ECLI:NL:RBZWB:2026:522

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
25/4460 PW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijk hoofdverblijf

Eiseres kreeg haar bijstandsuitkering, energietoeslag en individuele inkomenstoeslag ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau omdat zij niet had gemeld dat zij niet woonde op het door haar opgegeven adres. Het college stelde dat eiseres haar hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had en dat zij onvoldoende had voldaan aan haar inlichtingenplicht.

Tijdens de zitting bevestigde eiseres dat zij nooit op het opgegeven adres had gewoond en stelde dat zij veel bij haar moeder verbleef. Uit het dossier bleek echter alleen dat zij mantelzorger was, maar niet dat zij daadwerkelijk bij haar moeder verbleef. Ook gaf zij aan soms bij haar zus en haar toenmalige vriend in Antwerpen te zijn geweest, waardoor het college niet kon vaststellen waar haar hoofdverblijf was.

De rechtbank oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht voldoende vaststond en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij ondanks deze schending toch recht op bijstand had. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, bleef de intrekking van de uitkeringen in stand en kreeg eiseres geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van het griffierecht.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van bijstand en toeslagen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4460 PW
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. A. van Tol-Macharoblishvili),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau(het college).

Inleiding

1.1.
Met het besluit van 6 juni 2025 (het primaire besluit) heeft het college de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken over de periode van 2 januari 2023 tot en met 28 februari 2025. Ook het recht op energietoeslag over 2023, de individuele inkomenstoeslag over 2023 en 2024 en de Meedoenregeling is ingetrokken.
1.2.
Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college grotendeels bij dat besluit gebleven. Alleen de intrekking van de Meedoenregeling was volgens het college niet terecht, omdat deze regeling niet onder de Participatiewet valt.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en namens het college drs. [naam 1], [naam 2] en [naam 3].
1.5.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het college heeft het recht op bijstand, energietoeslag over 2023 en individuele inkomenstoeslag over 2023 en 2024 ingetrokken omdat eiseres niet bij het college heeft gemeld dat zij niet woonde op het door haar opgegeven [adres]. Eiseres heeft (ook ter zitting) bevestigd dat zij nooit op dit adres gewoond heeft.
2.1.
Zij stelt dat zij wel bij het college heeft gemeld dat zij veel bij haar moeder verbleef. Uit het dossier blijkt echter alleen dat eiseres heeft gemeld dat zij mantelzorger is voor haar moeder, maar niet dat zij feitelijk bij haar moeder verbleef en daar ook sliep. Naar het oordeel van de rechtbank staat de schending van de inlichtingenplicht dan ook voldoende vast.
3. Het is vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat, als zij wel aan de inlichtingenplicht zou hebben voldaan, zij toch recht op bijstand zou hebben gehad (van de gemeente Baarle-Nassau).
3.1.
Daarin is zij niet geslaagd. Zij heeft geen enkel stuk aangeleverd waaruit blijkt waar zij heeft verbleven in de periode van 2 januari 2023 tot en met 28 februari 2025. Daarbij komt dat eiseres heeft gesteld dat zij veel bij haar moeder was en soms bij haar zus, maar ter zitting heeft zij verklaard dat zij ook veel in Antwerpen was bij haar toenmalige vriend. Het college kan dan ook niet vaststellen waar eiseres haar hoofdverblijf had. Het college heeft het recht van eiseres op bijstand, energietoeslag en individuele inkomenstoeslag dus terecht ingetrokken.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.