ECLI:NL:RBZWB:2026:5221

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/02/447835 / FA RK 26-2305
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Maandag
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor zes maanden wegens psychische stoornis en ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1963, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Betrokkene vertoont ernstig nadeel, waaronder verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, agressie oproepend gedrag en gevaar voor de veiligheid.

Tijdens de zitting, die achter gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals zijn mentor en casemanager. Betrokkene ontkent het probleem en weigert mee te werken, terwijl de casemanager en mentor benadrukken dat betrokkene structureel medicatie (depot) nodig heeft om zijn toestand te stabiliseren. Er is geen ziekte-inzicht en vrijwillige zorg is niet haalbaar.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is en wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden. De toegewezen maatregelen omvatten het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de bewegingsvrijheid en het gebruik van communicatiemiddelen, maar niet het opnemen in een accommodatie of bewegingsbeperking. De beschikking is op 15 mei 2026 mondeling gegeven en op 22 mei 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en medische controles, zonder bewegingsbeperking of opname.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447835 / FA RK 26-2305
Datum uitspraak: 15 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [naam 1] , mentor;
  • de heer [naam 2] , casemanager FACT-team.
1.3.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene wil niet praten en vindt het allemaal onzin. Hij vindt dat er veel mensen zijn. Betrokkene zegt dat hij zijn depot wel gewoon neemt, dan is hij van het gezeik af.
3.2.
De casemanager zegt dat betrokkene sinds januari jl. maar één keer een depot heeft gekregen, welke hij normaal gesproken om de week krijgt. Hoe langer betrokkene nu geen depot krijgt, hoe meer onrust en verzet er is. Betrokkene veroorzaakt momenteel overlast en het is moeilijk om een gesprek met hem aan te gaan. De casemanager zegt dat betrokkene al langere tijd last heeft van ondergewicht en zichzelf verwaarloost. Het belangrijkste is dat betrokkene zijn depot neemt, dit zal ook effect hebben en verlichting bieden op andere vlakken.
3.3.
De mentor zegt betrokkene zo niet te herkennen. Doordat hij al langere tijd niet structureel een depot heeft gekregen, doet hij zo. De mentor zegt dat een depot helpt en dat hij op die manier ook wat beter voor zichzelf kan gaan zorgen. Hij heeft daar jaren gewoon goed aan meegewerkt.
3.4.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene zei dat de zorgmachtiging onzin is en daar concludeert de advocaat uit dat hij dit dus niet wil. Subsidiair pleit de advocaat voor het afwijzen van het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie. Dit is volgens de advocaat in de situatie van betrokkene niet passend bij het doel van de zorgmachtiging.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene momenteel een verslechtering van zijn toestandsbeeld laat zien. Hij isoleert en verwaarloost zichzelf en er is een verminderde en niet gevarieerde voedingsinname, waardoor hij vermagert en zijn somatische gezondheid fragiel is. Betrokkene schreeuwt voortdurend tegen de stemmen die hij hoort en belt veelvuldig naar 112, waardoor de hulpdiensten worden overbelast. Zijn telefoon is hierdoor ingenomen.
Betrokkene laat seksueel grensoverschrijdend gedrag en verbale agressie zien richting omstanders. Hij stond vlak naast de [winkel] in het centrum van [plaats] te masturberen. Hiermee roept hij agressie van anderen over zichzelf af.
Daarnaast drinkt betrokkene weer meer alcohol, wat hij voorheen in mindere mate deed.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene geen ziektebesef en ziekte-inzicht heeft. Betrokkene is niet intrinsiek gemotiveerd om mee te werken aan zorg en behandeling. Recent heeft hij zijn depot geaccepteerd, maar volgens de onafhankelijk psychiater en zorgverantwoordelijke was dit omdat hij wist dat er een zorgmachtiging was aangevraagd. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene de zorgmachtiging onzin te hebben en zijn depot wel te nemen om ‘van dat gezeik’ af te zijn. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.8.
Per abuis is op de kennisgeving mondelinge uitspraak de vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening’ aangekruist. Deze vorm van verplichte zorg is niet verzocht en de rechtbank ziet geen aanleiding om deze vorm ambtshalve toe te wijzen. De rechtbank merkt hierbij op dat de beschikking leidend is.
4.9.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat dit niet noodzakelijk en voorzienbaar is gebleken.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.11.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.