk die mogelijk modellenrechtelijke bescherming geniet.
3.4.2.
Ten aanzien van die opdruk geldt het volgende. 101BHV heeft gemotiveerd aangevoerd dat de grafische en tekstuele opdruk, te weten: een vlam met een stappenplan en een woordspeling (het “blussen van dorst”) in het vormgevingserfgoed los van elkaar veelvuldig voorkomen. 101BHV verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar haar producties 3 tot en met 5. BHV-Specialist heeft dat op haar beurt onvoldoende (gemotiveerd) bestreden, zodat de rechtbankbank uitgaat van de juistheid van voornoemde stelling van 101BHV. Hierdoor resteert de vraag of de elementen in de grafische opdruk (de vlam, het stappenplan en de woordspeling) tezamen door het modellenrecht beschermd kunnen worden.
3.4.3.
De rechtbank beantwoord deze vraag ontkennend. De rechtbank constateert dat het gaat om een tekst in een gangbaar lettertype en dat de grafische opdruk aansluit bij het idee van een brandblusser. Zowel onder het modelrecht als onder het auteursrecht geldt dat een uitwerking van een stijl (in dit geval: de stijl van een brandblusser) geen bescherming toe kan komen. [1] Deze stijl van een rode fles, met een witte opdruk met de “look” van een
brandblusser kan niet worde gemonopoliseerd. Slechts de concrete uitwerking van zo’n stijl, dat wil in dit geval zeggen: de concrete tekst tezamen met het concrete icoon, kan eventueel bescherming toekomen.
3.4.4.
De rechtbank is van oordeel dat dit ontwerp van BHV-Specialist een eigen karakter ontbeert en dat modelrechtelijke bescherming om die reden ontbreekt. De opdruk van BHV-Specialist bestaat uit een combinatie van eenvoudige instructieteksten (het stappenplan) en een aantal woordspelingen (zoals “Thirst Aid”, “In case of thirstiness”), geplaatst in eenvoudige tekstvakken, voorzien van een generiek vlam-icoon.
Een model kan slechts een eigen karakter hebben indien de algemene indruk die het bij
de geïnformeerde gebruiker wekt, afwijkt van de algemene indruk van het relevante
vormgevingserfgoed, rekening houdend met de aard van het voortbrengsel, de betrokken
bedrijfstak en de ontwerpvrijheid. Eenvoudige woordbeelden en alledaagse pictogrammen
in gangbare lettertypes halen die drempel niet. Dat betekent dat de opdruk van BHV-Specialist op zichzelf (los van de standaardvorm en rode kleur van de fles) ook onvoldoende onderscheidend is om modellenrechtelijke bescherming te verkrijgen.
Auteursrecht
3.5.
BHV-Specialist beroept zich verder op auteursrechtelijke bescherming van de
vormgeving en opdruk van haar waterfles, met verwijzing naar art. 1 en Pro 10 Auteurswet.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) geldt voor werken van toegepaste kunst dezelfde auteursrechtelijke maatstaf als voor andere werken. [2] Volgens het HvJEU is een “werk” een object dat de persoonlijkheid van
de auteur weerspiegelt door uitdrukking te geven aan diens vrije en creatieve beslissingen.
Voor de inbreuktoets moet worden beoordeeld of creatieve elementen van het beschermde werk herkenbaar zijn verwerkt in het vermeend inbreukmakende object. Daarbij is de totaalindruk die de twee voorwerpen oproepen, niet relevant. Het moet gaan om de herkenbare overname van beschermde trekken van het werk, niet om een globale totaalindruk.
3.5.1.
Gezien het vorenstaande dient vastgesteld te worden vastgesteld welke elementen van de fles van BHV-Specialist eventueel als auteursrechtelijk beschermde trekken kunnen worden aangemerkt en vervolgens of die elementen herkenbaar zijn terug te vinden in de fles van 101BHV.
Ook hier geldt dat de vorm van de fles van BHV-Specialist een standaard dubbelwandige RVS-drinkfles betreft met brandblusser-look. De cilindervorm, de aanwezigheid van een dop met drinktuit/rietje, de karabijnhaak en de rode kleur zijn grotendeels technisch of functioneel bepaald en sluiten aan bij wat in de markt reeds gangbaar was voor gadget-drinkflessen en BHV-relatiegeschenken.
3.5.2.
Wat resteert, zijn wederom de grafische en tekstuele elementen op de fles. Of deze elementen het resultaat van vrije en creatieve beslissingen zijn die de persoonlijkheid van de maker in het product doen uitkomen, kan in het midden blijven. Voor zover hiervan sprake is geldt dat juist in de grafische en tekstuele elementen op de flessen aanzienlijk verschillen bestaan, die nader worden uitgewerkt in rechtsoverweging 3.6.2 en 3.6.3. Deze verschillen zijn dusdanig omvangrijk dat indien aan de fles van BHV-Specialist al auteursrechtelijke bescherming toekomt, de fles van 101BHV hierop geen inbreuk maakt.
.
Slaafse nabootsing
3.6.
BHV-Specialist beroept zich subsidiair op onrechtmatige daad in de vorm van slaafse nabootsing.
Voor slaafse nabootsing is vereist dat (i) het uiterlijk van het product van BHV-Specialist een eigen plaats op de markt heeft, (ii) 101BHV dat uiterlijk nodeloos dicht benadert en (iii) daardoor bij het relevante publiek verwarringsgevaar ontstaat.
3.6.1.
Ten aanzien van de vorm en kleur van de fles van BHV-Specialist, geldt hetgeen hiervoor reeds daaromtrent is overwogen. Gelet op het reeds bestaande vormgevingserfgoed heeft de fles van BHV-Specialist in zoverre geen zodanig sterk onderscheidend vermogen dat gesproken kan worden van een eigen, unieke plaats op de markt. Zoals eerder al is overwogen, is het algemene concept van een waterfles met “brandblusser-look” vrij en onbeschermd. 101BHV maakt zich dan ook niet schuldig aan slaafse nabootsing door eveneens een waterfles op de markt te brengen die een brandblusser-look heeft.
3.6.2.
Wat betreft de grafische en tekstuele elementen op beide flessen geldt het volgende. De fles van BHV-Specialist toont een vlam-icoon met rookwolken, bevat de Engelstalige slogans “THIRST AID / FOR DRY MOUTHS ONLY / IN CASE OF THIRSTINESS” en bevat een Engelstalig stappenplan.
De fles van 101BHV toont een ander vormgegeven vlam-icoon zonder rookwolken, bevat de Nederlandstalige tekst “EERSTE HULP BIJ DORST 600m1 WATER”, “JE DORST IS
GEBLUST”, “ALLEEN VOOR DORSTIGE NOODGEVALLEN”, en bevat een Nederlandstalig stappenplan. Enkel de fles van 101BHV heeft een kader om de tekst.
3.6.3.
Gezien het vorenstaande, concludeert de rechtbank dat juist op het gebied van de concrete tekst en iconen, beide flessen in het oog springende verschillen vertonen (zoals een andere vlamvorm, een andere taal en inhoud van de tekst, andere woordspelingen en het (niet) gebruiken van een kader). Om die reden kan niet geoordeeld worden dat 101BHV onderdelen 1 op 1 heeft overgenomen van BHV-Specialist waardoor 101BHV bij het ontwerp van haar fles onvoldoende afstand heeft genomen van de fles van BHV-Specialist.
Van slaafse nabootsing is reeds om die reden geen sprake.
Conclusie
3.7.
Alle vorderingen van BHV-Specialist behoren te worden afgewezen.
Proceskosten
3.8.
BHV-Specialist zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Een deel van het geschil heeft betrekking op intellectuele eigendomsrechtvorderingen (modelrecht en auteursrecht) en een deel op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing). De proceskosten die betrekking hebben op de IE-vorderingen dienen vergoed te worden ex artikel art. 1019h Rv conform de IE-indicatietarieven. Gelet op de aard en omvang van het geschil, gaat het om een Categorie I zaak (kort geding), sub c. (normaal) waarvoor een maximum geldt van € 15.000,-. De rechtbank schat in dat 75% van het geschil betrekking heeft op de IE-kwestie. 101 BHV heeft haar totale kosten begroot op een bedrag van € 9.140,00 exclusief btw (zoals gespecificeerd in productie 13). Van dit bedrag is 75% toewijsbaar, zijnde € 6.855,- (0,75 x € 9.140) als betrekking hebbende op de IE-kwestie, hetgeen valt binnen de marge van de IE-indicatietarieven voor een Categorie I zaak, sub c.
De overige proceskosten die verband houden met de onrechtmatige daad vordering (25%) dienen vergoed te worden volgens het gebruikelijke liquidatietarief. Dat betreft voor een gemiddeld kort geding een bedrag van € 1.107,- zodat een bedrag van € 276,75 ter zake dient te worden vergoed.
In totaal zal aan salaris advocaat derhalve een bedrag worden begroot van € 7.131,75 ,- (€ € 6.855,- + € 276.75).
De nakosten worden eveneens volgens het toepasselijke liquidatietarief begroot. De wettelijke rente ex art. 6:119 BW Pro over de proceskosten zal worden toegewezen als in de beslissing vermeld.
Conform het vorenstaande worden de kosten aan de zijde van 101BHV tot op heden begroot op een bedrag van:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
7.131,75
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.023,75

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen van BHV-Specialist af,
4.2.
veroordeelt BHV-Specialist in de proceskosten van € 8.023,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en – indien betaling binnen die termijn uitblijft en betekening van het vonnis plaatsvindt – te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening, alsmede met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW Pro over de proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 29 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1944 (Decaux/Mediamax).
2.Hv]EU 4 december 2025, ECLI:EUJ:C:2025:941, gevoegde zaken C-58o/23 en C-795/23.