Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- dochter van betrokkene;
- [persoon 1], regisseur van de afdeling (hierna: regisseur);
- de heer [persoon 2], specialist oudergeneeskunde.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 mei 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van de rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1941, voor de duur van twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie en vertoont sinds opname in een verpleegtehuis nog steeds verzet, maar de situatie is onveranderd en ernstig.
Tijdens de zitting met gesloten deuren zijn betrokkene, zijn dochter, een regisseur van de afdeling en een specialist ouderengeneeskunde gehoord. De specialist bevestigde dat betrokkene soms verbaal en fysiek agressief is, waarvoor medicatie wordt gegeven die goed werkt. De regisseur meldde dat betrokkene onrustig is, vooral in de vroege ochtend, en soms personen niet herkent. De dochter onderschreef deze bevindingen en gaf aan dat de situatie voor de echtgenote rustiger is sinds opname.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene door zijn psychogeriatrische aandoening ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Terugkeer naar huis brengt risico's mee voor betrokkene en zijn partner, die eerder traumatische ervaringen had door agressie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt daarom verlengd tot 15 mei 2027.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene met Alzheimerdementie voor twaalf maanden.