ECLI:NL:RBZWB:2026:5215
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herstelbeschikking correctie einddatum machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige
Op 8 mei 2026 verzocht de Raad voor de Kinderbescherming de kinderrechter om herstel van een eerder gegeven beschikking van 19 maart 2026. In deze beschikking was de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige onjuist vermeld als 19 maart 2027 in plaats van de juiste datum 19 december 2026.
De rechtbank beoordeelde dit verzoek op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat het mogelijk maakt om kennelijke rekenfouten of schrijffouten in een beschikking te herstellen indien deze eenvoudig te corrigeren zijn en voor alle betrokkenen duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
De kinderrechter stelde vast dat de fout duidelijk en eenvoudig te herstellen was zonder dat de overige betrokkenen vooraf in de gelegenheid hoefden te worden gesteld zich hierover uit te laten. De herstelbeschikking werd daarom toegewezen en de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing werd formeel gecorrigeerd naar 19 december 2026.
De uitspraak werd op 15 mei 2026 in het openbaar gedaan door kinderrechter W. Toekoen, in aanwezigheid van de griffier mr. Van Ham.
Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking door de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing te corrigeren naar 19 december 2026.