ECLI:NL:RBZWB:2026:5215

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/444372 / JE RK 26-137
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking correctie einddatum machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

Op 8 mei 2026 verzocht de Raad voor de Kinderbescherming de kinderrechter om herstel van een eerder gegeven beschikking van 19 maart 2026. In deze beschikking was de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige onjuist vermeld als 19 maart 2027 in plaats van de juiste datum 19 december 2026.

De rechtbank beoordeelde dit verzoek op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat het mogelijk maakt om kennelijke rekenfouten of schrijffouten in een beschikking te herstellen indien deze eenvoudig te corrigeren zijn en voor alle betrokkenen duidelijk is dat sprake is van een vergissing.

De kinderrechter stelde vast dat de fout duidelijk en eenvoudig te herstellen was zonder dat de overige betrokkenen vooraf in de gelegenheid hoefden te worden gesteld zich hierover uit te laten. De herstelbeschikking werd daarom toegewezen en de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing werd formeel gecorrigeerd naar 19 december 2026.

De uitspraak werd op 15 mei 2026 in het openbaar gedaan door kinderrechter W. Toekoen, in aanwezigheid van de griffier mr. Van Ham.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking door de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing te corrigeren naar 19 december 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/02/444372 / JE RK 26-137
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Verbetering van een beschikking
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
als belanghebbenden in onderhavige zaak zijn aangemerkt:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
als informant in onderhavige zaak zijn aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg, hierna te noemen: de GI.

1.Het verzoek

1.1.
Op 8 mei 2026 is ter griffie binnengekomen een bericht van de Raad, waarin de kinderrechter is verzocht om herstel van de op 19 maart 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] onjuist is opgenomen in deze beschikking. Dit moet zijn tot 19 december 2026 in plaats van 19 december 2027.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.
2.2.
Gebleken is dat de door de kinderrechter in deze zaak gegeven beschikking een kennelijke, ook voor betrokkenen kenbare en voor eenvoudige herstel vatbare, fout bevat.
2.3.
In de beschikking van 19 maart 2026 is per abuis de einddatum van de machtiging tot uithuisplaatsing in het dictum onder 7.2. onjuist vermeld. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van negen maanden, zijnde de periode van 19 maart 2026 tot 19 december 2026. De vermelding in het dictum van de periode van 19 maart 2026 tot 19 maart 2027 is dan ook onjuist.
2.4.
De kinderrechter is van oordeel dat deze kennelijke fout voor eenvoudig herstel vatbaar is en zal overgaan tot herstel van die beschikking, zonder de overige betrokkenen daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten.
2.5.
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
verbetert voormelde beschikking van 19 maart 2026, in dier voege dat 7.2. van het dictum als volgt komt te luiden:
‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2026 tot 19 december 2026’.
Deze herstelbeslissing is gegeven door mr. W. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.