ECLI:NL:RBZWB:2026:5212

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447735 / FA RK 26-2252
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging rechterlijke machtiging opname en verblijf wegens Alzheimerdementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 mei 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van de rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1941, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie en vertoont sinds opname in een verpleegtehuis nog steeds verzet, maar de situatie is onveranderd en ernstig.

Tijdens de zitting met gesloten deuren zijn betrokkene, zijn dochter, een regisseur van de afdeling en een specialist ouderengeneeskunde gehoord. De specialist bevestigde dat betrokkene soms verbaal en fysiek agressief is, waarvoor medicatie wordt gegeven die goed werkt. De regisseur meldde dat betrokkene onrustig is, vooral in de vroege ochtend, en soms personen niet herkent. De dochter onderschreef deze bevindingen en gaf aan dat de situatie voor de echtgenote rustiger is sinds opname.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene door zijn psychogeriatrische aandoening ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Terugkeer naar huis brengt risico's mee voor betrokkene en zijn partner, die eerder traumatische ervaringen had door agressie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verlengd tot 15 mei 2027.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene met Alzheimerdementie voor twaalf maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447735 / FA RK 26-2252
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M. Janse uit Halsteren.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dochter van betrokkene;
  • [persoon 1], regisseur van de afdeling (hierna: regisseur);
  • de heer [persoon 2], specialist oudergeneeskunde.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een rechterlijke machtiging verleend tot en met 15 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in [accommodatie].

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat het prima met hem gaat. Hij vindt het hier oké.
4.2.
De specialist oudergeneeskunde is blij om te horen dat betrokkene zegt dat hij het goed heeft hier, maar helaas is dat niet altijd zo. Op bepaalde momenten geeft betrokkene aan dat hij naar huis wil. Hij uit dat verbaal, maar kan soms ook fysiek agressief worden. De specialist oudergeneeskunde zegt dat betrokkene daar nu medicatie voor krijgt en dat dat goed werkt. Betrokkene is hier goed op zijn plek; hij is rustig en tevreden. De specialist oudergeneeskunde geeft aan dat het voorafgaand aan de opname thuis heel lastig is geweest. De verlenging van de rechterlijke machtiging is voor twaalf maanden aangevraagd, omdat de procedure voor betrokkene erg belastend is.
4.3.
De regisseur zegt dat betrokkene vaak onrustig is. Betrokkene stond vanochtend nog bij de deur om weg te gaan, maar deze ging niet open. Volgens de regisseur zal betrokkene er dan alles aan doen om dit wel voor elkaar te krijgen. Voordat betrokkene medicatie kreeg was dit volgens de regisseur erger. De onrust blijft, vooral in de vroege ochtenden, maar de agressie is er nu niet. Ook herkent betrokkene niet altijd iedereen meer. Hij denkt soms dat een medebewoner zijn vrouw is.
4.4.
De dochter kan zich vinden in hetgeen de specialist oudergeneeskunde en regisseur naar voren hebben gebracht. De dochter zegt namens haar moeder dat zij blij is dat betrokkene nu hier is. Met de echtgenote van betrokkene gaat het nu de goede kant op; ze voelt zich rustiger onder de huidige situatie. Ze komt een paar keer per week langs om koffie te drinken met betrokkene. Dit is prettig en betrokkene gaat daarna goed mee terug naar de afdeling.
4.5.
De advocaat zegt dat betrokkene tijdens de vorige zitting had aangegeven zich erg te vervelen, waardoor hij in de weerstand was. Nu doet betrokkene regelmatig mee aan activiteiten. Betrokkene heeft ook aangegeven dat de verpleging erg lief voor hem is. De advocaat vindt het lastig te duiden hoe betrokkene er echt in staat. Enerzijds zegt betrokkene dat hij naar huis wil, maar ‘huis’ duidt hij op verschillende manieren; onder andere bij zijn vrouw, maar ook op deze plek. In hoeverre er dus daadwerkelijk verzet is, vindt de advocaat moeilijk te zeggen. Ten aanzien hiervan refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Alzheimerdementie.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat bij een terugkeer naar huis het risico op ernstige psychische schade bij de partner van betrokkene bestaat. De partner is eerder, voordat betrokkene opgenomen werd, na een reeks van incidenten met fysieke en verbale agressie gecombineerd door seksuele ontremming uit hun woning vertrokken en elders gaan wonen. Deze gebeurtenissen zijn erg traumatisch geweest voor de echtgenote.
Daarnaast is betrokkene niet in staat om zorg te dragen voor de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Hij heeft ondersteuning nodig bij zijn persoonlijke hygiëne, intake en medicatie-inname. Betrokkene kan daarnaast zelf geen structuur aanbrengen. Ook bestaat een risico op terugval in alcoholgebruik wanneer betrokkene terug naar huis gaat.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil nog steeds graag naar huis en naar zijn partner toe. Betrokkene wist onlangs buiten de accommodatie te komen en was op weg naar huis. Er zijn meerdere incidenten geweest waarbij betrokkene probeerde weg te glippen. Betrokkene raakt erg boos en geagiteerd als hij niet weg mag en heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 mei 2027;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.