ECLI:NL:RBZWB:2026:522
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijk hoofdverblijf
Eiseres kreeg haar bijstandsuitkering, energietoeslag en individuele inkomenstoeslag ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau omdat zij niet had gemeld dat zij niet woonde op het door haar opgegeven adres. Het college stelde dat eiseres haar hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had en dat zij onvoldoende had voldaan aan haar inlichtingenplicht.
Tijdens de zitting bevestigde eiseres dat zij nooit op het opgegeven adres had gewoond en stelde dat zij veel bij haar moeder verbleef. Uit het dossier bleek echter alleen dat zij mantelzorger was, maar niet dat zij daadwerkelijk bij haar moeder verbleef. Ook gaf zij aan soms bij haar zus en haar toenmalige vriend in Antwerpen te zijn geweest, waardoor het college niet kon vaststellen waar haar hoofdverblijf was.
De rechtbank oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht voldoende vaststond en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij ondanks deze schending toch recht op bijstand had. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, bleef de intrekking van de uitkeringen in stand en kreeg eiseres geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van bijstand en toeslagen is ongegrond verklaard.